Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

Leviticus 4

Voorschriften voor het zondoffer

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 5 minuten
Onbedoelde zonde
De HEERE sprak verder tot Mozes:
Zeg tegen de Israëlieten: Wanneer iemand onbedoeld zondigt en iets doet wat een van de geboden van de HEERE verbiedt, gelden deze regels:
Het zondoffer voor de gezalfde hogepriester
Als de gezalfde hogepriester zondigt en zo schuld over het volk brengt, moet hij de HEERE een jonge stier zonder gebrek aanbieden.
Die dient als zondoffer voor zijn zonde.

Hij brengt de stier naar de ingang van de ontmoetingstent, voor de HEERE.
Daar legt hij zijn hand op de kop en slacht het dier voor de HEERE.

De gezalfde hogepriester neemt wat bloed van de stier en brengt het naar de ontmoetingstent.
Hij doopt zijn vinger in het bloed en sprenkelt er zeven keer mee voor de HEERE, vóór het voorhangsel van het heiligdom.
De priester strijkt wat bloed aan de hoorns van het reukaltaar in de ontmoetingstent, voor de HEERE.
De rest giet hij uit aan de voet van het brandofferaltaar bij de ingang van de tent.

Daarna verwijdert hij al het vet van de stier van het zondoffer: het vet dat de ingewanden bedekt en al het vet eromheen.
Hij verwijdert ook beide nieren met het vet eromheen bij de lendenen, en de kwab van de lever samen met de nieren.
Hij verwijdert dit zoals bij een rund van het dankoffer.
De priester verbrandt het op het brandofferaltaar.

De huid van de stier, al het vlees, de kop, de poten, de ingewanden en de mest blijven over.
Hij brengt de rest van de stier buiten het kamp naar een reine plaats waar de as wordt uitgestort.
Daar verbrandt hij alles op houtvuur, bij de ashoop.

Het zondoffer voor de gemeenschap
Als de hele gemeenschap van Israël onbedoeld zondigt, zonder dat de samenkomst het beseft, overtreden zij een gebod van de HEERE.
Daardoor worden zij schuldig.

Wanneer hun zonde bekend wordt, biedt de gemeenschap een jonge stier als zondoffer aan.
Zij brengen hem voor de ontmoetingstent.

De oudsten van de gemeenschap leggen voor de HEERE hun handen op de kop van de stier.
Daarna slacht een priester de stier voor de HEERE.

De gezalfde hogepriester brengt wat bloed van de stier naar de ontmoetingstent.
Hij doopt zijn vinger in het bloed en sprenkelt er zeven keer mee voor de HEERE, vóór het voorhangsel.
De priester strijkt wat bloed aan de hoorns van het reukaltaar in de ontmoetingstent, voor de HEERE.
De rest giet hij uit aan de voet van het brandofferaltaar bij de ingang van de tent.

Hij verwijdert al het vet van de stier en verbrandt het op het altaar.
Hij behandelt deze stier net als de eerste stier van het zondoffer.
Zo doet de priester verzoening voor de gemeenschap en wordt hun zonde vergeven.

Daarna brengt hij de stier buiten het kamp en verbrandt hem zoals de eerste stier.
Dit is het zondoffer voor de gemeenschap.

Het zondoffer voor een leider
Als een leider onbedoeld zondigt tegen een gebod van de HEERE, zijn God, en iets verbodens doet, wordt hij schuldig.
Zodra zijn zonde hem bekend wordt gemaakt, brengt hij een jonge bok zonder gebrek als offer.
Hij legt zijn hand op de kop van de bok en slacht hem waar men het brandoffer slacht, voor de HEERE.
Het is een zondoffer.

De priester neemt met zijn vinger wat bloed van het zondoffer en strijkt het aan de hoorns van het brandofferaltaar.
De rest giet hij uit aan de voet van dat altaar.

Hij verbrandt al het vet op het altaar, zoals het vet van het dankoffer.
Zo doet de priester verzoening voor hem en wordt zijn zonde vergeven.

Het zondoffer voor iemand uit het volk
Als een gewoon lid van het volk onbedoeld zondigt en iets doet wat een gebod van de HEERE verbiedt, wordt die persoon schuldig.
Zodra zijn zonde hem bekend wordt gemaakt, brengt hij voor die zonde een jonge vrouwelijke geit zonder gebrek als offer.
Hij legt zijn hand op de kop van het zondoffer.
Daarna wordt het dier geslacht op de plaats waar men het brandoffer slacht.

De priester neemt met zijn vinger wat bloed en strijkt het aan de hoorns van het brandofferaltaar.
De rest giet hij uit aan de voet van het altaar.

Hij verwijdert al het vet zoals bij het dankoffer.
De priester verbrandt het op het altaar als een geur die de HEERE aangenaam is.
Zo doet de priester verzoening voor hem en wordt zijn zonde vergeven.

Als hij een lam als zondoffer brengt, moet het een vrouwelijk dier zonder gebrek zijn.
Hij legt zijn hand op de kop van het zondoffer en slacht het dier waar men het brandoffer slacht.
De priester neemt met zijn vinger wat bloed en strijkt het aan de hoorns van het brandofferaltaar.
De rest giet hij uit aan de voet van het altaar.

Hij verwijdert al het vet zoals bij een lam van het dankoffer.
De priester verbrandt het op het altaar, boven op de vuuroffers voor de HEERE.
Zo doet de priester verzoening voor zijn zonde en wordt die hem vergeven.

Download hoofdstuk als tekstbestand