Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Nieuwe Testament
Lukas 24
Hij is opgestaan: het lege graf, Emmaüs en de hemelvaart
Het lege graf
Op de eerste dag van de week gingen zij heel vroeg naar het graf.
Zij namen de geurige kruiden mee die zij hadden klaargemaakt.
Zij namen de geurige kruiden mee die zij hadden klaargemaakt.
Zij vonden de steen weggerold van het graf.
Zij gingen naar binnen, maar vonden het lichaam van de Heere Jezus niet.
Terwijl zij niet wisten wat zij ervan moesten denken, stonden er ineens twee mannen bij hen in stralende kleren.
De vrouwen werden bang en bogen hun hoofd naar de grond.
De mannen zeiden tegen hen: Waarom zoeken jullie de Levende bij de doden?
De mannen zeiden tegen hen: Waarom zoeken jullie de Levende bij de doden?
Hij is hier niet, want Hij is opgestaan.
Denk aan wat Hij tegen jullie zei toen Hij nog in Galilea was.
Denk aan wat Hij tegen jullie zei toen Hij nog in Galilea was.
Hij zei: De Mensenzoon moet uitgeleverd worden aan zondige mensen en gekruisigd worden.
En op de derde dag zal Hij opstaan.
En op de derde dag zal Hij opstaan.
Toen dachten zij aan Zijn woorden.
Zij keerden terug van het graf en vertelden dit alles aan de elf en aan alle anderen.
Het waren Maria Magdalena, Johanna en Maria, de moeder van Jakobus.
Ook de andere vrouwen bij hen vertelden het aan de apostelen.
Ook de andere vrouwen bij hen vertelden het aan de apostelen.
Hun woorden leken de apostelen onzin.
Zij geloofden de vrouwen niet.
Zij geloofden de vrouwen niet.
Toch stond Petrus op en rende naar het graf.
Hij bukte zich en zag alleen de linnen doeken liggen.
Verwonderd over wat er gebeurd was, ging hij weg.
Hij bukte zich en zag alleen de linnen doeken liggen.
Verwonderd over wat er gebeurd was, ging hij weg.
Op weg naar Emmaüs
Diezelfde dag liepen twee van hen naar een dorp dat Emmaüs heette, ongeveer elf kilometer van Jeruzalem.
Onderweg spraken zij met elkaar over alles wat er gebeurd was.
Terwijl zij zo praatten en van gedachten wisselden, kwam Jezus zelf bij hen en liep met hen mee.
Maar hun ogen werden gesloten gehouden, zodat zij Hem niet herkenden.
Hij zei tegen hen: Waar praten jullie onderweg zo over?
En waarom kijken jullie zo verdrietig?
En waarom kijken jullie zo verdrietig?
De een, die Kleopas heette, antwoordde Hem: Bent U de enige vreemdeling in Jeruzalem die niet weet wat daar deze dagen gebeurd is?
Hij zei tegen hen: Wat dan?
Zij zeiden tegen Hem: Wat er met Jezus van Nazareth gebeurd is.
Hij was een profeet, machtig in daden en woorden bij God en het hele volk.
Zij zeiden tegen Hem: Wat er met Jezus van Nazareth gebeurd is.
Hij was een profeet, machtig in daden en woorden bij God en het hele volk.
Onze hogepriesters en leiders hebben Hem uitgeleverd om ter dood veroordeeld te worden.
Zij hebben Hem gekruisigd.
Zij hebben Hem gekruisigd.
Wij hoopten dat Hij het was die Israël zou bevrijden.
Bovendien is dit al de derde dag sinds het gebeurd is.
Bovendien is dit al de derde dag sinds het gebeurd is.
Ook hebben enkele vrouwen uit onze kring ons van streek gemaakt.
Zij waren vroeg in de morgen bij het graf.
Zij waren vroeg in de morgen bij het graf.
Zij vonden Zijn lichaam niet.
Zij kwamen zeggen dat zij een verschijning van engelen hadden gezien, die zeiden dat Hij leeft.
Zij kwamen zeggen dat zij een verschijning van engelen hadden gezien, die zeiden dat Hij leeft.
Enkelen van ons gingen naar het graf en vonden het zoals de vrouwen gezegd hadden.
Maar Hem zagen zij niet.
Maar Hem zagen zij niet.
Hij zei tegen hen: Wat zijn jullie onverstandig en traag van hart.
Jullie geloven niet alles wat de profeten gezegd hebben.
Jullie geloven niet alles wat de profeten gezegd hebben.
Moest de Christus dit alles niet lijden om zo Zijn heerlijkheid binnen te gaan?
Hij begon bij Mozes en alle profeten en legde hun uit wat er in alle Schriften over Hem geschreven staat.
Zij kwamen bij het dorp waar zij heen gingen.
Hij deed alsof Hij verder wilde lopen.
Hij deed alsof Hij verder wilde lopen.
Maar zij drongen bij Hem aan: Blijf bij ons, want het wordt avond en de dag loopt ten einde.
Hij ging naar binnen om bij hen te blijven.
Hij ging naar binnen om bij hen te blijven.
Toen Hij met hen aan tafel zat, nam Hij het brood en sprak de zegen uit.
Hij brak het en gaf het hun.
Hij brak het en gaf het hun.
Toen gingen hun ogen open en herkenden zij Hem.
En Hij verdween uit hun zicht.
En Hij verdween uit hun zicht.
Zij zeiden tegen elkaar: Brandde ons hart niet toen Hij onderweg met ons sprak en de Schriften voor ons opende?
Zij stonden meteen op en gingen terug naar Jeruzalem.
Daar vonden zij de elf en de anderen bijeen.
Daar vonden zij de elf en de anderen bijeen.
Die zeiden: De Heere is echt opgestaan en Hij is aan Simon verschenen.
Zij vertelden wat er onderweg gebeurd was en hoe zij Hem herkenden bij het breken van het brood.
Jezus verschijnt aan de leerlingen
Terwijl zij daarover spraken, stond Jezus zelf in hun midden.
Hij zei tegen hen: Vrede voor jullie.
Hij zei tegen hen: Vrede voor jullie.
Zij schrokken hevig en werden bang.
Zij dachten dat zij een geest zagen.
Zij dachten dat zij een geest zagen.
Hij zei tegen hen: Waarom zijn jullie zo van streek?
En waarom komen er twijfels op in jullie hart?
En waarom komen er twijfels op in jullie hart?
Kijk naar mijn handen en mijn voeten, want ik ben het zelf.
Raak mij aan en kijk.
Een geest heeft geen vlees en botten, zoals jullie zien dat ik heb.
Raak mij aan en kijk.
Een geest heeft geen vlees en botten, zoals jullie zien dat ik heb.
Terwijl Hij dit zei, liet Hij hun Zijn handen en voeten zien.
Van blijdschap konden zij het nog niet geloven en zij stonden verbaasd.
Hij zei tegen hen: Hebben jullie hier iets te eten?
Hij zei tegen hen: Hebben jullie hier iets te eten?
Zij gaven Hem een stuk gebakken vis en wat honingraat.
Hij nam het aan en at het voor hun ogen op.
Hij zei tegen hen: Dit bedoelde ik met de woorden die ik sprak toen ik nog bij jullie was.
Alles moest vervuld worden wat over mij geschreven staat in de wet van Mozes, de profeten en de psalmen.
Alles moest vervuld worden wat over mij geschreven staat in de wet van Mozes, de profeten en de psalmen.
Toen opende Hij hun verstand, zodat zij de Schriften begrepen.
Hij zei tegen hen: Zo staat het geschreven: de Christus moet lijden en op de derde dag uit de doden opstaan.
En in Zijn naam moet aan alle volken verkondigd worden dat zij hun leven veranderen en vergeving van zonden krijgen.
Dat begint in Jeruzalem.
Dat begint in Jeruzalem.
Jullie zijn getuigen van deze dingen.
En kijk, ik stuur wat mijn Vader beloofd heeft naar jullie toe.
Blijf in de stad tot jullie met kracht uit de hoogte zijn bekleed.
Blijf in de stad tot jullie met kracht uit de hoogte zijn bekleed.
Jezus wordt opgenomen
Hij bracht hen naar buiten tot bij Bethanië.
Hij hief Zijn handen op en zegende hen.
Hij hief Zijn handen op en zegende hen.
Terwijl Hij hen zegende, ging Hij van hen weg en werd Hij opgenomen in de hemel.
Zij aanbaden Hem en gingen met grote blijdschap terug naar Jeruzalem.
Zij waren voortdurend in de tempel en prezen en dankten God.
Amen.
Amen.