Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Nieuwe Testament
Markus 4
Jezus onderwijst met gelijkenissen en stilt de storm
De gelijkenis van de zaaier
Jezus begon opnieuw les te geven bij het meer.
Er kwam zo’n grote menigte dat Hij daarom in een schip ging zitten.
De mensen bleven langs de oever staan.
Er kwam zo’n grote menigte dat Hij daarom in een schip ging zitten.
De mensen bleven langs de oever staan.
Hij onderwees hen uitgebreid met gelijkenissen.
Tijdens Zijn onderwijs zei Hij:
Tijdens Zijn onderwijs zei Hij:
Luister!
Een zaaier ging eropuit om te zaaien.
Een zaaier ging eropuit om te zaaien.
Tijdens het zaaien viel een deel van het zaad langs de weg.
De vogels kwamen en aten het op.
De vogels kwamen en aten het op.
Een ander deel viel op rotsachtige grond, waar maar weinig aarde lag.
Het kwam snel op, omdat de grond niet diep was.
Het kwam snel op, omdat de grond niet diep was.
Maar toen de zon opkwam, verschroeide het.
Omdat het geen wortels had, verdorde het.
Omdat het geen wortels had, verdorde het.
Een ander deel viel tussen de doornen.
Die groeiden op, verstikten het zaad en maakten het onvruchtbaar.
Die groeiden op, verstikten het zaad en maakten het onvruchtbaar.
Weer een ander deel viel in goede aarde.
Het kwam op, groeide en bracht graan voort: 30, 60 of 100 keer zoveel.
Het kwam op, groeide en bracht graan voort: 30, 60 of 100 keer zoveel.
Hij zei: Wie oren heeft om te horen, moet goed luisteren!
Waarom Jezus gelijkenissen gebruikt en hoe de zaaier wordt uitgelegd
Toen Jezus alleen was, vroegen de twaalf en de anderen die bij Hem waren naar de gelijkenis.
Hij zei tegen hen: Jullie mogen het geheim van Gods koninkrijk begrijpen.
Voor de buitenstaanders wordt alles in gelijkenissen verteld.
Voor de buitenstaanders wordt alles in gelijkenissen verteld.
Zo kijken ze wel, maar zien ze niet.
Ze horen wel, maar begrijpen niets.
Anders zouden ze zich bekeren en hun zonden vergeven worden.
Ze horen wel, maar begrijpen niets.
Anders zouden ze zich bekeren en hun zonden vergeven worden.
Hij zei ook: Begrijpen jullie deze gelijkenis niet?
Hoe zullen jullie dan alle andere gelijkenissen begrijpen?
Hoe zullen jullie dan alle andere gelijkenissen begrijpen?
De zaaier zaait het woord.
Bij de mensen langs de weg wordt het woord gezaaid.
Zodra zij het horen, komt satan en neemt het gezaaide woord uit hun harten weg.
Zodra zij het horen, komt satan en neemt het gezaaide woord uit hun harten weg.
Bij de mensen op rotsachtige grond wordt het woord gezaaid.
Zij horen het en nemen het meteen met vreugde aan.
Zij horen het en nemen het meteen met vreugde aan.
Maar het schiet geen wortel in hen.
Ze houden het maar kort vol.
Bij verdrukking of vervolging om het woord laten ze het meteen los.
Ze houden het maar kort vol.
Bij verdrukking of vervolging om het woord laten ze het meteen los.
Bij anderen valt het zaad tussen de doornen.
Zij horen het woord,
Zij horen het woord,
maar zorgen over deze wereld, bedrieglijke rijkdom en andere verlangens dringen binnen.
Ze verstikken het woord, zodat het niets oplevert.
Ze verstikken het woord, zodat het niets oplevert.
Bij mensen in goede aarde wordt het woord gezaaid.
Zij horen het, aanvaarden het en dragen vrucht: 30, 60 of 100 keer zoveel.
Zij horen het, aanvaarden het en dragen vrucht: 30, 60 of 100 keer zoveel.
De lamp en de maat waarmee je meet
Hij zei tegen hen: Steek je soms een lamp aan om hem onder een mand of bed te zetten?
Nee, je zet hem op een standaard.
Nee, je zet hem op een standaard.
Want alles wat verborgen is, zal zichtbaar worden.
Alles wat geheim is, zal openbaar worden.
Alles wat geheim is, zal openbaar worden.
Wie oren heeft om te horen, moet goed luisteren!
Hij zei ook: Let goed op wat jullie horen.
Met de maat waarmee jullie meten, zal voor jullie gemeten worden.
Jullie zullen zelfs meer ontvangen.
Met de maat waarmee jullie meten, zal voor jullie gemeten worden.
Jullie zullen zelfs meer ontvangen.
Want wie heeft, zal meer ontvangen.
Maar wie niets heeft, raakt zelfs kwijt wat hij nog heeft.
Maar wie niets heeft, raakt zelfs kwijt wat hij nog heeft.
Het zaad dat vanzelf groeit
Ook zei Hij: Gods koninkrijk is als een man die zaad op de aarde strooit.
Hij slaapt en staat weer op terwijl nacht en dag elkaar afwisselen.
Ondertussen ontkiemt en groeit het zaad, zonder dat hij weet hoe.
Ondertussen ontkiemt en groeit het zaad, zonder dat hij weet hoe.
De aarde brengt vanzelf graan voort: eerst een groene halm, dan de aar en daarna rijpe graankorrels in de aar.
Zodra het graan rijp is, slaat de man de sikkel erin, want de oogsttijd is gekomen.
Het mosterdzaad en Jezus’ onderwijs in gelijkenissen
Hij zei: Waarmee zullen we Gods koninkrijk vergelijken?
Met welke gelijkenis kunnen we het beschrijven?
Met welke gelijkenis kunnen we het beschrijven?
Het lijkt op een mosterdzaad.
Wanneer dat in de grond wordt gezaaid, is het kleiner dan alle zaden op aarde.
Wanneer dat in de grond wordt gezaaid, is het kleiner dan alle zaden op aarde.
Maar na het zaaien komt het op en wordt het groter dan alle tuinplanten.
Het krijgt grote takken.
Vogels kunnen in zijn schaduw nestelen.
Het krijgt grote takken.
Vogels kunnen in zijn schaduw nestelen.
Met veel van zulke gelijkenissen vertelde Jezus hun de boodschap, voor zover ze die konden begrijpen.
Zonder gelijkenis sprak Hij niet tegen de mensen.
Maar aan Zijn leerlingen legde Hij alles apart uit.
Maar aan Zijn leerlingen legde Hij alles apart uit.
Jezus stilt de storm
Die avond zei Hij tegen hen: Laten we naar de overkant varen.
Ze lieten de menigte achter en namen Hem mee, terwijl Hij nog in het schip zat.
Andere schepen voeren mee.
Andere schepen voeren mee.
Toen stak een hevige storm op.
De golven sloegen het schip in, zodat het al volliep.
De golven sloegen het schip in, zodat het al volliep.
Jezus lag achter in het schip op een kussen te slapen.
Ze maakten Hem wakker en riepen: Meester, kan het U niets schelen dat we vergaan?
Ze maakten Hem wakker en riepen: Meester, kan het U niets schelen dat we vergaan?
Hij werd wakker, bestrafte de wind en zei tegen het meer: Zwijg!
Wees stil!
De wind ging liggen en alles werd volkomen stil.
Wees stil!
De wind ging liggen en alles werd volkomen stil.
Hij zei tegen hen: Waarom zijn jullie zo bang?
Hebben jullie dan geen geloof?
Hebben jullie dan geen geloof?
Ze werden diep bevreesd en zeiden tegen elkaar: Wie is Hij toch?
Zelfs de wind en het meer gehoorzamen Hem!
Zelfs de wind en het meer gehoorzamen Hem!