Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

Numeri 27

De dochters van Zelafead, en Jozua als opvolger

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 3 minuten
Het erfrecht van dochters
Toen kwamen de dochters van Zelafead naar voren.
Zelafead was de zoon van Hefer, de zoon van Gilead, de zoon van Machir, de zoon van Manasse.
Hij hoorde bij de families van Manasse, de zoon van Jozef.
Zijn dochters heetten Machla, Noa, Hogla, Milka en Tirza.
Zij gingen staan voor Mozes, de priester Eleazar, de leiders en de hele gemeenschap, bij de ingang van de ontmoetingstent.
Zij zeiden:
Onze vader is in de woestijn gestorven.
Hij hoorde niet bij de aanhangers van Korach, die zich tegen de HEERE verzamelden.
Hij is gestorven om zijn eigen zonde, en hij had geen zonen.

Waarom zou de naam van onze vader uit zijn familie verdwijnen, omdat hij geen zoon had?
Geef ons een eigen bezit tussen de broers van onze vader.

Mozes legde hun zaak voor aan de HEERE.
De HEERE zei tegen Mozes:
De dochters van Zelafead hebben gelijk.
Geef hun beslist een erfelijk bezit tussen de broers van hun vader.
Laat het erfdeel van hun vader op hen overgaan.

Zeg tegen de Israëlieten: Als iemand sterft zonder een zoon na te laten, geven jullie zijn erfdeel aan zijn dochter.
Heeft hij geen dochter, geef zijn erfdeel dan aan zijn broers.
Heeft hij geen broers, geef zijn erfdeel dan aan de broers van zijn vader.
Heeft zijn vader geen broers, geef zijn erfdeel dan aan zijn naaste bloedverwant in zijn familie.
Die krijgt het in bezit.

Dit werd voor de Israëlieten een wettelijke regel, zoals de HEERE Mozes had opgedragen.
Mozes mag het land zien
Daarna zei de HEERE tegen Mozes: Ga deze berg in het Abarimgebergte op en bekijk het land dat ik aan de Israëlieten gegeven heb.
Als je het gezien hebt, ga ook jij naar je voorouders, net als je broer Aäron.
Want jullie zijn in de woestijn Zin tegen mijn bevel in gegaan, toen de gemeenschap ruzie maakte.
Jullie hebben mij toen bij het water niet voor hun ogen als heilig laten zien.

Dat is het water van Meriba bij Kades, in de woestijn Zin.
Jozua wordt aangesteld
Toen zei Mozes tegen de HEERE:
Laat de HEERE, de God die alle leven de adem geeft, een man over deze gemeenschap aanstellen.
Laat hij voor hen uit gaan en voor hen terugkomen, en hen naar buiten en naar binnen leiden.
Dan is de gemeenschap van de HEERE niet als schapen zonder herder.

De HEERE zei tegen Mozes: Neem Jozua, de zoon van Nun, een man in wie de Geest is.
Leg je hand op hem.

Laat hem voor de priester Eleazar en de hele gemeenschap staan, en geef hem voor hun ogen zijn opdracht.
Geef hem een deel van je aanzien, zodat de hele gemeenschap van Israël naar hem luistert.
Hij moet voor de priester Eleazar gaan staan.
Die zal voor hem de HEERE raadplegen met de Urim.
Op zijn bevel trekken zij uit en op zijn bevel komen zij terug: hij, alle Israëlieten met hem en de hele gemeenschap.

Mozes deed wat de HEERE hem had opgedragen.
Hij nam Jozua en liet hem voor de priester Eleazar en de hele gemeenschap staan.
Hij legde zijn handen op hem en gaf hem zijn opdracht, zoals de HEERE via Mozes gezegd had.

Download hoofdstuk als tekstbestand