Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Nieuwe Testament

Mattheüs 12

Jezus is Heere over de sabbat en weerlegt Zijn tegenstanders

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 7 minuten
Aren plukken op de sabbat
In die tijd liep Jezus op een sabbat door de graanvelden.
Zijn leerlingen kregen honger en begonnen aren te plukken en op te eten.
Toen de Farizeeën dat zagen, zeiden zij tegen Hem: Kijk, Uw leerlingen doen iets wat op de sabbat niet is toegestaan.
Jezus antwoordde hun: Hebben jullie niet gelezen wat David deed toen hij en zijn mannen honger hadden?
Hij ging Gods huis binnen en at van de toonbroden.
Dat was alleen voor de priesters toegestaan, niet voor hem of zijn mannen.

Hebben jullie in de wet niet gelezen dat de priesters op de sabbat in de tempel de sabbatsrust doorbreken?
Toch zijn zij onschuldig.

Ik zeg jullie: hier is iemand die groter is dan de tempel.
Jullie begrijpen niet wat deze woorden betekenen: Ik wil barmhartigheid en geen offer.
Anders zouden jullie onschuldige mensen niet hebben veroordeeld.

De Mensenzoon is namelijk ook Heere over de sabbat.
Een verschrompelde hand genezen
Jezus vertrok vandaar en ging hun synagoge binnen.
Daar was een man met een verschrompelde hand.
De Farizeeën vroegen Jezus: Mag iemand op de sabbat genezen worden?
Ze wilden Hem kunnen beschuldigen.
Hij antwoordde hun: Stel dat een van jullie een schaap heeft dat op de sabbat in een kuil valt.
Wie zou het niet vastpakken en eruit trekken?

Een mens is toch veel meer waard dan een schaap!
Daarom is het toegestaan om op de sabbat goed te doen.

Toen zei Hij tegen de man: Strek uw hand uit.
De man deed dat.
Zijn hand werd weer even gezond als de andere.
De Farizeeën gingen weg en overlegden hoe ze Jezus konden doden.
De Dienaar die Jesaja aankondigde
Jezus wist dat en vertrok vandaar.
Grote menigten volgden Hem, en Hij genas hen allemaal.
Hij verbood hun streng om Hem bekend te maken.
Zo werd vervuld wat de profeet Jesaja had gezegd:
Kijk, dit is mijn Dienaar, die ik heb uitgekozen.
Hij is mijn geliefde, in wie ik vreugde vind.
Ik zal mijn Geest op Hem leggen.
Hij zal de volken bekendmaken wat recht is.

Hij zal niet ruziën of schreeuwen.
Niemand zal Zijn stem op straat horen.

Een geknakt riet zal Hij niet breken.
Een smeulende vlaspit zal Hij niet doven, totdat Hij het recht laat overwinnen.

De volken zullen hun hoop op Zijn naam stellen.
Jezus en Beëlzebul
Toen brachten de mensen iemand bij Jezus die door een demon bezeten was, blind was en niet kon spreken.
Jezus genas hem, zodat hij weer sprak en zag.
De hele menigte was buiten zichzelf van verbazing en zei: Zou Hij de Zoon van David zijn?
Toen de Farizeeën dat hoorden, zeiden zij: Deze man drijft de demonen alleen uit met hulp van Beëlzebul, de heerser van de demonen.
Jezus kende hun gedachten en zei: Elk koninkrijk dat innerlijk verdeeld is, wordt verwoest.
Geen stad of familie die onderling verdeeld is, kan blijven bestaan.

Als satan satan uitdrijft, strijdt hij tegen zichzelf.
Hoe kan zijn koninkrijk dan standhouden?

Als ik de demonen uitdrijf met hulp van Beëlzebul, met wiens hulp doen jullie volgelingen dat dan?
Zij zullen daarom jullie rechters zijn.

Maar als ik de demonen uitdrijf door de Geest van God, dan is Gods koninkrijk bij jullie gekomen.
Hoe kan iemand het huis van een sterke man binnengaan en zijn bezittingen roven?
Hij moet die sterke man eerst vastbinden.
Pas dan kan hij zijn huis leegroven.

Wie niet met mij is, is tegen mij.
Wie niet samen met mij bijeenbrengt, jaagt uiteen.

Daarom zeg ik jullie: elke zonde en elke lastering kan mensen vergeven worden.
Maar lastering tegen de Geest zal niet vergeven worden.

Wie iets tegen de Mensenzoon zegt, kan vergeving ontvangen.
Maar wie tegen de Heilige Geest spreekt, ontvangt geen vergeving.
Niet in deze tijd en ook niet in de toekomstige.

Een boom herken je aan zijn vruchten
Een goede boom draagt goede vruchten, en een slechte boom slechte vruchten.
Aan zijn vruchten herken je de boom.

Addergebroed!
Hoe kunnen jullie iets goeds zeggen als jullie slecht zijn?
De mond spreekt immers uit wat het hart vol is.

Een goed mens haalt goede dingen uit de goede voorraad in zijn hart.
Een slecht mens haalt slechte dingen uit zijn slechte voorraad.

Maar ik zeg jullie: op de dag van het oordeel moeten mensen verantwoording afleggen voor elk nutteloos woord dat zij hebben gesproken.
Want op basis van je woorden word je vrijgesproken, en op basis van je woorden word je veroordeeld.
Het teken van Jona
Toen zeiden enkele schriftgeleerden en Farizeeën tegen Hem: Meester, wij willen graag een teken van U zien.
Hij antwoordde hun: Een slechte en ontrouwe generatie vraagt om een teken.
Zij krijgt geen ander teken dan het teken van de profeet Jona.

Jona was drie dagen en drie nachten in de buik van de grote vis.
Zo zal de Mensenzoon drie dagen en drie nachten in het hart van de aarde zijn.

Bij het oordeel zullen de mannen van Ninevé samen met deze generatie opstaan en haar veroordelen.
Zij bekeerden zich toen Jona predikte.
En kijk, hier is iemand die meer is dan Jona!

Bij het oordeel zal de koningin van het zuiden samen met deze generatie opstaan en haar veroordelen.
Zij kwam van heel ver om Salomo’s wijsheid te horen.
En kijk, hier is iemand die meer is dan Salomo!

De terugkeer van een onreine geest
Wanneer een onreine geest een mens verlaat, zwerft hij door dorre gebieden op zoek naar rust.
Maar hij vindt die niet.

Dan zegt hij: Ik ga terug naar het huis dat ik heb verlaten.
Wanneer hij daar aankomt, vindt hij het leeg, schoongeveegd en opgeruimd.

Daarop haalt hij zeven andere geesten, die nog slechter zijn dan hij.
Ze gaan naar binnen en wonen daar.
Zo wordt de toestand van die mens erger dan eerst.
Hetzelfde zal met deze slechte generatie gebeuren.

De ware familie van Jezus
Terwijl Jezus nog tegen de menigte sprak, stonden Zijn moeder en broers buiten.
Zij wilden met Hem spreken.
Iemand zei tegen Hem: Uw moeder en Uw broers staan buiten en willen met U spreken.
Maar Jezus antwoordde hem: Wie is mijn moeder, en wie zijn mijn broers?
Hij wees met Zijn hand naar Zijn leerlingen en zei: Kijk, zij zijn mijn moeder en mijn broers.
Want iedereen die de wil doet van mijn Vader in de hemel, is mijn broer, mijn zus en mijn moeder.

Download hoofdstuk als tekstbestand