Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Nieuwe Testament

Mattheüs 10

Jezus zendt de twaalf apostelen uit

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 6 minuten
De twaalf apostelen
Jezus riep Zijn twaalf leerlingen bij zich.
Hij gaf hun macht om onreine geesten uit te drijven en elke ziekte en kwaal te genezen.
Dit zijn de namen van de twaalf apostelen.
Eerst Simon, die Petrus wordt genoemd, en zijn broer Andreas.
Daarna Jakobus, de zoon van Zebedeüs, en zijn broer Johannes;
Filippus en Bartholomeüs; Thomas en Mattheüs, de tollenaar; Jakobus, de zoon van Alfeüs, en Lebbeüs, die ook Thaddeüs werd genoemd;
Simon de IJveraar en Judas Iskariot, die Hem later verraadde.
Op weg naar de verloren schapen
Jezus zond deze twaalf uit en gaf hun deze opdracht: Ga niet naar de heidenen en ga geen enkele stad van de Samaritanen binnen.
Ga liever naar de verloren schapen van het volk Israël.
Ga op weg en verkondig: Het koninkrijk van de hemel is dichtbij.
Genees zieken, reinig melaatsen, wek doden op en drijf demonen uit.
Jullie hebben dit gratis ontvangen; geef het ook gratis.

Neem geen goud, zilver of kopergeld mee in jullie geldriemen.
Neem voor de reis geen tas, extra kleding, schoenen of staf mee.
Een arbeider heeft recht op zijn eten.

Zoek in elke stad of elk dorp uit wie daar bereid is jullie boodschap aan te nemen.
Blijf bij die persoon totdat jullie verdergaan.

Wanneer jullie een huis binnengaan, groet dan de bewoners.
Als de bewoners jullie willen ontvangen, laat jullie vrede er dan rusten.
Willen zij dat niet, laat jullie vrede dan naar jullie terugkeren.

Als iemand jullie niet ontvangt of niet naar jullie woorden luistert, verlaat dan dat huis of die stad.
Schud daarbij het stof van jullie voeten.

Ik verzeker jullie: op de dag van het oordeel zal het voor Sodom en Gomorra draaglijker zijn dan voor die stad.
Vervolging en volharding
Let op: ik stuur jullie als schapen tussen wolven.
Wees daarom verstandig als slangen en oprecht als duiven.

Pas op voor de mensen.
Zij zullen jullie uitleveren aan rechtbanken en in hun synagogen geselen.

Omwille van mij zullen jullie voor bestuurders en koningen worden gebracht.
Daarmee zullen jullie tegenover hen en de heidenen getuigen.

Wanneer ze jullie uitleveren, maak je dan geen zorgen over hoe of wat jullie moeten zeggen.
Op dat moment krijgen jullie te horen wat jullie moeten zeggen.

Jullie spreken dan namelijk niet zelf.
Het is de Geest van jullie Vader die door jullie spreekt.

Een broer zal zijn broer uitleveren om gedood te worden, en een vader zijn kind.
Kinderen zullen tegen hun ouders opstaan en hen doden.

Iedereen zal jullie haten vanwege mijn naam.
Maar wie tot het einde volhoudt, zal gered worden.

Wanneer ze jullie in de ene stad vervolgen, vlucht dan naar de volgende.
Ik verzeker jullie: jullie zullen nog niet alle steden van Israël hebben bezocht wanneer de Mensenzoon komt.

Een leerling staat niet boven zijn leermeester en een dienaar niet boven zijn heer.
Voor een leerling is het genoeg dat hij wordt zoals zijn leermeester, en voor een dienaar dat hij wordt zoals zijn heer.
Als mensen de heer van het huis Beëlzebul noemen, zullen ze Zijn huisgenoten zeker ook zo noemen!

Wees niet bang
Wees daarom niet bang voor hen.
Alles wat bedekt is, zal zichtbaar worden.
Alles wat verborgen is, zal bekend worden.

Wat ik jullie in het geheim zeg, moeten jullie openlijk vertellen.
Wat jullie zacht in het oor horen, moeten jullie vanaf de daken verkondigen.

Wees niet bang voor mensen die het lichaam doden maar de ziel niet kunnen doden.
Wees liever bang voor Hem die zowel ziel als lichaam in de hel kan vernietigen.

Twee musjes kosten toch maar één muntje?
Toch valt niet één ervan op de grond buiten jullie Vader om.

Zelfs alle haren op jullie hoofd zijn geteld.
Wees dus niet bang.
Jullie zijn veel meer waard dan veel musjes.

Iedereen die mij tegenover de mensen openlijk erkent, zal ik ook erkennen tegenover mijn Vader in de hemel.
Maar wie mij tegenover de mensen ontkent, zal ik ook ontkennen tegenover mijn Vader in de hemel.
Jezus volgen gaat boven alles
Denk niet dat ik gekomen ben om vrede op aarde te brengen.
Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar een zwaard.

Ik ben gekomen om een man tegenover zijn vader te zetten, een dochter tegenover haar moeder en een schoondochter tegenover haar schoonmoeder.
Iemands eigen huisgenoten zullen zijn vijanden worden.
Wie zijn vader of moeder meer liefheeft dan mij, verdient het niet om bij mij te horen.
Hetzelfde geldt voor wie zijn zoon of dochter meer liefheeft dan mij.

Wie zijn kruis niet op zich neemt en mij niet volgt, verdient het niet om bij mij te horen.
Wie zijn leven voor zichzelf wil behouden, zal het verliezen.
Wie zijn leven omwille van mij verliest, zal het terugvinden.

Wie Jezus’ boodschappers ontvangt
Wie jullie ontvangt, ontvangt mij.
Wie mij ontvangt, ontvangt Hem die mij heeft gestuurd.

Wie een profeet ontvangt omdat hij een profeet is, krijgt de beloning die bij een profeet hoort.
Wie een rechtvaardige ontvangt omdat hij rechtvaardig is, krijgt de beloning die bij een rechtvaardige hoort.

Wie één van deze onaanzienlijke leerlingen slechts een beker koud water geeft omdat hij een leerling is, zal zijn beloning zeker niet verliezen.

Download hoofdstuk als tekstbestand