Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Ethiopische boeken
Jubileeën 48
Mastema, de plagen en de uittocht
Mastema valt Mozes aan
In het zesde jaar van de derde jaarweek van het negenenveertigste jubeljaar ging je weg en woonde je daar vijf jaarweken en één jaar.
In het tweede jaar van de tweede jaarweek van het vijftigste jubeljaar ging je terug naar Egypte.
In het tweede jaar van de tweede jaarweek van het vijftigste jubeljaar ging je terug naar Egypte.
Je weet wat Hij op de berg Sinaï tegen je heeft gezegd, en wat de vorst Mastema met je wilde doen toen je onderweg terugging naar Egypte, bij de herberg.
Probeerde hij je niet met al zijn macht te doden en de Egyptenaren uit jouw macht te redden, omdat hij zag dat je was gestuurd om het oordeel en de wraak over de Egyptenaren te voltrekken?
Maar ik heb je uit zijn macht gered.
De plagen over Egypte
God nam grote wraak op hen ter wille van Israël.
Hij trof hen en doodde hen met bloed, kikkers, luizen, steekvliegen en zweren die openbraken in blaren, en hun vee met sterfte en met hagelstenen.
Hij trof hen en doodde hen met bloed, kikkers, luizen, steekvliegen en zweren die openbraken in blaren, en hun vee met sterfte en met hagelstenen.
Alles werd door jouw hand gestuurd: jij moest het aankondigen voordat het gebeurde.
Jij sprak het uit tegenover de koning van Egypte, al zijn dienaren en zijn volk.
Jij sprak het uit tegenover de koning van Egypte, al zijn dienaren en zijn volk.
Alles gebeurde zoals jij had gezegd: tien grote en verschrikkelijke oordelen kwamen over het land Egypte, zodat jij daarmee de wraak voor Israël zou voltrekken.
God deed alles ter wille van Israël.
De vorst Mastema kwam tegen je in het geweer en probeerde je in de macht van Farao te laten vallen.
Hij hielp de tovenaars van Egypte, en die verzetten zich tegen je en deden hun kunsten voor je ogen.
Hij hielp de tovenaars van Egypte, en die verzetten zich tegen je en deden hun kunsten voor je ogen.
Het kwaad lieten wij hen doen, maar genezing lieten wij niet door hun handen gebeuren.
God trof hen met zware zweren, en ze konden er niets tegen doen, want wij maakten hen machteloos, zodat ze niet één teken meer konden doen.
De doortocht door de zee
Maar ondanks al die tekenen en wonderen gaf de vorst Mastema zich niet gewonnen.
Hij vatte moed en riep de Egyptenaren op je achterna te gaan met alle macht van Egypte, met hun wagens en paarden en met de hele menigte van de volken van Egypte.
Hij vatte moed en riep de Egyptenaren op je achterna te gaan met alle macht van Egypte, met hun wagens en paarden en met de hele menigte van de volken van Egypte.
Ik stond tussen jou en de Egyptenaren, en tussen hen en Israël, en wij redden Israël uit zijn macht en uit de macht van het volk.
Al het volk dat hij had uitgestuurd om Israël achterna te gaan, wierp God, onze God, midden in de zee, in de diepten van de afgrond, onder de Israëlieten door, zoals de Egyptenaren hun kinderen in de rivier hadden gegooid.
Hij nam wraak op een miljoen van hen.
Hij nam wraak op een miljoen van hen.
Op de veertiende, vijftiende, zestiende, zeventiende en achttiende dag was de vorst Mastema vastgebonden en opgesloten, weg van de Israëlieten, zodat hij hen niet kon aanklagen.
Op de negentiende dag lieten wij hen los, zodat ze de Egyptenaren konden helpen en de Israëlieten konden achtervolgen.
Hij maakte hun hart hard en koppig, en ze werden versterkt door God, onze God, zodat Hij Egypte kon treffen en hen midden in de zee kon werpen.
Op de veertiende dag bonden wij hem vast, zodat hij de Israëlieten niet zou aanklagen op de dag dat ze de Egyptenaren om voorwerpen en kleren vroegen, voorwerpen van zilver, goud en koper.
Zo zouden ze de Egyptenaren leeghalen, als betaling voor de slavenarbeid waartoe ze gedwongen waren.
Zo zouden ze de Egyptenaren leeghalen, als betaling voor de slavenarbeid waartoe ze gedwongen waren.
Wij lieten de Israëlieten niet met lege handen uit Egypte vertrekken.