Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Nieuwe Testament

Mattheüs 22

Uitgenodigd tot het feest en beproefd met vragen

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 5 minuten
De gelijkenis van het bruiloftsfeest
Jezus sprak opnieuw tot hen door middel van gelijkenissen:
Het koninkrijk van de hemel lijkt op een koning die voor zijn zoon een bruiloftsfeest organiseerde.
Hij stuurde zijn dienaren eropuit om de genodigden voor het feest te roepen, maar zij wilden niet komen.
Toen stuurde hij andere dienaren met de opdracht: Zeg tegen de genodigden: Mijn maaltijd staat klaar.
Mijn ossen en vetgemeste dieren zijn geslacht, en alles is gereed.
Kom naar het bruiloftsfeest!

De genodigden trokken zich er niets van aan.
De één ging naar zijn akker en de ander naar zijn bedrijf.

De overigen grepen de dienaren, mishandelden hen en doodden hen.
Toen de koning dit hoorde, werd hij woedend.
Hij stuurde zijn legers, liet de moordenaars ombrengen en stak hun stad in brand.

Daarna zei hij tegen zijn dienaren: Het bruiloftsfeest is klaar, maar de genodigden waren het niet waard.
Ga daarom de grote wegen op.
Nodig iedereen uit die jullie daar vinden.

De dienaren gingen de wegen op en verzamelden iedereen die ze vonden, slechte én goede mensen.
Zo vulde de feestzaal zich met gasten.

De koning kwam binnen om de gasten te bekijken.
Daar zag hij iemand die geen bruiloftskleding droeg.

Hij vroeg hem: Vriend, hoe bent u hier zonder bruiloftskleding binnengekomen?
De man wist niets te zeggen.

Toen zei de koning tegen zijn dienaren: Bind zijn handen en voeten.
Neem hem mee en gooi hem buiten in de diepste duisternis.
Daar zal hij huilen en knarsetanden.

Want veel mensen zijn geroepen, maar weinig zijn uitgekozen.
Belasting voor de keizer
Toen vertrokken de Farizeeën.
Ze overlegden hoe ze Jezus met Zijn eigen woorden in de val konden lokken.
Ze stuurden hun leerlingen samen met de Herodianen naar Hem toe.
Die zeiden: Meester, wij weten dat U oprecht bent en de weg van God eerlijk onderwijst.
U laat zich door niemand beïnvloeden en trekt niemand voor.

Vertel ons daarom wat U ervan vindt.
Is het toegestaan belasting aan de keizer te betalen of niet?

Maar Jezus doorzag hun kwade bedoeling en zei:
Huichelaars, waarom stellen jullie mij op de proef?
Laat mij de munt zien waarmee de belasting wordt betaald.

Ze brachten Hem een penning.
Hij vroeg hun: Van wie zijn deze afbeelding en dit opschrift?
Zij antwoordden: Van de keizer.
Toen zei Hij: Geef dan aan de keizer wat van de keizer is, en aan God wat van God is.
Toen zij dit hoorden, waren ze verbaasd.
Ze lieten Hem achter en gingen weg.
De opstanding en het huwelijk
Diezelfde dag kwamen Sadduceeën naar Jezus.
Zij beweren dat er geen opstanding uit de dood is.
Ze stelden Hem een vraag:
Meester, Mozes heeft gezegd: Als een getrouwde man kinderloos sterft, moet zijn broer met de weduwe trouwen.
Zo moet hij voor zijn overleden broer nakomelingen verwekken.

Nu waren er bij ons zeven broers.
De eerste trouwde en stierf kinderloos.
Hij liet zijn vrouw na aan zijn broer.

Met de tweede en de derde gebeurde hetzelfde, tot en met de zevende.
Als laatste van allemaal stierf ook de vrouw.
Van wie van de zeven is zij dan de vrouw bij de opstanding?
Ze zijn immers allemaal met haar getrouwd geweest.

Jezus antwoordde: Jullie hebben het mis, omdat jullie de Schriften en Gods kracht niet kennen.
Na de opstanding trouwen mannen en vrouwen niet.
Ze zijn dan als Gods engelen in de hemel.

Wat de opstanding van de doden betreft: hebben jullie niet gelezen wat God tegen jullie heeft gezegd?
Ik ben de God van Abraham, de God van Izak en de God van Jakob.
God is niet de God van doden, maar van levenden.

Toen de menigte dit hoorde, stond ze versteld van Zijn onderwijs.
Het belangrijkste gebod
De Farizeeën hoorden dat Jezus de Sadduceeën het zwijgen had opgelegd.
Daarom kwamen ze bij elkaar.
Een van hen was een wetgeleerde.
Hij stelde Jezus een vraag om Hem op de proef te stellen:
Meester, wat is het belangrijkste gebod in de wet?
Jezus antwoordde: Heb de Heere, uw God, lief met heel uw hart, heel uw ziel en heel uw verstand.
Dit is het eerste en belangrijkste gebod.
Het tweede gebod is daaraan gelijk: Heb uw naaste lief als uzelf.
Deze twee geboden vormen de basis van de hele wet en de profeten.
De Messias is Davids Zoon en Heere
Toen de Farizeeën bij elkaar waren, stelde Jezus hun een vraag.
Hij vroeg: Wat denken jullie over de Messias?
Wiens Zoon is Hij?

Zij antwoordden: Davids Zoon.
Jezus vroeg hun: Waarom noemt David Hem dan, geleid door de Geest, zijn Heere?
David zegt namelijk:
De Heere zei tegen mijn Heere: Ga aan mijn rechterhand zitten, totdat ik Uw vijanden als een voetbank onder Uw voeten leg.
Als David Hem dus zijn Heere noemt, hoe kan Hij dan tegelijk zijn Zoon zijn?
Niemand kon Hem daarop antwoorden.
Vanaf die dag durfde niemand Hem nog iets te vragen.

Download hoofdstuk als tekstbestand