Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

Numeri 19

De rode koe en het water tegen onreinheid

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 4 minuten
De as van de rode koe
De HEERE zei tegen Mozes en Aäron:
Dit is een voorschrift uit de wet die de HEERE gegeven heeft.
Zeg tegen de Israëlieten dat zij jou een rode koe brengen zonder enig gebrek, die nog nooit een juk heeft gedragen.

Geef haar aan de priester Eleazar.
Hij brengt haar buiten het kamp, en daar wordt zij voor zijn ogen geslacht.

De priester Eleazar neemt met zijn vinger wat van haar bloed.
Hij sprenkelt het zeven keer in de richting van de voorkant van de ontmoetingstent.

Dan wordt de koe voor zijn ogen verbrand: haar huid, haar vlees en haar bloed, met de mest erbij.
De priester neemt cederhout, hysop en scharlakenrode wol en gooit dat midden in het vuur waarin de koe verbrandt.
Daarna wast de priester zijn kleren en baadt hij zich in water.
Dan mag hij het kamp in, maar hij blijft onrein tot de avond.

Ook wie de koe verbrand heeft, wast zijn kleren in water en baadt zich.
Hij blijft onrein tot de avond.

Een man die rein is, verzamelt de as van de koe en legt die buiten het kamp op een reine plaats.
Daar wordt zij bewaard voor de gemeenschap van Israël, voor het reinigingswater.
Het is een middel tegen zonde.

Wie de as heeft verzameld, wast zijn kleren en blijft onrein tot de avond.
Dit is een blijvende regel voor de Israëlieten en voor de vreemdeling die bij hen woont.

Wie een dode aanraakt
Wie een dode aanraakt, het lichaam van een gestorven mens, is zeven dagen onrein.
Op de derde dag reinigt hij zich met dat water, en op de zevende dag is hij rein.
Maar reinigt hij zich niet op de derde dag, dan is hij op de zevende dag ook niet rein.

Iedereen die een gestorven mens aanraakt en zich niet reinigt, maakt de tabernakel van de HEERE onrein.
Die persoon wordt uit Israël verwijderd.
Het reinigingswater is niet op hem gesprenkeld, dus hij blijft onrein; zijn onreinheid rust nog op hem.

Dit is de regel als iemand in een tent sterft: iedereen die de tent binnengaat en iedereen die erin is, is zeven dagen onrein.
Ook elk open vat zonder dichtgebonden deksel is onrein.
Wie buiten in het veld iemand aanraakt die met het zwaard is gedood, is zeven dagen onrein.
Dat geldt ook voor wie een dode, een menselijk bot of een graf aanraakt.

Voor wie onrein is, neemt men wat van de as van het verbrande zondoffer.
Men doet die in een vat en giet er stromend water bij.

Een man die rein is, doopt hysop in dat water.
Hij sprenkelt het op de tent, op alle voorwerpen en op de mensen die er waren.
Hij sprenkelt het ook op wie een bot, een gedode, een dode of een graf heeft aangeraakt.

De reine sprenkelt op de derde en op de zevende dag op de onreine.
Op de zevende dag is hij gereinigd.
Hij wast zijn kleren, baadt zich in water en is 's avonds rein.

Maar wie onrein is en zich niet reinigt, wordt uit de gemeenschap verwijderd.
Hij heeft het heiligdom van de HEERE onrein gemaakt.
Het reinigingswater is niet op hem gesprenkeld; hij is onrein.

Dit is voor hen een blijvende regel.
Wie het reinigingswater sprenkelt, moet zijn kleren wassen.
Ook wie het reinigingswater aanraakt, is onrein tot de avond.

Alles wat de onreine aanraakt, wordt onrein.
En wie dat aanraakt, is onrein tot de avond.

Download hoofdstuk als tekstbestand