Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Apocriefe boeken
Judith 15
De buit en de eer voor Judith
Zij vluchten over alle wegen
Toen wie in de tenten waren dit hoorden, raakten zij ontzet over wat er gebeurd was, en angst en beven kwam over hen.
Niemand bleef staan voor de ander, maar zij liepen weg en vluchtten allemaal over alle wegen van de vlakte en van het bergland.
Ook wie zich rondom Betulia in het bergland gelegerd hadden, sloegen op de vlucht.
Ook wie zich rondom Betulia in het bergland gelegerd hadden, sloegen op de vlucht.
Toen vielen alle weerbare mannen van Israël op hen aan.
Ozias stuurde boodschappers naar Betomasthem, Bebai, Chobai en Chola en naar heel het gebied van Israël, die vertelden wat er gebeurd was, zodat zij allemaal op de vijanden zouden aanvallen om hen uit te roeien.
Toen de Israëlieten dat hoorden, vielen zij eendrachtig op hen aan en versloegen hen tot aan Choba.
Zo deden ook de mensen uit Jeruzalem die daarheen gekomen waren, en uit heel het bergland, want men had hun verteld wat het leger van hun vijanden overkomen was.
Zo deden ook de mensen uit Jeruzalem die daarheen gekomen waren, en uit heel het bergland, want men had hun verteld wat het leger van hun vijanden overkomen was.
De mannen van Gilead en Galilea versloegen hen met een grote slachting, tot voorbij Damascus en zijn gebied.
De anderen, die in Betulia woonden, vielen het Assyrische kamp binnen, plunderden het en werden er zeer rijk van.
De Israëlieten die van de slag terugkwamen, namen de rest in bezit.
De dorpen en steden in het bergland en in de vlakte kregen veel buit, want er was een enorme hoeveelheid.
De dorpen en steden in het bergland en in de vlakte kregen veel buit, want er was een enorme hoeveelheid.
U bent de trots van Israël
Joakim, de hogepriester, en de raad van de Israëlieten die in Jeruzalem woonden, kwamen om te zien wat God voor Israël gedaan had, en om Judith te zien en haar vrede te wensen.
Toen zij bij haar binnenkwamen, zegenden zij haar allen eendrachtig en zeiden tegen haar:
U bent de trots van Israël, u bent de grote eer van Israël, u bent de grote roem van ons volk.
U hebt dit alles met uw hand gedaan.
U hebt Israël goed gedaan, en moge God er vreugde in hebben.
Wees gezegend voor de almachtige Heere, tot in eeuwigheid.
En heel het volk zei: Zo zij het.
U hebt dit alles met uw hand gedaan.
U hebt Israël goed gedaan, en moge God er vreugde in hebben.
Wees gezegend voor de almachtige Heere, tot in eeuwigheid.
En heel het volk zei: Zo zij het.
Dertig dagen plunderen
Heel het volk plunderde het kamp, dertig dagen lang.
Zij gaven aan Judith de tent van Holofernes, al het zilverwerk, de bedden, de bekkens en heel zijn huisraad.
Zij nam het aan, laadde het op haar muildier, spande haar wagens in en laadde het daarop.
Zij nam het aan, laadde het op haar muildier, spande haar wagens in en laadde het daarop.
Alle vrouwen van Israël liepen samen om haar te zien.
Zij zegenden haar en vormden uit hun midden een reidans.
Zij zegenden haar en vormden uit hun midden een reidans.
Zij nam groene takken in haar handen en gaf die ook aan de vrouwen bij haar, en zij kroonden zichzelf en wie bij hen waren met olijftakken.
Zij ging voor heel het volk uit in de reidans en leidde alle vrouwen, en alle mannen van Israël volgden gewapend, met kransen en met lofliederen in hun mond.
Zij ging voor heel het volk uit in de reidans en leidde alle vrouwen, en alle mannen van Israël volgden gewapend, met kransen en met lofliederen in hun mond.