Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Nieuwe Testament
Mattheüs 21
De Koning komt en stelt de leiders ter verantwoording
Jezus trekt Jeruzalem binnen
Toen zij Jeruzalem naderden, kwamen ze bij Bethfagé aan de Olijfberg.
Daar stuurde Jezus twee leerlingen vooruit.
Hij zei tegen hen:
Daar stuurde Jezus twee leerlingen vooruit.
Hij zei tegen hen:
Ga naar het dorp tegenover jullie.
Daar vinden jullie meteen een vastgebonden ezelin met haar veulen.
Maak ze los en breng ze bij mij.
Daar vinden jullie meteen een vastgebonden ezelin met haar veulen.
Maak ze los en breng ze bij mij.
Als iemand jullie daarover aanspreekt, zeg dan: De Heere heeft ze nodig.
Dan zal hij ze meteen meegeven.
Dan zal hij ze meteen meegeven.
Dit gebeurde om in vervulling te laten gaan wat de profeet had gezegd:
Zeg tegen dochter Sion: Kijk, uw koning komt naar u toe.
Hij is zachtmoedig en rijdt op een ezel, op het veulen van een lastdier.
Hij is zachtmoedig en rijdt op een ezel, op het veulen van een lastdier.
De leerlingen gingen op weg en deden wat Jezus hun had opgedragen.
Ze brachten de ezelin en het veulen.
Ze legden hun mantels op de dieren en Jezus ging erop zitten.
Ze legden hun mantels op de dieren en Jezus ging erop zitten.
De meeste mensen spreidden hun mantels over de weg.
Anderen sneden takken van de bomen en legden die op de weg.
Anderen sneden takken van de bomen en legden die op de weg.
De mensen voor en achter Jezus riepen: Hosanna voor de Zoon van David!
Gezegend is Hij die komt in de naam van de Heere!
Hosanna in de hoogste hemel!
Gezegend is Hij die komt in de naam van de Heere!
Hosanna in de hoogste hemel!
Toen Jezus Jeruzalem binnenkwam, raakte de hele stad in beroering.
De inwoners vroegen: Wie is deze man?
De inwoners vroegen: Wie is deze man?
De menigte antwoordde: Dit is Jezus, de profeet uit Nazareth in Galilea.
Jezus reinigt de tempel
Jezus ging Gods tempel binnen en joeg iedereen weg die daar handelde.
Hij gooide de tafels van geldwisselaars en de stoelen van duivenverkopers om.
Hij gooide de tafels van geldwisselaars en de stoelen van duivenverkopers om.
Hij zei tegen hen: Er staat geschreven: Mijn huis zal een huis van gebed worden genoemd.
Maar jullie hebben er een rovershol van gemaakt.
Maar jullie hebben er een rovershol van gemaakt.
In de tempel kwamen blinde en verlamde mensen naar Hem toe, en Hij genas hen.
De overpriesters en schriftgeleerden zagen Zijn wonderen.
Ook hoorden ze de kinderen in de tempel roepen: Hosanna voor de Zoon van David!
Daar werden zij zeer verontwaardigd over.
Ook hoorden ze de kinderen in de tempel roepen: Hosanna voor de Zoon van David!
Daar werden zij zeer verontwaardigd over.
Ze vroegen Jezus: Hoort U wat deze kinderen zeggen?
Jezus antwoordde: Ja.
Hebben jullie nooit gelezen: Uit de mond van kinderen en baby's hebt U lof laten klinken?
Jezus antwoordde: Ja.
Hebben jullie nooit gelezen: Uit de mond van kinderen en baby's hebt U lof laten klinken?
Toen liet Hij hen achter.
Hij verliet de stad en ging naar Bethanië, waar Hij overnachtte.
Hij verliet de stad en ging naar Bethanië, waar Hij overnachtte.
De verdorde vijgenboom
Toen Jezus de volgende ochtend naar de stad terugging, kreeg Hij honger.
Langs de weg zag Hij een vijgenboom.
Hij ging erheen, maar vond alleen bladeren.
Daarom zei Hij tegen de boom: Er zal nooit meer vrucht aan u groeien!
Meteen verdorde de vijgenboom.
Hij ging erheen, maar vond alleen bladeren.
Daarom zei Hij tegen de boom: Er zal nooit meer vrucht aan u groeien!
Meteen verdorde de vijgenboom.
Toen de leerlingen dat zagen, waren ze verbaasd.
Ze vroegen: Hoe kon de vijgenboom zo snel verdorren?
Ze vroegen: Hoe kon de vijgenboom zo snel verdorren?
Jezus antwoordde: Ik verzeker jullie: als jullie geloven en niet twijfelen, kunnen jullie doen wat met deze vijgenboom gebeurde.
Jullie kunnen zelfs tegen deze berg zeggen: Kom omhoog en stort je in zee!
Dan zal het gebeuren.
Jullie kunnen zelfs tegen deze berg zeggen: Kom omhoog en stort je in zee!
Dan zal het gebeuren.
Alles wat jullie gelovig in het gebed vragen, zullen jullie ontvangen.
De vraag naar Jezus' gezag
Jezus ging de tempel binnen en gaf daar onderwijs.
De overpriesters en volksoudsten kwamen naar Hem toe en vroegen: Met welk gezag doet U deze dingen?
Wie heeft U dat gezag gegeven?
De overpriesters en volksoudsten kwamen naar Hem toe en vroegen: Met welk gezag doet U deze dingen?
Wie heeft U dat gezag gegeven?
Jezus antwoordde: Ik stel jullie ook één vraag.
Als jullie die beantwoorden, vertel ik met welk gezag ik deze dingen doe.
Als jullie die beantwoorden, vertel ik met welk gezag ik deze dingen doe.
Kwam de doop van Johannes uit de hemel of van mensen?
Zij overlegden met elkaar: Als we zeggen: Uit de hemel, zal Hij vragen: Waarom hebben jullie Johannes dan niet geloofd?
Zij overlegden met elkaar: Als we zeggen: Uit de hemel, zal Hij vragen: Waarom hebben jullie Johannes dan niet geloofd?
Maar als we zeggen: Van mensen, moeten we bang zijn voor de menigte.
Iedereen houdt Johannes namelijk voor een profeet.
Iedereen houdt Johannes namelijk voor een profeet.
Daarom antwoordden zij Jezus: Wij weten het niet.
Toen zei Hij: Dan vertel ik jullie ook niet met welk gezag ik deze dingen doe.
Toen zei Hij: Dan vertel ik jullie ook niet met welk gezag ik deze dingen doe.
De gelijkenis van de twee zonen
Wat denken jullie hiervan?
Een man had twee zonen.
Hij ging naar de eerste en zei: Zoon, ga vandaag in mijn wijngaard werken.
Een man had twee zonen.
Hij ging naar de eerste en zei: Zoon, ga vandaag in mijn wijngaard werken.
De zoon antwoordde: Ik wil niet.
Later kreeg hij spijt en ging hij toch.
Later kreeg hij spijt en ging hij toch.
De vader ging naar de tweede zoon en vroeg hetzelfde.
Die antwoordde: Ja, heer, ik ga.
Maar hij ging niet.
Die antwoordde: Ja, heer, ik ga.
Maar hij ging niet.
Wie van deze twee deed wat zijn vader wilde?
Zij antwoordden: De eerste.
Jezus zei tegen hen: Ik verzeker jullie: tollenaars en prostituees gaan eerder dan jullie Gods koninkrijk binnen.
Zij antwoordden: De eerste.
Jezus zei tegen hen: Ik verzeker jullie: tollenaars en prostituees gaan eerder dan jullie Gods koninkrijk binnen.
Johannes kwam namelijk bij jullie en liet zien hoe je rechtvaardig leeft.
Toch geloofden jullie hem niet.
De tollenaars en prostituees geloofden hem wel.
Zelfs toen jullie dat zagen, kregen jullie geen berouw en geloofden jullie hem nog steeds niet.
Toch geloofden jullie hem niet.
De tollenaars en prostituees geloofden hem wel.
Zelfs toen jullie dat zagen, kregen jullie geen berouw en geloofden jullie hem nog steeds niet.
De gelijkenis van de slechte landbouwers
Luister naar een andere gelijkenis.
Een landeigenaar plantte een wijngaard en zette er een omheining omheen.
Hij groef een wijnpers en bouwde een wachttoren.
Daarna verhuurde hij de wijngaard aan landbouwers en reisde naar het buitenland.
Een landeigenaar plantte een wijngaard en zette er een omheining omheen.
Hij groef een wijnpers en bouwde een wachttoren.
Daarna verhuurde hij de wijngaard aan landbouwers en reisde naar het buitenland.
Toen de oogsttijd naderde, stuurde hij zijn dienaren naar de landbouwers om zijn deel van de opbrengst te ontvangen.
Maar de landbouwers grepen zijn dienaren.
Ze sloegen de één, doodden een ander en stenigden een derde.
Ze sloegen de één, doodden een ander en stenigden een derde.
Daarna stuurde hij meer dienaren dan de eerste keer.
De landbouwers behandelden hen op dezelfde manier.
De landbouwers behandelden hen op dezelfde manier.
Ten slotte stuurde hij zijn zoon naar hen toe.
Hij dacht: Voor mijn zoon zullen ze wel respect hebben.
Hij dacht: Voor mijn zoon zullen ze wel respect hebben.
Toen de landbouwers de zoon zagen, zeiden ze tegen elkaar: Dat is de erfgenaam.
Kom, laten we hem doden en zijn erfenis zelf houden.
Kom, laten we hem doden en zijn erfenis zelf houden.
Ze grepen hem, gooiden hem buiten de wijngaard en doodden hem.
Wat zal de eigenaar met die landbouwers doen wanneer hij komt?
Zij antwoordden: Hij zal die slechte mannen op een vreselijke manier ombrengen.
Daarna verhuurt hij de wijngaard aan andere landbouwers, die hem op tijd zijn opbrengst geven.
Daarna verhuurt hij de wijngaard aan andere landbouwers, die hem op tijd zijn opbrengst geven.
Jezus zei tegen hen: Hebben jullie nooit in de Schriften gelezen: De steen die de bouwers afkeurden, is de belangrijkste hoeksteen geworden.
De Heere heeft dit gedaan, en in onze ogen is het wonderlijk?
De Heere heeft dit gedaan, en in onze ogen is het wonderlijk?
Daarom zeg ik jullie: Gods koninkrijk wordt van jullie afgenomen.
Het wordt gegeven aan een volk dat de bijbehorende vruchten voortbrengt.
Het wordt gegeven aan een volk dat de bijbehorende vruchten voortbrengt.
Wie op deze steen valt, wordt verpletterd.
Wie door de steen wordt getroffen, wordt volledig vermorzeld.
Wie door de steen wordt getroffen, wordt volledig vermorzeld.
Toen de overpriesters en Farizeeën deze gelijkenissen hoorden, begrepen ze dat Hij over hen sprak.
Ze wilden Hem gevangen nemen, maar waren bang voor de menigte.
De mensen beschouwden Jezus namelijk als een profeet.
De mensen beschouwden Jezus namelijk als een profeet.