Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
Numeri 23
De eerste twee spreuken van Bileam
De eerste spreuk
Bileam zei tegen Balak: Bouw hier zeven altaren voor mij en maak hier zeven stieren en zeven rammen voor mij klaar.
Balak deed wat Bileam gezegd had.
Balak en Bileam offerden op elk altaar een stier en een ram.
Balak en Bileam offerden op elk altaar een stier en een ram.
Toen zei Bileam tegen Balak: Blijf bij uw brandoffer staan, dan ga ik weg.
Misschien komt de HEERE mij tegemoet.
Wat Hij mij laat zien, zal ik u vertellen.
Toen ging hij een kale heuvel op.
Misschien komt de HEERE mij tegemoet.
Wat Hij mij laat zien, zal ik u vertellen.
Toen ging hij een kale heuvel op.
God kwam Bileam tegemoet, en Bileam zei tegen Hem: Ik heb zeven altaren gebouwd en op elk altaar een stier en een ram geofferd.
De HEERE legde Bileam een woord in de mond en zei: Ga terug naar Balak en spreek zo.
Hij ging terug naar Balak.
Die stond nog bij zijn brandoffer, samen met alle vorsten van Moab.
Die stond nog bij zijn brandoffer, samen met alle vorsten van Moab.
Toen sprak Bileam zijn spreuk uit: Balak, de koning van Moab, heeft mij uit Aram laten halen, uit de bergen in het oosten.
Hij zei: Kom, vervloek Jakob voor mij.
Kom, verwens Israël.
Hij zei: Kom, vervloek Jakob voor mij.
Kom, verwens Israël.
Hoe kan ik vervloeken wie God niet vervloekt?
Hoe kan ik iemand verwensen die de HEERE niet verwenst?
Hoe kan ik iemand verwensen die de HEERE niet verwenst?
Van de top van de rotsen zie ik het, van de heuvels kijk ik ernaar uit.
Zie, dat volk woont apart.
Het rekent zich niet tot de andere volken.
Zie, dat volk woont apart.
Het rekent zich niet tot de andere volken.
Wie kan het stof van Jakob tellen, of zelfs een vierde deel van Israël?
Laat mij sterven zoals de oprechten sterven.
Laat mijn einde zijn zoals het zijne.
Laat mij sterven zoals de oprechten sterven.
Laat mijn einde zijn zoals het zijne.
Toen zei Balak tegen Bileam: Wat hebt u mij aangedaan?
Ik heb u gehaald om mijn vijanden te vervloeken, maar u hebt hen alleen maar gezegend.
Ik heb u gehaald om mijn vijanden te vervloeken, maar u hebt hen alleen maar gezegend.
Bileam antwoordde: Moet ik er niet voor zorgen dat ik precies zeg wat de HEERE mij in de mond legt?
De tweede spreuk
Balak zei tegen hem: Kom toch met mij mee naar een andere plek, van waar u het volk kunt zien.
U zult alleen de rand ervan zien, niet het hele volk.
Vervloek het van daar voor mij.
U zult alleen de rand ervan zien, niet het hele volk.
Vervloek het van daar voor mij.
Hij nam hem mee naar het veld van Zofim, op de top van de Pisga.
Daar bouwde hij zeven altaren en offerde op elk altaar een stier en een ram.
Daar bouwde hij zeven altaren en offerde op elk altaar een stier en een ram.
Bileam zei tegen Balak: Blijf hier bij uw brandoffer staan, dan ga ik daar de HEERE tegemoet.
De HEERE kwam Bileam tegemoet.
Hij legde hem een woord in de mond en zei: Ga terug naar Balak en spreek zo.
Hij legde hem een woord in de mond en zei: Ga terug naar Balak en spreek zo.
Bileam kwam bij hem terug.
Balak stond bij zijn brandoffer, en de vorsten van Moab stonden bij hem.
Balak vroeg hem: Wat heeft de HEERE gezegd?
Balak stond bij zijn brandoffer, en de vorsten van Moab stonden bij hem.
Balak vroeg hem: Wat heeft de HEERE gezegd?
Toen sprak Bileam zijn spreuk uit: Sta op, Balak, en luister!
Hoor goed naar mij, zoon van Zippor.
Hoor goed naar mij, zoon van Zippor.
God is geen mens, dat Hij zou liegen.
Hij is geen mensenkind, dat Hij spijt zou krijgen.
Zou Hij iets zeggen en het niet doen?
Zou Hij iets beloven en het niet waarmaken?
Hij is geen mensenkind, dat Hij spijt zou krijgen.
Zou Hij iets zeggen en het niet doen?
Zou Hij iets beloven en het niet waarmaken?
Zie, ik heb opdracht gekregen om te zegenen.
Hij heeft gezegend, en ik kan dat niet ongedaan maken.
Hij heeft gezegend, en ik kan dat niet ongedaan maken.
Hij ziet geen onrecht in Jakob en geen kwaad in Israël.
De HEERE, zijn God, is met hem.
Bij hem klinkt gejuich voor de Koning.
De HEERE, zijn God, is met hem.
Bij hem klinkt gejuich voor de Koning.
God heeft hen uit Egypte geleid.
Het volk heeft de kracht van een wilde os.
Het volk heeft de kracht van een wilde os.
Want er is geen toverij tegen Jakob en geen waarzeggerij tegen Israël.
Voortaan zal men over Jakob en Israël zeggen: Kijk wat God gedaan heeft!
Voortaan zal men over Jakob en Israël zeggen: Kijk wat God gedaan heeft!
Zie, dit volk staat op als een leeuwin en richt zich op als een leeuw.
Het gaat niet liggen voordat het zijn prooi heeft verslonden en het bloed van de gedoden gedronken.
Het gaat niet liggen voordat het zijn prooi heeft verslonden en het bloed van de gedoden gedronken.
Toen zei Balak tegen Bileam: Als u het volk niet vervloekt, zegen het dan ook zeker niet!
Maar Bileam antwoordde Balak: Heb ik u niet gezegd: Alles wat de HEERE zegt, dat moet ik doen?
Naar de top van de Peor
Balak zei tegen Bileam: Kom toch, ik neem u mee naar een andere plek.
Misschien vindt die God het goed dat u het volk van daar voor mij vervloekt.
Misschien vindt die God het goed dat u het volk van daar voor mij vervloekt.
Balak nam Bileam mee naar de top van de Peor, die uitkijkt over de wildernis.
Bileam zei tegen Balak: Bouw hier zeven altaren voor mij en maak hier zeven stieren en zeven rammen voor mij klaar.
Balak deed wat Bileam gezegd had en offerde op elk altaar een stier en een ram.