Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

Numeri 21

De koperen slang, en overwinningen onderweg

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 6 minuten
De overwinning bij Horma
De Kanaänitische koning van Arad, die in het zuiden woonde, hoorde dat Israël langs de weg van de verkenners kwam.
Hij viel Israël aan en nam er enkelen gevangen.
Toen deed Israël een gelofte aan de HEERE: Als U dit volk in onze macht geeft, slaan wij hun steden met de ban.
De HEERE luisterde naar Israël en gaf de Kanaänieten in hun macht.
Zij sloegen hen en hun steden met de ban.
Daarom noemde men die plaats Horma.
De koperen slang
Vanaf de berg Hor trokken zij verder in de richting van de Schelfzee, om het land van Edom heen.
Maar onderweg raakte het volk ontmoedigd.
Het volk sprak tegen God en tegen Mozes: Waarom hebt u ons uit Egypte gehaald om in de woestijn te sterven?
Er is hier geen brood en geen water, en wij walgen van dat karige voedsel.

Toen stuurde de HEERE giftige slangen op het volk af.
Zij beten het volk, en veel Israëlieten stierven.
Het volk kwam naar Mozes en zei: Wij hebben gezondigd, want wij hebben tegen de HEERE en tegen u gesproken.
Bid tot de HEERE dat Hij de slangen bij ons weghaalt.

En Mozes bad voor het volk.
De HEERE zei tegen Mozes: Maak een giftige slang en zet die op een paal.
Wie gebeten is en ernaar kijkt, blijft in leven.

Mozes maakte een koperen slang en zette die op een paal.
Als iemand door een slang gebeten was en naar de koperen slang keek, bleef hij in leven.
De tocht naar Moab
De Israëlieten trokken verder en sloegen hun kamp op in Oboth.
Van Oboth trokken zij verder en sloegen hun kamp op bij Ije-Abarim, in de woestijn ten oosten van Moab.
Van daar trokken zij verder en sloegen hun kamp op in het dal van de Zered.
Van daar trokken zij verder en sloegen hun kamp op aan de overkant van de Arnon.
Dat ligt in de woestijn die uitloopt op het gebied van de Amorieten.
De Arnon is de grens van Moab, tussen Moab en de Amorieten.
Daarom staat er in het boek van de oorlogen van de HEERE: Waheb in Sufa, en de beken van de Arnon,
en de helling van de dalen die afloopt naar Ar en aansluit bij de grens van Moab.
Van daar trokken zij naar Beer.
Dat is de put waarover de HEERE tegen Mozes zei: Roep het volk bijeen, dan zal ik hun water geven.
Toen zong Israël dit lied: Put, spring op!
Zing voor hem!

Put, gegraven door vorsten, uitgediept door de edelen van het volk, met een scepter en met hun staven.
Van de woestijn trokken zij verder naar Mattana.
Van Mattana trokken zij naar Nahaliel, en van Nahaliel naar Bamoth.
Van Bamoth trokken zij naar het dal in de vlakte van Moab, bij de top van de Pisga, die uitkijkt over de wildernis.
Sihon en Og verslagen
Israël stuurde boden naar Sihon, de koning van de Amorieten, met deze boodschap:
Laat mij door uw land trekken.
Wij gaan niet door akkers of wijngaarden en drinken geen water uit de putten.
Wij volgen de koningsweg, tot wij door uw gebied zijn.

Maar Sihon liet Israël niet door zijn gebied trekken.
Hij bracht zijn hele leger bijeen en trok Israël tegemoet de woestijn in.
Bij Jahaz viel hij Israël aan.
Maar Israël versloeg hem met het zwaard.
Het nam zijn land in bezit, van de Arnon tot de Jabbok, tot aan het gebied van de Ammonieten.
De grens van de Ammonieten was namelijk sterk verdedigd.
Zo nam Israël al deze steden in.
Israël ging wonen in alle steden van de Amorieten, in Hesbon en in alle dorpen eromheen.
Hesbon was de stad van Sihon, de koning van de Amorieten.
Hij had tegen de vorige koning van Moab gestreden en hem zijn hele land tot aan de Arnon afgenomen.
Daarom zeggen de dichters: Kom naar Hesbon!
Laat de stad van Sihon herbouwd en versterkt worden.

Want er ging vuur uit van Hesbon, een vlam uit de stad van Sihon.
Die verteerde Ar in Moab en de heersers over de hoogten van de Arnon.

Wee jou, Moab!
Je bent verloren, volk van Kemos.
Hij liet zijn zonen vluchten en zijn dochters in gevangenschap gaan, aan Sihon, de koning van de Amorieten.

Maar wij hebben hen neergeschoten.
Hesbon is verwoest tot Dibon toe.
Wij hebben alles verwoest tot Nofah, dat tot aan Medeba reikt.

Zo ging Israël wonen in het land van de Amorieten.
Mozes stuurde mannen om Jazer te verkennen.
Zij namen de dorpen eromheen in en verdreven de Amorieten die daar woonden.
Toen keerden zij om en trokken de weg naar Basan op.
Og, de koning van Basan, trok hun met zijn hele leger tegemoet om bij Edreï te strijden.
De HEERE zei tegen Mozes: Wees niet bang voor hem, want ik geef hem, zijn hele volk en zijn land in jouw macht.
Doe met hem wat je gedaan hebt met Sihon, de koning van de Amorieten, die in Hesbon woonde.

Zij versloegen hem, zijn zonen en zijn hele volk, zodat er niemand van hem overbleef.
En zij namen zijn land in bezit.

Download hoofdstuk als tekstbestand