Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
Jozua 4
Twaalf stenen als herinnering
Twaalf stenen uit de Jordaan
Toen het hele volk de Jordaan was overgestoken, zei de HEERE tegen Jozua:
Kies twaalf mannen uit het volk, uit elke stam één man.
Geef hun dit bevel: Neem hier, midden uit de Jordaan, waar de voeten van de priesters staan, twaalf stenen.
Neem ze mee en zet ze neer op de plek waar jullie vannacht overnachten.
Neem ze mee en zet ze neer op de plek waar jullie vannacht overnachten.
Jozua riep de twaalf mannen die hij uit de Israëlieten had aangewezen, uit elke stam één man.
Jozua zei tegen hen: Ga naar de ark van de HEERE, jullie God, midden in de Jordaan.
Ieder van jullie tilt een steen op zijn schouder, naar het aantal stammen van Israël.
Ieder van jullie tilt een steen op zijn schouder, naar het aantal stammen van Israël.
Dan is dat een teken onder jullie.
Later zullen jullie kinderen vragen: Wat betekenen deze stenen voor jullie?
Later zullen jullie kinderen vragen: Wat betekenen deze stenen voor jullie?
Zeg dan tegen hen: Het water van de Jordaan werd afgesneden voor de ark van het verbond van de HEERE.
Toen de ark door de Jordaan ging, werd het water afgesneden.
Deze stenen zijn voor altijd een herinnering voor de Israëlieten.
Toen de ark door de Jordaan ging, werd het water afgesneden.
Deze stenen zijn voor altijd een herinnering voor de Israëlieten.
De Israëlieten deden wat Jozua had opgedragen.
Zij haalden twaalf stenen midden uit de Jordaan, naar het aantal stammen van Israël, zoals de HEERE tegen Jozua gezegd had.
Zij namen ze mee naar de plek waar zij overnachtten en zetten ze daar neer.
Zij haalden twaalf stenen midden uit de Jordaan, naar het aantal stammen van Israël, zoals de HEERE tegen Jozua gezegd had.
Zij namen ze mee naar de plek waar zij overnachtten en zetten ze daar neer.
Jozua richtte ook twaalf stenen op midden in de Jordaan.
Dat was de plek waar de voeten van de priesters met de ark van het verbond hadden gestaan.
Ze liggen daar nog steeds.
Dat was de plek waar de voeten van de priesters met de ark van het verbond hadden gestaan.
Ze liggen daar nog steeds.
De priesters die de ark droegen, bleven midden in de Jordaan staan.
Zij bleven daar tot alles gedaan was wat de HEERE Jozua had opgedragen het volk te zeggen.
Zo had Mozes het Jozua ook opgedragen.
Het volk stak haastig over.
Zij bleven daar tot alles gedaan was wat de HEERE Jozua had opgedragen het volk te zeggen.
Zo had Mozes het Jozua ook opgedragen.
Het volk stak haastig over.
Het volk steekt over
Toen het hele volk overgestoken was, gingen ook de ark van de HEERE en de priesters over, voor het volk uit.
De Rubenieten, de Gadieten en de halve stam van Manasse trokken gewapend voor de Israëlieten uit, zoals Mozes hun gezegd had.
Ongeveer 40.000 gewapende strijders trokken voor de HEERE uit ten strijde, naar de vlakte van Jericho.
Op die dag maakte de HEERE Jozua groot in de ogen van heel Israël.
Zij hadden zijn leven lang ontzag voor hem, zoals zij ontzag hadden gehad voor Mozes.
Zij hadden zijn leven lang ontzag voor hem, zoals zij ontzag hadden gehad voor Mozes.
De HEERE zei tegen Jozua:
Draag de priesters die de ark van de getuigenis dragen, op om uit de Jordaan te komen.
Jozua gaf de priesters het bevel: Kom uit de Jordaan.
De priesters die de ark van het verbond van de HEERE droegen, kwamen uit het midden van de Jordaan.
Zodra hun voeten op het droge stonden, kwam het water van de Jordaan terug.
Het stroomde weer tot aan de rand van haar oevers, net als eerst.
Zodra hun voeten op het droge stonden, kwam het water van de Jordaan terug.
Het stroomde weer tot aan de rand van haar oevers, net als eerst.
De stenen in Gilgal
Het volk kwam uit de Jordaan op de tiende dag van de eerste maand.
Zij sloegen hun kamp op in Gilgal, aan de oostgrens van Jericho.
Zij sloegen hun kamp op in Gilgal, aan de oostgrens van Jericho.
Jozua richtte in Gilgal de twaalf stenen op die zij uit de Jordaan hadden meegenomen.
Hij zei tegen de Israëlieten: Later zullen jullie kinderen aan hun vaders vragen: Wat betekenen deze stenen?
Vertel het dan aan jullie kinderen: Israël is over droge grond door deze Jordaan gegaan.
Want de HEERE, jullie God, heeft het water van de Jordaan voor jullie laten opdrogen tot jullie overgestoken waren.
Zo had de HEERE, jullie God, ook met de Schelfzee gedaan.
Die liet Hij voor ons opdrogen tot wij overgestoken waren.
Zo had de HEERE, jullie God, ook met de Schelfzee gedaan.
Die liet Hij voor ons opdrogen tot wij overgestoken waren.
Zo zullen alle volken op aarde weten hoe sterk de hand van de HEERE is.
En zo zullen jullie de HEERE, jullie God, altijd vrezen.
En zo zullen jullie de HEERE, jullie God, altijd vrezen.