Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Nieuwe Testament

Johannes 7

Jezus op het Loofhuttenfeest

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 6 minuten
Jezus' broers en het feest
Daarna bleef Jezus in Galilea rondreizen.
Hij wilde niet in Judea rondgaan, omdat de Joden Hem probeerden te doden.
Het Joodse Loofhuttenfeest kwam eraan.
Zijn broers zeiden tegen Hem: Vertrek van hier en ga naar Judea.
Dan kunnen ook Uw leerlingen de werken zien die U doet.

Niemand doet zulke dingen in het geheim als hij bekend wil worden.
Als U deze dingen doet, treed dan openlijk voor de wereld op.

Want ook Zijn broers geloofden niet in Hem.
Jezus zei tegen hen: Mijn tijd is nog niet gekomen, maar voor jullie is elke tijd geschikt.
De wereld kan jullie niet haten, maar mij haat ze wel.
Ik getuig namelijk dat haar daden slecht zijn.

Gaan jullie maar naar dit feest.
Ik ga nog niet naar dit feest, want mijn tijd is nog niet aangebroken.

Nadat Hij dit tegen hen had gezegd, bleef Hij in Galilea.
Jezus gaat in het geheim naar het feest
Toen Zijn broers naar het feest waren gegaan, ging Hij zelf ook.
Hij ging niet openlijk, maar heimelijk.
De Joden zochten Hem tijdens het feest en vroegen: Waar is Hij?
Onder de menigte ontstond veel discussie over Hem.
Sommigen zeiden: Hij is een goed mens.
Anderen zeiden: Nee, Hij misleidt de mensen.
Toch sprak niemand openlijk over Hem, uit angst voor de Joden.
Jezus geeft onderwijs in de tempel
Halverwege het feest ging Jezus naar de tempel en gaf er onderwijs.
De Joden waren verbaasd en vroegen: Hoe kent Hij de Schriften zonder onderwijs te hebben gevolgd?
Jezus antwoordde: Mijn leer komt niet van mijzelf, maar van Hem die mij gestuurd heeft.
Wie bereid is Zijn wil te doen, zal weten of deze leer van God komt of dat ik uit mezelf spreek.
Wie uit zichzelf spreekt, zoekt zijn eigen eer.
Maar wie de eer zoekt van Hem die Hem gestuurd heeft, is betrouwbaar en zonder bedrog.

Mozes heeft jullie toch de wet gegeven?
Toch houdt niemand van jullie zich eraan.
Waarom proberen jullie mij te doden?

De menigte antwoordde: U bent door een demon bezeten!
Wie probeert U te doden?

Jezus antwoordde hun: Ik heb één werk gedaan, en jullie zijn daar allemaal verbaasd over.
Mozes heeft jullie daarom de besnijdenis gegeven, hoewel die niet van Mozes maar van de voorouders komt.
Jullie besnijden een mens ook op de sabbat.

Een mens kan op sabbat besneden worden, zodat de wet van Mozes niet overtreden wordt.
Waarom zijn jullie dan boos omdat ik op sabbat een mens helemaal gezond maakte?

Oordeel niet op grond van wat je aan de buitenkant ziet, maar oordeel rechtvaardig.
Wie is Jezus?
Enkele inwoners van Jeruzalem zeiden: Is dit niet de man die zij proberen te doden?
Kijk, Hij spreekt openlijk en ze zeggen niets tegen Hem.
Zouden de leiders werkelijk weten dat Hij de Christus is?

Van Hem weten wij waar Hij vandaan komt.
Maar wanneer de Christus komt, weet niemand waar Hij vandaan komt.

Jezus gaf luid onderwijs in de tempel: Jullie kennen mij en weten waar ik vandaan kom.
Toch ben ik niet uit mezelf gekomen.
Degene die mij gestuurd heeft, is betrouwbaar, maar jullie kennen Hem niet.

Ik ken Hem wel, want ik kom bij Hem vandaan en Hij heeft mij gestuurd.
Toen probeerden ze Hem te grijpen, maar niemand greep Hem vast.
Zijn tijd was namelijk nog niet gekomen.
Veel mensen uit de menigte geloofden in Hem.
Ze zeiden: Wanneer de Christus komt, zal Hij toch niet meer tekenen doen dan deze man heeft gedaan?
De Farizeeën hoorden wat de menigte over Hem zei.
Toen stuurden zij samen met de overpriesters dienaren om Hem te grijpen.
Jezus zei tegen hen: Nog een korte tijd ben ik bij jullie.
Daarna ga ik naar Hem die mij gestuurd heeft.

Jullie zullen mij zoeken maar niet vinden.
Waar ik ben, kunnen jullie niet komen.

De Joden zeiden tegen elkaar: Waar wil Hij heen, zodat wij Hem niet kunnen vinden?
Wil Hij naar de verstrooiden onder de Grieken gaan en de Grieken onderwijzen?

Wat bedoelt Hij met de uitspraak: Jullie zullen mij zoeken en niet vinden; waar ik ben, kunnen jullie niet komen?
Stromen van levend water
Op de laatste, grote dag van het feest stond Jezus op en riep: Wie dorst heeft, moet naar mij toe komen en drinken.
Wie in mij gelooft, over hem zegt de Schrift: Uit zijn binnenste zullen stromen van levend water vloeien.
Hiermee bedoelde Hij de Geest, die de gelovigen in Hem zouden ontvangen.
De Heilige Geest was namelijk nog niet gegeven, omdat Jezus nog niet verheerlijkt was.
Veel mensen uit de menigte hoorden deze woorden en zeiden: Hij is werkelijk de Profeet.
Anderen zeiden: Hij is de Christus.
Weer anderen zeiden: De Christus komt toch niet uit Galilea?
Zegt de Schrift niet dat de Christus uit het nageslacht van David en uit Bethlehem komt, het dorp waar David vandaan kwam?
Zo ontstond er vanwege Hem verdeeldheid onder de menigte.
Sommigen van hen wilden Hem grijpen, maar niemand greep Hem vast.
De dienaren en Nicodemus
De dienaren gingen terug naar de overpriesters en Farizeeën.
Die vroegen hun: Waarom hebben jullie Hem niet meegebracht?
De dienaren antwoordden: Nooit heeft iemand gesproken zoals deze man.
De Farizeeën antwoordden hun: Zijn jullie soms ook misleid?
Heeft soms één van de leiders of Farizeeën in Hem geloofd?
Maar deze menigte kent de wet niet en is vervloekt.
Nicodemus was een van hen.
Hij was 's nachts naar Jezus toe gegaan.
Hij zei tegen hen:
Staat onze wet toe iemand te veroordelen voordat hij gehoord is en voordat bekend is wat hij doet?
Ze antwoordden hem: Komt u soms ook uit Galilea?
Onderzoek het maar.
U zult zien dat er uit Galilea geen profeet is opgestaan.

Daarna ging iedereen naar zijn eigen huis.

Download hoofdstuk als tekstbestand