Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Nieuwe Testament
Johannes 8
Het licht maakt werkelijk vrij
Jezus en de vrouw die beschuldigd wordt
Maar Jezus ging naar de Olijfberg.
Vroeg in de morgen kwam Hij weer naar de tempel.
Alle mensen kwamen naar Hem toe.
Hij ging zitten en gaf hun onderwijs.
Alle mensen kwamen naar Hem toe.
Hij ging zitten en gaf hun onderwijs.
Toen brachten de schriftgeleerden en Farizeeën een vrouw bij Hem die op overspel was betrapt.
Ze zetten haar in het midden en zeiden tegen Hem: Meester, deze vrouw is op heterdaad betrapt terwijl ze overspel pleegde.
In de wet heeft Mozes ons opgedragen zulke vrouwen te stenigen.
Wat zegt U?
Wat zegt U?
Ze stelden Hem deze vraag om Hem op de proef te stellen.
Zo hoopten ze een reden te vinden om Hem aan te klagen.
Maar Jezus bukte zich en schreef met Zijn vinger op de grond.
Zo hoopten ze een reden te vinden om Hem aan te klagen.
Maar Jezus bukte zich en schreef met Zijn vinger op de grond.
Toen ze Hem vragen bleven stellen, kwam Hij overeind en zei: Wie van jullie zonder zonde is, moet als eerste een steen naar haar gooien.
Daarna bukte Hij zich opnieuw en schreef verder op de grond.
Toen ze dit hoorden, klaagde hun geweten hen aan.
Ze gingen één voor één weg, te beginnen bij de oudsten.
Zo bleef Jezus achter met de vrouw, die nog in het midden stond.
Ze gingen één voor één weg, te beginnen bij de oudsten.
Zo bleef Jezus achter met de vrouw, die nog in het midden stond.
Jezus kwam overeind.
Toen Hij behalve de vrouw niemand meer zag, vroeg Hij haar: Vrouw, waar zijn uw beschuldigers?
Heeft niemand u veroordeeld?
Toen Hij behalve de vrouw niemand meer zag, vroeg Hij haar: Vrouw, waar zijn uw beschuldigers?
Heeft niemand u veroordeeld?
Ze antwoordde: Niemand, Heere.
Jezus zei tegen haar: Ook ik veroordeel u niet.
Ga nu weg en zondig niet meer.
Jezus zei tegen haar: Ook ik veroordeel u niet.
Ga nu weg en zondig niet meer.
Het licht van de wereld
Jezus sprak opnieuw tot de mensen: Ik ben het licht van de wereld.
Wie mij volgt, zal niet in de duisternis lopen, maar het licht ontvangen dat leven geeft.
Wie mij volgt, zal niet in de duisternis lopen, maar het licht ontvangen dat leven geeft.
De Farizeeën zeiden tegen Hem: U getuigt over uzelf.
Daarom is Uw getuigenis niet betrouwbaar.
Daarom is Uw getuigenis niet betrouwbaar.
Jezus antwoordde: Ook als ik over mezelf getuig, is mijn getuigenis betrouwbaar.
Ik weet namelijk waar ik vandaan kom en waar ik heen ga.
Jullie weten niet waar ik vandaan kom of waar ik heen ga.
Ik weet namelijk waar ik vandaan kom en waar ik heen ga.
Jullie weten niet waar ik vandaan kom of waar ik heen ga.
Jullie oordelen op een menselijke manier.
Ik oordeel niemand.
Ik oordeel niemand.
Maar als ik oordeel, is mijn oordeel betrouwbaar.
Ik ben namelijk niet alleen: de Vader die mij gestuurd heeft, is met mij.
Ik ben namelijk niet alleen: de Vader die mij gestuurd heeft, is met mij.
In jullie wet staat bovendien geschreven dat het getuigenis van twee mensen betrouwbaar is.
Ik getuig over mezelf, en de Vader die mij gestuurd heeft, getuigt over mij.
Ze vroegen Hem: Waar is Uw Vader?
Jezus antwoordde: Jullie kennen mij niet en mijn Vader ook niet.
Als jullie mij kenden, zouden jullie ook mijn Vader kennen.
Jezus antwoordde: Jullie kennen mij niet en mijn Vader ook niet.
Als jullie mij kenden, zouden jullie ook mijn Vader kennen.
Jezus sprak deze woorden bij de schatkist terwijl Hij in de tempel onderwijs gaf.
Toch greep niemand Hem, want Zijn tijd was nog niet gekomen.
Toch greep niemand Hem, want Zijn tijd was nog niet gekomen.
Van beneden en van boven
Jezus zei opnieuw tegen hen: Ik ga weg.
Jullie zullen mij zoeken, maar in jullie zonden sterven.
Waar ik heen ga, kunnen jullie niet komen.
Jullie zullen mij zoeken, maar in jullie zonden sterven.
Waar ik heen ga, kunnen jullie niet komen.
De Joden zeiden tegen elkaar: Wil Hij soms zichzelf doden?
Hij zegt immers: Waar ik heen ga, kunnen jullie niet komen.
Hij zegt immers: Waar ik heen ga, kunnen jullie niet komen.
Hij zei tegen hen: Jullie komen van beneden, maar ik kom van boven.
Jullie horen bij deze wereld, maar ik niet.
Jullie horen bij deze wereld, maar ik niet.
Daarom zei ik dat jullie in jullie zonden zullen sterven.
Want als jullie niet geloven dat ik het ben, zullen jullie in jullie zonden sterven.
Want als jullie niet geloven dat ik het ben, zullen jullie in jullie zonden sterven.
Ze vroegen Hem: Wie bent U dan?
Jezus antwoordde: Dat is precies wat ik jullie vanaf het begin vertel.
Jezus antwoordde: Dat is precies wat ik jullie vanaf het begin vertel.
Ik kan veel over jullie zeggen en veel over jullie oordelen.
Maar degene die mij gestuurd heeft, is betrouwbaar.
Wat ik van Hem gehoord heb, vertel ik aan de wereld.
Maar degene die mij gestuurd heeft, is betrouwbaar.
Wat ik van Hem gehoord heb, vertel ik aan de wereld.
Ze begrepen niet dat Hij met hen over de Vader sprak.
Daarom zei Jezus: Wanneer jullie de Mensenzoon verhoogd hebben, zullen jullie begrijpen dat ik het ben.
Ik doe niets uit mezelf, maar spreek zoals mijn Vader mij geleerd heeft.
Ik doe niets uit mezelf, maar spreek zoals mijn Vader mij geleerd heeft.
Hij die mij gestuurd heeft, is met mij.
De Vader heeft mij niet alleen gelaten, want ik doe altijd wat Hem behaagt.
De Vader heeft mij niet alleen gelaten, want ik doe altijd wat Hem behaagt.
Terwijl Hij dit zei, gingen veel mensen in Hem geloven.
De waarheid maakt vrij
Toen zei Jezus tegen de Joden die in Hem geloofden: Als jullie in mijn woord blijven, zijn jullie werkelijk mijn leerlingen.
Dan zullen jullie de waarheid kennen, en de waarheid zal jullie vrijmaken.
Ze antwoordden Hem: Wij stammen van Abraham af en zijn nooit iemands slaven geweest.
Hoe kunt U dan zeggen: Jullie zullen vrij worden?
Hoe kunt U dan zeggen: Jullie zullen vrij worden?
Jezus antwoordde: Luister goed, ik verzeker jullie: iedereen die zondigt, is een slaaf van de zonde.
Een slaaf blijft niet voor altijd in het huis.
Een zoon blijft er wel voor altijd.
Een zoon blijft er wel voor altijd.
Als de Zoon jullie vrijmaakt, zullen jullie werkelijk vrij zijn.
Ik weet dat jullie van Abraham afstammen.
Toch proberen jullie mij te doden, omdat mijn woord geen plaats in jullie krijgt.
Toch proberen jullie mij te doden, omdat mijn woord geen plaats in jullie krijgt.
Ik vertel wat ik bij mijn Vader gezien heb.
Zo doen jullie ook wat jullie bij jullie vader gezien hebben.
Zo doen jullie ook wat jullie bij jullie vader gezien hebben.
Ze antwoordden Hem: Abraham is onze vader.
Jezus zei: Als jullie werkelijk Abrahams kinderen waren, zouden jullie ook doen wat Abraham deed.
Jezus zei: Als jullie werkelijk Abrahams kinderen waren, zouden jullie ook doen wat Abraham deed.
Maar nu proberen jullie mij te doden.
Toch ben ik een mens die jullie de waarheid vertelt die ik van God hoorde.
Zoiets deed Abraham niet.
Toch ben ik een mens die jullie de waarheid vertelt die ik van God hoorde.
Zoiets deed Abraham niet.
Jullie doen wat jullie eigen vader doet.
Ze zeiden tegen Hem: Wij zijn niet uit ontucht geboren.
Wij hebben één Vader: God.
Ze zeiden tegen Hem: Wij zijn niet uit ontucht geboren.
Wij hebben één Vader: God.
Jezus zei: Als God jullie Vader was, zouden jullie mij liefhebben.
Ik ben van God uitgegaan en kom bij Hem vandaan.
Ik ben niet uit mezelf gekomen, maar Hij heeft mij gestuurd.
Ik ben van God uitgegaan en kom bij Hem vandaan.
Ik ben niet uit mezelf gekomen, maar Hij heeft mij gestuurd.
Waarom begrijpen jullie niet wat ik zeg?
Omdat jullie mijn woord niet kunnen horen.
Omdat jullie mijn woord niet kunnen horen.
Jullie hebben de duivel als vader en willen zijn verlangens uitvoeren.
Hij was vanaf het begin een moordenaar en bleef niet in de waarheid.
Er is namelijk geen waarheid in hem.
Wanneer hij liegt, spreekt hij vanuit zijn eigen aard.
Hij is een leugenaar en de vader van de leugen.
Hij was vanaf het begin een moordenaar en bleef niet in de waarheid.
Er is namelijk geen waarheid in hem.
Wanneer hij liegt, spreekt hij vanuit zijn eigen aard.
Hij is een leugenaar en de vader van de leugen.
Maar juist omdat ik jullie de waarheid vertel, geloven jullie mij niet.
Wie van jullie kan bewijzen dat ik gezondigd heb?
Als ik de waarheid spreek, waarom geloven jullie mij dan niet?
Als ik de waarheid spreek, waarom geloven jullie mij dan niet?
Wie uit God is, luistert naar Gods woorden.
Jullie luisteren niet, omdat jullie niet uit God zijn.
Jullie luisteren niet, omdat jullie niet uit God zijn.
Voordat Abraham er was
De Joden antwoordden Hem: We hebben toch gelijk wanneer we zeggen dat U een Samaritaan bent en door een demon bezeten bent?
Jezus antwoordde: Ik ben niet door een demon bezeten.
Ik eer mijn Vader, maar jullie onteren mij.
Ik eer mijn Vader, maar jullie onteren mij.
Ik zoek niet mijn eigen eer.
God zoekt mijn eer en Hij oordeelt.
God zoekt mijn eer en Hij oordeelt.
Luister goed, ik verzeker jullie: wie mijn woord bewaart, zal de dood nooit zien.
De Joden zeiden tegen Hem: Nu weten we zeker dat U door een demon bezeten bent.
Abraham is gestorven, en de profeten ook.
Toch zegt U: Wie mijn woord bewaart, zal de dood nooit smaken.
Abraham is gestorven, en de profeten ook.
Toch zegt U: Wie mijn woord bewaart, zal de dood nooit smaken.
Bent U soms groter dan onze vader Abraham?
Hij is gestorven, en de profeten zijn ook gestorven.
Wie beweert U eigenlijk te zijn?
Hij is gestorven, en de profeten zijn ook gestorven.
Wie beweert U eigenlijk te zijn?
Jezus antwoordde: Als ik mezelf eer, betekent die eer niets.
Mijn Vader is degene die mij eert.
Jullie zeggen dat Hij jullie God is.
Mijn Vader is degene die mij eert.
Jullie zeggen dat Hij jullie God is.
Toch kennen jullie Hem niet, maar ik ken Hem wel.
Als ik zei dat ik Hem niet ken, zou ik net als jullie liegen.
Maar ik ken Hem en bewaar Zijn woord.
Als ik zei dat ik Hem niet ken, zou ik net als jullie liegen.
Maar ik ken Hem en bewaar Zijn woord.
Abraham, jullie vader, verlangde er vol vreugde naar mijn dag te zien.
Hij zag die dag en was blij.
Hij zag die dag en was blij.
De Joden zeiden tegen Hem: U bent nog geen 50 jaar oud.
Hebt U Abraham dan gezien?
Hebt U Abraham dan gezien?
Jezus zei tegen hen: Luister goed, ik verzeker jullie: nog voordat Abraham er was, ben ik.
Toen pakten ze stenen om die naar Hem te gooien.
Maar Jezus verborg zich en verliet de tempel.
Hij liep midden tussen hen door en ging weg.
Maar Jezus verborg zich en verliet de tempel.
Hij liep midden tussen hen door en ging weg.