Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Nieuwe Testament

Mattheüs 14

Johannes sterft en Jezus toont Zijn macht en ontferming

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 4 minuten
De dood van Johannes de Doper
In die tijd hoorde Herodes, de heerser over een deel van het land, de berichten over Jezus.
Hij zei tegen zijn dienaren: Deze man is Johannes de Doper.
Hij is uit de dood opgewekt.
Daarom werken die wonderkrachten door hem.

Herodes had Johannes gevangengenomen, geboeid en in de gevangenis opgesloten.
Hij deed dat vanwege Herodias, de vrouw van zijn broer Filippus.
Johannes had namelijk tegen hem gezegd: Het is u niet toegestaan haar als vrouw te hebben.
Herodes wilde Johannes doden, maar was bang voor het volk.
De mensen beschouwden Johannes namelijk als een profeet.
Op Herodes’ verjaardag danste de dochter van Herodias voor de gasten.
Herodes genoot daarvan.
Daarom beloofde hij haar onder ede alles te geven wat ze zou vragen.
Haar moeder had haar vooraf verteld wat ze moest vragen.
Daarom zei ze: Geef mij hier op een schaal het hoofd van Johannes de Doper.
De koning werd bedroefd.
Toch gaf hij vanwege zijn eed en de gasten aan tafel opdracht haar verzoek uit te voeren.
Hij liet Johannes in de gevangenis onthoofden.
Zijn hoofd werd op een schaal gebracht en aan het meisje gegeven.
Zij bracht het naar haar moeder.
De leerlingen van Johannes kwamen zijn lichaam halen en begroeven het.
Daarna gingen ze naar Jezus en vertelden Hem wat er was gebeurd.
Jezus geeft meer dan 5.000 mensen te eten
Toen Jezus dit hoorde, vertrok Hij per schip naar een afgelegen plaats om alleen te zijn.
De menigten hoorden het en volgden Hem vanuit de steden te voet.
Toen Jezus uit het schip stapte, zag Hij een grote menigte.
Hij kreeg diep medelijden met hen en genas hun zieken.
Tegen de avond kwamen Zijn leerlingen naar Hem toe.
Ze zeiden: Deze plek is afgelegen en het is al laat.
Stuur de mensen weg, zodat ze in de dorpen eten kunnen kopen.

Maar Jezus antwoordde: Ze hoeven niet weg te gaan.
Geef hun zelf te eten.

Ze zeiden tegen Hem: We hebben hier maar vijf broden en twee vissen.
Hij zei: Breng ze hier bij mij.
Hij gaf de menigten opdracht in het gras te gaan zitten.
Hij nam de vijf broden en twee vissen en keek omhoog naar de hemel.
Daarna sprak Hij de zegen uit en brak de broden.
Hij gaf ze aan de leerlingen, die ze aan de menigten uitdeelden.
Iedereen at en werd verzadigd.
Daarna verzamelden de leerlingen twaalf manden vol overgebleven stukken.
Ongeveer 5.000 mannen hadden gegeten, naast de vrouwen en kinderen.
Jezus en Petrus lopen over het water
Meteen stond Jezus erop dat Zijn leerlingen in het schip stapten en alvast naar de overkant voeren.
Ondertussen zou Hij de menigten wegsturen.
Nadat Hij de menigten had weggestuurd, klom Hij alleen de berg op om te bidden.
Toen het avond werd, was Hij daar alleen.
Het schip was inmiddels midden op het meer en werd geteisterd door de golven, omdat de wind tegenzat.
In het laatste deel van de nacht kwam Jezus naar hen toe, terwijl Hij over het water liep.
Toen de leerlingen Hem over het water zagen lopen, raakten ze in paniek.
Ze riepen: Het is een spook!
Van angst begonnen ze te schreeuwen.
Meteen sprak Jezus hen aan: Houd moed!
Ik ben het.
Wees niet bang.

Petrus antwoordde: Heere, als U het bent, geef mij dan opdracht over het water naar U toe te komen.
Jezus zei: Kom!
Petrus stapte uit het schip en liep over het water naar Jezus toe.
Maar toen hij de sterke wind zag, werd hij bang.
Hij begon te zinken en riep: Heere, red mij!
Meteen stak Jezus Zijn hand uit en greep hem vast.
Hij zei: Kleingelovige, waarom heb je getwijfeld?
Toen zij in het schip klommen, ging de wind liggen.
De mensen in het schip kwamen naar Hem toe en aanbaden Hem.
Ze zeiden: U bent werkelijk Gods Zoon!
Genezingen bij Gennesaret
Nadat ze het meer waren overgestoken, kwamen ze bij Gennesaret aan land.
De mannen daar herkenden Jezus.
Ze stuurden boodschappers door de hele omgeving en brachten iedereen die ziek was bij Hem.
Ze smeekten Hem of ze alleen de zoom van Zijn kleed mochten aanraken.
Iedereen die Hem aanraakte, werd genezen.

Download hoofdstuk als tekstbestand