Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Nieuwe Testament

Markus 2

Jezus vergeeft, roept en onderwijst

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 4 minuten
Jezus geneest een verlamde en vergeeft zijn zonden
Enkele dagen later kwam Jezus weer in Kapernaüm.
Mensen hoorden al snel dat Hij in een huis was.
Er kwamen zoveel mensen dat zelfs bij de deur geen plaats meer was.
Jezus verkondigde hun Gods boodschap.
Toen kwamen vier mannen een verlamde bij Hem brengen.
Door de menigte konden ze niet bij Jezus komen.
Daarom maakten ze boven Hem een opening in het dak.
Ze lieten de slaapmat met de verlamde man zakken.
Toen Jezus hun geloof zag, zei Hij tegen de verlamde man: Zoon, uw zonden zijn u vergeven.
Er zaten enkele schriftgeleerden bij.
Zij dachten bij zichzelf:
Waarom spreekt deze Man zo?
Hij beledigt God!
Alleen God kan zonden vergeven.

Jezus wist meteen in Zijn geest wat zij bij zichzelf dachten.
Hij vroeg hun: Waarom denken jullie zo bij jezelf?
Wat is gemakkelijker: tegen deze verlamde zeggen: Uw zonden zijn u vergeven, of: Sta op, pak uw slaapmat en loop?
Maar jullie moeten weten dat de Mensenzoon op aarde macht heeft om zonden te vergeven.
Toen zei Hij tegen de verlamde man:
Ik zeg u: sta op, pak uw slaapmat en ga naar huis.
De man stond meteen op, pakte zijn slaapmat en liep voor ieders ogen naar buiten.
Iedereen was verbijsterd en eerde God.
Ze zeiden: Zoiets hebben we nog nooit gezien!
Jezus roept Levi en eet met zondaars
Jezus ging weer naar het meer.
De hele menigte kwam naar Hem toe, en Hij gaf hun onderwijs.
Toen Jezus verderliep, zag Hij Levi, de zoon van Alfeüs, bij het tolhuis zitten.
Hij zei tegen hem: Volg mij.
Levi stond op en volgde Hem.
Later zat Jezus in Levi's huis aan tafel.
Veel tollenaars en zondaars aten mee met Hem en Zijn leerlingen.
Velen van hen volgden Jezus.
De schriftgeleerden en farizeeën zagen dat Jezus met tollenaars en zondaars at.
Zij vroegen Zijn leerlingen: Waarom eet en drinkt Hij met tollenaars en zondaars?
Jezus hoorde dit en antwoordde: Gezonde mensen hebben geen dokter nodig, zieke mensen wel.
Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars tot bekering.

Vasten, nieuwe stof en jonge wijn
De leerlingen van Johannes en de farizeeën vastten.
Mensen kwamen naar Jezus en vroegen: Waarom vasten de leerlingen van Johannes en de farizeeën wel, maar Uw leerlingen niet?
Jezus antwoordde hun: Kunnen bruiloftsgasten vasten zolang de bruidegom bij hen is?
Zolang zij hem bij zich hebben, kunnen ze niet vasten.

Maar er komt een tijd dat de bruidegom van hen wordt weggenomen.
In die tijd zullen zij vasten.

Niemand naait een lap nieuwe, nog niet gekrompen stof op een oud kledingstuk.
Anders trekt de nieuwe lap eraan en wordt de scheur groter.

Niemand doet jonge wijn in oude leren zakken.
Anders laat de wijn de zakken barsten.
Dan gaan zowel de wijn als de zakken verloren.
Jonge wijn hoort in nieuwe zakken.

De Mensenzoon is Heere over de sabbat
Op een sabbat liep Jezus door de korenvelden.
Terwijl Zijn leerlingen verderliepen, begonnen zij aren te plukken.
De farizeeën vroegen Hem: Waarom doen zij op de sabbat iets wat niet is toegestaan?
Jezus antwoordde: Hebben jullie nooit gelezen wat David deed toen hij en zijn mannen honger hadden en niets te eten hadden?
Hij ging Gods huis binnen toen Abjathar hogepriester was.
David at van de toonbroden, die alleen priesters mochten eten.
Hij gaf er ook aan zijn mannen.

De sabbat is er voor de mens.
De mens is er niet voor de sabbat.

Daarom is de Mensenzoon ook Heere over de sabbat.

Download hoofdstuk als tekstbestand