Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
Leviticus 22
Heilige gaven en aanvaardbare offers
Priesters moeten rein zijn
De HEERE sprak tot Mozes:
Zeg tegen Aäron en zijn zonen: Als zij onrein zijn, moeten zij afblijven van de heilige gaven die de Israëlieten aan mij wijden.
Zo zullen zij mijn heilige naam niet ontheiligen.
Ik ben de HEERE.
Zo zullen zij mijn heilige naam niet ontheiligen.
Ik ben de HEERE.
Zeg tegen hen: Als ooit een nakomeling van Aäron onrein is, mag hij niet van de heilige gaven eten.
Deze gaven wijden de Israëlieten aan de HEERE.
Wie er toch van eet terwijl hij onrein is, wordt uit mijn aanwezigheid uitgeroeid.
Ik ben de HEERE.
Deze gaven wijden de Israëlieten aan de HEERE.
Wie er toch van eet terwijl hij onrein is, wordt uit mijn aanwezigheid uitgeroeid.
Ik ben de HEERE.
Geen nakomeling van Aäron met melaatsheid of een abnormale afscheiding mag van de heilige gaven eten voordat hij rein is.
Dit verbod geldt ook als hij iets aanraakt dat door een dode onrein is, of als hij een zaadlozing heeft gehad.
Dit verbod geldt ook als hij iets aanraakt dat door een dode onrein is, of als hij een zaadlozing heeft gehad.
Het geldt ook als hij een onrein kruipend dier aanraakt of een mens die hem op enige manier onrein maakt.
Wie iets dergelijks heeft aangeraakt, blijft onrein tot de avond.
Hij mag niet van de heilige gaven eten voordat hij zijn lichaam met water heeft gewassen.
Hij mag niet van de heilige gaven eten voordat hij zijn lichaam met water heeft gewassen.
Wanneer de zon is ondergegaan, is hij weer rein.
Daarna mag hij van de heilige gaven eten, want die vormen zijn voedsel.
Daarna mag hij van de heilige gaven eten, want die vormen zijn voedsel.
Hij mag geen kadaver of door wilde dieren verscheurd dier eten, want daardoor wordt hij onrein.
Ik ben de HEERE.
Ik ben de HEERE.
De priesters moeten mijn voorschrift naleven.
Anders laden zij zonde op zich en sterven zij omdat zij de heilige gaven hebben ontheiligd.
Ik ben de HEERE, die hen heiligt.
Anders laden zij zonde op zich en sterven zij omdat zij de heilige gaven hebben ontheiligd.
Ik ben de HEERE, die hen heiligt.
Wie van de heilige gaven mag eten
Iemand buiten de priesterlijke familie mag niet van de heilige gaven eten.
Ook een tijdelijke gast van de priester of een dagloner mag dat niet.
Ook een tijdelijke gast van de priester of een dagloner mag dat niet.
Maar een slaaf die de priester heeft gekocht, mag ervan eten.
Ook wie in zijn huishouden geboren is, mag van zijn voedsel eten.
Ook wie in zijn huishouden geboren is, mag van zijn voedsel eten.
Als een priesterdochter trouwt met een man buiten de priesterlijke familie, mag zij niet van het hefoffer van de heilige gaven eten.
Wordt een priesterdochter weduwe of gescheiden en heeft zij geen kinderen?
Als zij naar haar vaders huis terugkeert, zoals in haar jeugd, mag zij weer van zijn voedsel eten.
Iemand buiten de priesterlijke familie mag er niet van eten.
Als zij naar haar vaders huis terugkeert, zoals in haar jeugd, mag zij weer van zijn voedsel eten.
Iemand buiten de priesterlijke familie mag er niet van eten.
Als iemand per ongeluk van een heilige gave eet, moet hij de priester de waarde vergoeden en daar een vijfde aan toevoegen.
De priesters mogen de heilige gaven die de Israëlieten aan de HEERE geven, niet ontheiligen.
Anders zouden zij de Israëlieten schuld en straf laten dragen wanneer die hun eigen heilige gaven eten.
Ik ben de HEERE, die hen heiligt.
Ik ben de HEERE, die hen heiligt.
Alleen dieren zonder gebrek
De HEERE sprak verder tot Mozes:
Zeg tegen Aäron, zijn zonen en alle Israëlieten: De volgende voorwaarden gelden voor ieder brandoffer aan de HEERE.
Dat geldt voor Israëlieten en vreemdelingen in Israël, zowel bij geloften als vrijwillige offers.
Dat geldt voor Israëlieten en vreemdelingen in Israël, zowel bij geloften als vrijwillige offers.
Om door de HEERE te worden aanvaard, moet het een mannelijk dier zonder gebrek zijn: een rund, schaap of geit.
Bied geen dier met een gebrek aan, want de HEERE zal het niet voor jullie aanvaarden.
Wanneer iemand de HEERE een dankoffer brengt om een gelofte te vervullen of als vrijwillig offer, moet het dier zonder gebrek zijn.
Alleen dan wordt een rund, schaap of geit aanvaard.
Alleen dan wordt een rund, schaap of geit aanvaard.
Bied de HEERE geen blind dier aan of een dier met een breuk, verlamming, wrat, droge of etterende huiduitslag.
Leg zo'n dier ook niet als vuuroffer op het altaar voor de HEERE.
Leg zo'n dier ook niet als vuuroffer op het altaar voor de HEERE.
Een rund, schaap of geit met een te lang of te kort lichaamsdeel mag wel als vrijwillig offer dienen.
Voor een gelofte wordt zo'n dier niet aanvaard.
Voor een gelofte wordt zo'n dier niet aanvaard.
Offer de HEERE geen dier waarvan de zaadballen gekneusd, verbrijzeld, afgescheurd of afgesneden zijn.
Doe dit nergens in jullie land.
Doe dit nergens in jullie land.
Neem ook van een buitenlander geen dier met zo'n afwijking aan om als voedsel voor jullie God te offeren.
Omdat het een gebrek heeft, wordt het niet voor jullie aanvaard.
Omdat het een gebrek heeft, wordt het niet voor jullie aanvaard.
Regels voor pasgeboren dieren en lofoffers
De HEERE sprak verder tot Mozes:
Wanneer een kalf, lam of geitje wordt geboren, moet het zeven dagen bij zijn moeder blijven.
Vanaf de achtste dag wordt het als vuuroffer voor de HEERE aanvaard.
Vanaf de achtste dag wordt het als vuuroffer voor de HEERE aanvaard.
Slacht een rund, schaap of geit niet op dezelfde dag als zijn jong.
Als jullie de HEERE een lofoffer brengen, offer het dan zo dat het wordt aanvaard.
Het moet dezelfde dag worden gegeten.
Laat er niets van over tot de volgende morgen.
Ik ben de HEERE.
Laat er niets van over tot de volgende morgen.
Ik ben de HEERE.
Ontheilig de naam van de HEERE niet
Houd jullie aan mijn geboden en voer ze uit.
Ik ben de HEERE.
Ik ben de HEERE.
Ontheilig mijn heilige naam niet.
Ik moet in het midden van de Israëlieten als heilig worden erkend.
Ik ben de HEERE, die jullie heiligt.
Ik moet in het midden van de Israëlieten als heilig worden erkend.
Ik ben de HEERE, die jullie heiligt.
Ik heb jullie uit Egypte geleid om jullie God te zijn.
Ik ben de HEERE.
Ik ben de HEERE.