Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Apocriefe boeken

Judith 12

Aan tafel bij Holofernes

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 4 minuten
Ik eet mijn eigen voedsel
Hij gaf opdracht haar naar de kamer te brengen waar zijn zilverwerk bewaard werd, en beval dat men haar van zijn eten zou opdienen en dat zij van zijn wijn zou drinken.
Maar Judith zei: Ik zal daar niet van eten, zodat er geen aanstoot uit voortkomt, maar men zal mij geven uit wat ik bij mij heb.
Holofernes zei tegen haar: Maar als op is wat u bij u hebt, waar zullen wij dan zulk eten vandaan halen om u te geven?
Er is hier niemand van uw volk.

Judith zei tegen hem: Zo waar u leeft, mijn heer, uw dienares zal niet opgebruikt hebben wat ik bij mij heb, of de Heere zal door mijn hand gedaan hebben wat Hij besloten heeft.
Drie dagen in het kamp
De dienaren van Holofernes brachten haar naar de tent, en zij sliep tot middernacht.
Tegen de morgenwake stond zij op.
Zij stuurde een boodschap naar Holofernes: Laat mijn heer toch bevelen dat men zijn dienares naar buiten laat gaan om te bidden.
Holofernes gaf zijn lijfwacht opdracht haar niet tegen te houden.
Zij bleef drie dagen in het kamp.
's Nachts ging zij naar buiten, het dal van Betulia in, en zij waste zich in het kamp bij de waterbronnen.
En als zij weer omhoog kwam, bad zij de Heere, de God van Israël, of Hij haar weg wilde leiden, zodat de kinderen van haar volk weer overeind kwamen.
Zij kwam terug en bleef rein in de tent, totdat men haar tegen de avond haar eten bracht.
De maaltijd op de vierde dag
Op de vierde dag richtte Holofernes een maaltijd aan, alleen voor zijn dienaren, en hij nodigde niemand uit van wie over de gewone zaken gingen.
Hij zei tegen Bagoas, de kamerdienaar die over al zijn bezit ging: Ga en haal die Hebreeuwse vrouw over die bij jou is, zodat zij bij ons komt en met ons eet en drinkt.
Want kijk, het is een schande voor ons als wij zo'n vrouw laten gaan zonder met haar samen geweest te zijn.
Als wij haar niet naar ons toe halen, zal zij ons uitlachen.

Bagoas ging weg bij Holofernes, kwam bij haar en zei: Laat de mooie jonge vrouw er niet tegenop zien zelf naar mijn heer te komen, om door hem geëerd te worden, met ons vrolijk wijn te drinken en vandaag te worden als een van de dochters van Assyrië, die in het huis van Nebukadnezar staan.
Judith zei tegen hem: Wie ben ik, dat ik mijn heer zou tegenspreken?
Want alles wat hem goeddunkt, zal ik ijverig doen, en dat zal mij vreugde geven tot de dag van mijn dood.
Toen stond zij op, kleedde zich mooi aan met al haar sieraden.
Haar dienstmeisje kwam en spreidde voor haar, recht tegenover Holofernes, de vellen op de grond die zij van Bagoas had gekregen voor dagelijks gebruik, zodat zij erop kon zitten en eten.
En Judith kwam binnen en ging zitten.
Het hart van Holofernes raakte buiten zichzelf om haar, zijn ziel raakte in beroering en hij verlangde er hevig naar met haar samen te zijn.
Vanaf de dag dat hij haar gezien had, zocht hij een goed moment om haar te verleiden.
Holofernes zei tegen haar: Drink toch, en wees vrolijk met ons.
Judith zei: Ja, heer, ik wil drinken, want mijn leven is vandaag meer verhoogd dan het geweest is sinds ik geboren ben.
Zij nam en at en dronk voor zijn ogen wat haar dienstmeisje had klaargemaakt.
Holofernes was vrolijk om haar en dronk heel veel wijn, meer dan hij ooit op één dag gedronken had sinds hij geboren was.

Download hoofdstuk als tekstbestand