Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
Micha 1
De HEERE komt uit Zijn plaats
De bergen smelten onder Hem
Het woord van de HEERE dat kwam tot Micha uit Moreset.
Dat was in de dagen van Jotham, Achaz en Hizkia, koningen van Juda.
Dit heeft hij gezien over Samaria en Jeruzalem.
Dat was in de dagen van Jotham, Achaz en Hizkia, koningen van Juda.
Dit heeft hij gezien over Samaria en Jeruzalem.
Hoor, alle volken!
Let op, aarde en alles wat daarop is.
De Heere HEERE zal getuige tegen jullie zijn, de Heere vanuit Zijn heilige tempel.
Let op, aarde en alles wat daarop is.
De Heere HEERE zal getuige tegen jullie zijn, de Heere vanuit Zijn heilige tempel.
Want kijk, de HEERE gaat uit Zijn plaats.
Hij daalt af en loopt over de hoogten van de aarde.
Hij daalt af en loopt over de hoogten van de aarde.
De bergen smelten onder Hem en de dalen scheuren open, als was voor het vuur, als water dat een helling af stort.
Dit alles gebeurt om de overtreding van Jakob en om de zonden van het volk van Israël.
Wat is het begin van de overtreding van Jakob?
Is dat niet Samaria?
En wat zijn de offerhoogten van Juda?
Is dat niet Jeruzalem?
Wat is het begin van de overtreding van Jakob?
Is dat niet Samaria?
En wat zijn de offerhoogten van Juda?
Is dat niet Jeruzalem?
Daarom zal ik Samaria tot een puinhoop in het veld maken, tot een plek om wijnstokken te planten.
Ik zal haar stenen het dal in storten en haar fundamenten blootleggen.
Ik zal haar stenen het dal in storten en haar fundamenten blootleggen.
Al haar gesneden beelden zullen verbrijzeld worden.
Al haar geschenken zullen met vuur verbrand worden.
Al haar afgoden zal ik tot een woestenij maken.
Want zij verzamelde ze van ontrouw en tot ontrouw zullen zij terugkeren.
Al haar geschenken zullen met vuur verbrand worden.
Al haar afgoden zal ik tot een woestenij maken.
Want zij verzamelde ze van ontrouw en tot ontrouw zullen zij terugkeren.
Een klacht over de steden
Daarom zal ik klagen en jammeren.
Ik zal blootsvoets en naakt rondlopen.
Ik zal huilen als de jakhalzen en treuren als de struisvogels.
Ik zal blootsvoets en naakt rondlopen.
Ik zal huilen als de jakhalzen en treuren als de struisvogels.
Want haar wonden zijn dodelijk.
Zij zijn zelfs tot Juda gekomen.
De plaag heeft de poort van mijn volk bereikt, tot aan Jeruzalem.
Zij zijn zelfs tot Juda gekomen.
De plaag heeft de poort van mijn volk bereikt, tot aan Jeruzalem.
Vertel het niet in Gath en huil niet zo luid.
Wentel je in het stof in Beth-Afra.
Wentel je in het stof in Beth-Afra.
Trek verder, bewoners van Safir, naakt en beschaamd.
De bewoners van Zaänan komen niet naar buiten.
In Beth-Haëzel wordt gerouwd; hij neemt zijn steun van jullie weg.
De bewoners van Zaänan komen niet naar buiten.
In Beth-Haëzel wordt gerouwd; hij neemt zijn steun van jullie weg.
De bewoners van Maroth wachten angstig op iets goeds.
Maar onheil daalde van de HEERE af, tot aan de poort van Jeruzalem.
Maar onheil daalde van de HEERE af, tot aan de poort van Jeruzalem.
Span de paarden voor de wagen, bewoners van Lachis.
Daar begon de zonde voor de dochter van Sion.
Want bij jullie zijn de overtredingen van Israël gevonden.
Daar begon de zonde voor de dochter van Sion.
Want bij jullie zijn de overtredingen van Israël gevonden.
Daarom moet je afscheidsgeschenken geven aan Moreset-Gath.
De huizen van Achzib zullen de koningen van Israël bedriegen.
De huizen van Achzib zullen de koningen van Israël bedriegen.
Ik zal een veroveraar naar je toe brengen, bewoners van Maresa.
De heerlijkheid van Israël zal komen tot aan Adullam.
De heerlijkheid van Israël zal komen tot aan Adullam.
Scheer je kaal om je geliefde kinderen.
Maak je hoofd zo kaal als een gier, want zij worden van jullie weggevoerd.
Maak je hoofd zo kaal als een gier, want zij worden van jullie weggevoerd.