Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
Numeri 16
De opstand van Korach
Korach en zijn aanhang komen in opstand
Korach, de zoon van Jizhar, de zoon van Kehath, de zoon van Levi, kwam in opstand.
Met hem deden Dathan en Abiram mee, de zonen van Eliab, en On, de zoon van Peleth, uit de stam Ruben.
Met hem deden Dathan en Abiram mee, de zonen van Eliab, en On, de zoon van Peleth, uit de stam Ruben.
Zij kwamen in verzet tegen Mozes, samen met tweehonderdvijftig Israëlieten.
Dat waren leiders van de gemeenschap, gekozen vertegenwoordigers en bekende mannen.
Dat waren leiders van de gemeenschap, gekozen vertegenwoordigers en bekende mannen.
Zij kwamen bijeen tegenover Mozes en Aäron en zeiden tegen hen: Jullie gaan te ver.
De hele gemeenschap is heilig, allemaal, en de HEERE is midden onder hen.
Waarom stellen jullie je dan boven de gemeenschap van de HEERE?
De hele gemeenschap is heilig, allemaal, en de HEERE is midden onder hen.
Waarom stellen jullie je dan boven de gemeenschap van de HEERE?
Toen Mozes dat hoorde, viel hij op zijn gezicht.
Hij zei tegen Korach en al zijn aanhangers: Morgenvroeg zal de HEERE laten zien wie van Hem is en wie heilig is.
Wie Hij gekozen heeft, laat Hij bij zich komen.
Wie Hij gekozen heeft, laat Hij bij zich komen.
Doe dit, Korach, jij en al je aanhangers: neem wierookvaten.
Doe er morgen vuur in en leg er reukwerk op voor de HEERE.
De man die de HEERE kiest, die is heilig.
Jullie gaan te ver, zonen van Levi.
De man die de HEERE kiest, die is heilig.
Jullie gaan te ver, zonen van Levi.
Mozes zei verder tegen Korach: Luister toch, zonen van Levi.
Is het jullie niet genoeg dat de God van Israël jullie uit de gemeenschap van Israël heeft apart gezet?
Hij liet jullie bij zich komen om het werk in de tabernakel van de HEERE te doen en de gemeenschap te dienen.
Hij liet jullie bij zich komen om het werk in de tabernakel van de HEERE te doen en de gemeenschap te dienen.
Hij heeft jou en al je broers, de Levieten, bij zich laten komen.
Willen jullie nu ook nog het priesterschap?
Willen jullie nu ook nog het priesterschap?
Daarom ben jij met al je aanhangers eigenlijk tegen de HEERE in opstand gekomen.
Want wie is Aäron, dat jullie tegen hem mopperen?
Want wie is Aäron, dat jullie tegen hem mopperen?
Dathan en Abiram weigeren
Mozes liet Dathan en Abiram, de zonen van Eliab, roepen.
Maar zij zeiden: Wij komen niet.
Maar zij zeiden: Wij komen niet.
Je hebt ons weggehaald uit een land dat overvloeit van melk en honing, om ons in de woestijn te laten sterven.
Is dat niet genoeg?
Moet je ook nog de baas over ons spelen?
Is dat niet genoeg?
Moet je ook nog de baas over ons spelen?
Je hebt ons niet in een land gebracht dat overvloeit van melk en honing.
Je hebt ons geen akkers en wijngaarden gegeven.
Denk je deze mannen zand in de ogen te strooien?
Wij komen niet.
Je hebt ons geen akkers en wijngaarden gegeven.
Denk je deze mannen zand in de ogen te strooien?
Wij komen niet.
Mozes werd heel kwaad en zei tegen de HEERE: Neem hun offer niet aan.
Ik heb van niemand van hen ook maar een ezel afgenomen, en niemand van hen kwaad gedaan.
Ik heb van niemand van hen ook maar een ezel afgenomen, en niemand van hen kwaad gedaan.
De proef met de wierookvaten
Mozes zei tegen Korach: Kom morgen met al je aanhangers voor de HEERE staan: jij, zij en ook Aäron.
Laat ieder zijn wierookvat nemen, er reukwerk in doen en het voor de HEERE brengen: tweehonderdvijftig wierookvaten.
Ook jij en Aäron nemen ieder een wierookvat.
Ook jij en Aäron nemen ieder een wierookvat.
Zij namen ieder hun wierookvat en deden er vuur en reukwerk in.
Toen gingen zij bij de ingang van de ontmoetingstent staan, samen met Mozes en Aäron.
Toen gingen zij bij de ingang van de ontmoetingstent staan, samen met Mozes en Aäron.
Korach bracht de hele gemeenschap tegen hen bijeen bij de ingang van de ontmoetingstent.
Toen verscheen de heerlijkheid van de HEERE aan de hele gemeenschap.
Toen verscheen de heerlijkheid van de HEERE aan de hele gemeenschap.
De HEERE zei tegen Mozes en Aäron:
Ga weg uit het midden van deze gemeenschap, dan maak ik in een oogwenk een einde aan hen.
Maar zij vielen op hun gezicht en zeiden: O God, God die alle leven de adem geeft!
Een man heeft gezondigd, en wilt U dan kwaad worden op de hele gemeenschap?
Een man heeft gezondigd, en wilt U dan kwaad worden op de hele gemeenschap?
De HEERE zei tegen Mozes:
Zeg tegen de gemeenschap: Ga weg uit de buurt van de tenten van Korach, Dathan en Abiram.
De aarde opent zich
Mozes stond op en ging naar Dathan en Abiram, en de oudsten van Israël gingen met hem mee.
Hij zei tegen de gemeenschap: Ga weg van de tenten van deze slechte mannen en raak niets aan van wat van hen is.
Anders komen jullie om door al hun zonden.
Anders komen jullie om door al hun zonden.
Zij gingen weg uit de buurt van de tenten van Korach, Dathan en Abiram.
Dathan en Abiram waren naar buiten gekomen en stonden bij de ingang van hun tenten, met hun vrouwen, hun zonen en hun kleine kinderen.
Dathan en Abiram waren naar buiten gekomen en stonden bij de ingang van hun tenten, met hun vrouwen, hun zonen en hun kleine kinderen.
Mozes zei: Hieraan zullen jullie merken dat de HEERE mij gestuurd heeft om dit alles te doen, en dat het niet uit mijzelf komt.
Sterven deze mannen zoals alle mensen sterven, en treft hen wat ieder mens treft, dan heeft de HEERE mij niet gestuurd.
Maar misschien doet de HEERE iets ongekends.
De aarde opent dan haar mond en verslindt hen met alles wat van hen is, zodat zij levend in het dodenrijk verdwijnen.
Dan zullen jullie weten dat deze mannen de HEERE hebben geminacht.
De aarde opent dan haar mond en verslindt hen met alles wat van hen is, zodat zij levend in het dodenrijk verdwijnen.
Dan zullen jullie weten dat deze mannen de HEERE hebben geminacht.
Toen hij dit alles gezegd had, spleet de grond onder hen open.
De aarde opende haar mond en verslond hen, met hun gezinnen, met alle mensen die bij Korach hoorden en met al hun bezit.
Zij verdwenen levend in het dodenrijk, met alles wat van hen was.
De aarde sloot zich boven hen, en zij verdwenen uit het midden van de gemeenschap.
De aarde sloot zich boven hen, en zij verdwenen uit het midden van de gemeenschap.
Alle Israëlieten die om hen heen stonden, vluchtten weg bij hun geschreeuw.
Zij riepen: Straks verslindt de aarde ons ook.
Zij riepen: Straks verslindt de aarde ons ook.
Toen ging er vuur uit van de HEERE dat de tweehonderdvijftig mannen verteerde die het reukwerk hadden gebracht.
De wierookvaten als herinnering
De HEERE zei tegen Mozes:
Zeg tegen Eleazar, de zoon van de priester Aäron, dat hij de wierookvaten uit het vuur haalt en de gloeiende kolen ver weg strooit.
Want de wierookvaten zijn heilig.
Want de wierookvaten zijn heilig.
Het zijn de wierookvaten van de mannen die door hun zonde hun leven verloren.
Laat men er platen van slaan om het altaar te bekleden.
Zij zijn voor de HEERE gebracht en daarom heilig.
Zo worden zij een teken voor de Israëlieten.
Laat men er platen van slaan om het altaar te bekleden.
Zij zijn voor de HEERE gebracht en daarom heilig.
Zo worden zij een teken voor de Israëlieten.
De priester Eleazar nam de koperen wierookvaten die de verbrande mannen hadden gebracht, en men sloeg er platen van om het altaar te bekleden.
Het was een herinnering voor de Israëlieten dat niemand die geen nakomeling van Aäron is, reukwerk mag branden voor de HEERE.
Anders vergaat het hem zoals Korach en zijn aanhangers.
Zo had de HEERE het door Mozes gezegd.
Anders vergaat het hem zoals Korach en zijn aanhangers.
Zo had de HEERE het door Mozes gezegd.
Aäron houdt de plaag tegen
Maar de volgende dag mopperde de hele gemeenschap van Israël tegen Mozes en Aäron.
Zij zeiden: Jullie hebben het volk van de HEERE gedood.
Zij zeiden: Jullie hebben het volk van de HEERE gedood.
Toen de gemeenschap zich tegen Mozes en Aäron verzamelde en naar de ontmoetingstent keek, werd die bedekt door de wolk.
De heerlijkheid van de HEERE verscheen.
De heerlijkheid van de HEERE verscheen.
Mozes en Aäron gingen voor de ontmoetingstent staan.
De HEERE zei tegen Mozes:
Ga weg uit het midden van deze gemeenschap, dan maak ik in een oogwenk een einde aan hen.
Toen vielen zij op hun gezicht.
Toen vielen zij op hun gezicht.
Mozes zei tegen Aäron: Neem het wierookvat, doe er vuur van het altaar in en leg er reukwerk op.
Ga er snel mee naar de gemeenschap en doe verzoening voor hen.
De toorn van de HEERE is losgebarsten en de plaag is al begonnen.
Ga er snel mee naar de gemeenschap en doe verzoening voor hen.
De toorn van de HEERE is losgebarsten en de plaag is al begonnen.
Aäron deed wat Mozes gezegd had en rende midden in de gemeenschap.
De plaag was onder het volk al begonnen.
Hij legde reukwerk op het vuur en deed verzoening voor het volk.
De plaag was onder het volk al begonnen.
Hij legde reukwerk op het vuur en deed verzoening voor het volk.
Hij stond tussen de doden en de levenden, en zo kwam de plaag tot staan.
Er stierven veertienduizend zevenhonderd mensen aan de plaag, naast hen die door de zaak van Korach waren omgekomen.
Aäron ging terug naar Mozes bij de ingang van de ontmoetingstent.
De plaag was tot staan gekomen.
De plaag was tot staan gekomen.