Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

Numeri 3

De Levieten worden geteld en aangewezen

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 6 minuten
De priesters en hun helpers
Dit is het familieoverzicht van Aäron en Mozes uit de tijd dat de HEERE op de berg Sinaï met Mozes sprak.
Aärons zonen heetten Nadab, zijn eerstgeborene, daarna Abihu, Eleazar en Ithamar.
Deze zonen van Aäron waren gezalfde priesters.
Zij waren officieel aangesteld om het priesterambt uit te oefenen.
Nadab en Abihu stierven voor de HEERE toen zij in de Sinaïwoestijn ongeoorloofd vuur aan Hem aanboden.
Zij hadden geen kinderen.
Eleazar en Ithamar dienden als priester terwijl hun vader Aäron nog leefde.
De HEERE sprak tegen Mozes:
Breng de Levieten naar voren en stel hen onder het gezag van de priester Aäron.
Zij moeten hem bij zijn werk helpen.

Zij moeten taken uitvoeren voor Aäron en de hele gemeenschap bij de ontmoetingstent.
Zo verrichten zij de dienst bij de tabernakel.

Zij moeten zorgen voor alle voorwerpen van de ontmoetingstent.
Daarmee vervullen zij namens de Israëlieten de dienst bij de tabernakel.

Wijs de Levieten toe aan Aäron en zijn zonen.
Zij komen uit het volk Israël en zijn volledig aan hem toegewezen.

Stel Aäron en zijn zonen aan om het priesterambt uit te oefenen.
Iedere onbevoegde die het heiligdom nadert, moet worden gedood.

De Levieten in plaats van de eerstgeborenen
De HEERE sprak opnieuw tegen Mozes:
Ik heb de Levieten uit de Israëlieten genomen in plaats van iedere eerstgeboren zoon die de baarmoeder opent.
De Levieten behoren aan mij.

Iedere eerstgeborene behoort aan mij.
Toen ik in Egypte alle eerstgeborenen doodde, wijdde ik alle eerstgeborenen in Israël aan mijzelf, van mensen en dieren.
Zij zijn van mij.
Ik ben de HEERE!

De HEERE sprak in de Sinaïwoestijn tegen Mozes:
Tel de mannelijke nakomelingen van Levi per vaderlijke familie en familietak.
Tel iedereen van 1 maand of ouder.

Mozes telde hen op bevel van de HEERE, precies zoals hem was opgedragen.
De families en taken van de Levieten
Levi's zonen heetten Gerson, Kahath en Merari.
De zonen van Gerson, ingedeeld per familie, waren Libni en Simeï.
De zonen van Kahath, ingedeeld per familie, waren Amram, Izhar, Hebron en Uzziël.
De zonen van Merari, ingedeeld per familie, waren Maheli en Musi.
Dit waren de families waarin de Levieten naar hun voorouders werden ingedeeld.
Van Gerson stamden de families van de Libnieten en Simeïeten af.
Samen vormden zij de families van de Gersonieten.
Er werden 7.500 mannelijke nakomelingen van 1 maand of ouder geteld.
De families van de Gersonieten moesten achter de tabernakel kamperen, aan de westkant.
Eljasaf, de zoon van Laël, was leider van de vaderlijke familie van de Gersonieten.
Bij de ontmoetingstent waren de Gersonieten verantwoordelijk voor de tabernakel, de tent, haar dekkleed en het gordijn voor de ingang.
Ook zorgden zij voor de gordijnen rondom de voorhof, het gordijn bij de poort, alle touwen en al het bijbehorende werk.
Van Kahath stamden de families van de Amramieten, Izharieten, Hebronieten en Uzziëlieten af.
Samen vormden zij de families van de Kohathieten.
Er werden 8.600 mannelijke nakomelingen van 1 maand of ouder geteld.
Zij waren verantwoordelijk voor het heiligdom.
De families van de Kohathieten moesten aan de zuidkant van de tabernakel kamperen.
Elisafan, de zoon van Uzziël, was leider van de vaderlijke families van de Kohathieten.
Zij waren verantwoordelijk voor de ark, tafel, kandelaar, altaren, heilige voorwerpen en het afschermende voorhangsel.
Ook al het bijbehorende werk hoorde bij hun taak.
Eleazar, de zoon van de priester Aäron, was de hoogste leider van de Levieten.
Hij hield toezicht op iedereen die voor het heiligdom zorgde.
Van Merari stamden de families van de Mahelieten en Musieten af.
Samen vormden zij de families van Merari.
Er werden 6.200 mannelijke nakomelingen van 1 maand of ouder geteld.
Zuriël, de zoon van Abihaïl, was leider van de vaderlijke families van Merari.
Zij moesten aan de noordkant van de tabernakel kamperen.
De Merarieten waren verantwoordelijk voor de planken, dwarsbalken, palen, voetstukken en alle overige voorwerpen en werkzaamheden van de tabernakel.
Ook zorgden zij voor de palen, voetstukken, pinnen en touwen rondom de voorhof.
Mozes, Aäron en zijn zonen moesten vóór de tabernakel kamperen, aan de oostkant bij de ingang van de ontmoetingstent.
Zij bewaakten het heiligdom namens de Israëlieten.
Iedere onbevoegde die naderde, moest worden gedood.
De telling van de Levieten
Mozes en Aäron telden op bevel van de HEERE alle mannelijke Levieten van 1 maand of ouder, per familie.
In totaal waren het 22.000.
De HEERE zei tegen Mozes: Tel alle mannelijke eerstgeborenen onder de Israëlieten die 1 maand of ouder zijn.
Registreer hen afzonderlijk bij naam.

Neem voor mij de Levieten in plaats van alle mannelijke eerstgeborenen van de Israëlieten.
Ik ben de HEERE.
Neem ook de dieren van de Levieten in plaats van alle eerstgeboren dieren van de Israëlieten.

Mozes telde alle eerstgeborenen onder de Israëlieten, zoals de HEERE hem had opgedragen.
Er werden 22.273 mannelijke eerstgeborenen van 1 maand of ouder afzonderlijk bij naam geteld.
Het losgeld voor de overgebleven eerstgeborenen
De HEERE sprak tegen Mozes:
Neem de Levieten in plaats van alle mannelijke eerstgeborenen van de Israëlieten.
Neem de dieren van de Levieten in plaats van de eerstgeboren dieren van de Israëlieten.
De Levieten behoren aan mij.
Ik ben de HEERE!

Er zijn 273 mannelijke eerstgeborenen meer dan Levieten.
Zij moeten worden vrijgekocht.

Vraag voor ieder van hen vijf heiligdomssikkels, ongeveer 55 gram zilver.
Eén heiligdomssikkel telt 20 gera.

Geef dit losgeld voor de 273 overgebleven mannelijke eerstgeborenen aan Aäron en zijn zonen.
Mozes inde het losgeld voor de eerstgeborenen die niet door een Leviet konden worden vervangen.
Hij ontving van de eerstgeboren Israëlieten 1.365 heiligdomssikkels.
Mozes gaf het losgeld aan Aäron en zijn zonen.
Zo voerde hij het bevel uit dat de HEERE hem had gegeven.

Download hoofdstuk als tekstbestand