Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Nieuwe Testament
Johannes 21
Jezus verschijnt bij het Meer van Tiberias
Een net vol vissen
Hierna liet Jezus zich opnieuw aan Zijn leerlingen zien, bij het Meer van Tiberias.
Dat gebeurde als volgt.
Dat gebeurde als volgt.
Bij elkaar waren Simon Petrus, Thomas die Didymus werd genoemd, Nathanaël uit Kana in Galilea, de zonen van Zebedeüs en twee andere leerlingen.
Simon Petrus zei tegen hen: Ik ga vissen.
Ze antwoordden: Wij gaan met je mee.
Ze vertrokken en stapten meteen in de boot, maar die nacht vingen ze niets.
Ze antwoordden: Wij gaan met je mee.
Ze vertrokken en stapten meteen in de boot, maar die nacht vingen ze niets.
Toen het ochtend werd, stond Jezus op de oever.
De leerlingen wisten niet dat het Jezus was.
De leerlingen wisten niet dat het Jezus was.
Jezus vroeg hun: Kinderen, hebben jullie niets te eten?
Ze antwoordden Hem: Nee.
Ze antwoordden Hem: Nee.
Hij zei: Gooi het net aan de rechterkant van de boot uit.
Dan zullen jullie vis vinden.
Ze gooiden het uit en konden het door de enorme hoeveelheid vissen niet meer binnenhalen.
Dan zullen jullie vis vinden.
Ze gooiden het uit en konden het door de enorme hoeveelheid vissen niet meer binnenhalen.
De leerling van wie Jezus hield, zei tegen Petrus: Het is de Heere!
Toen Simon Petrus dat hoorde, trok hij zijn bovenkleed aan.
Hij droeg namelijk geen bovenkleed.
Daarna sprong hij in het meer.
Toen Simon Petrus dat hoorde, trok hij zijn bovenkleed aan.
Hij droeg namelijk geen bovenkleed.
Daarna sprong hij in het meer.
De andere leerlingen kwamen met het bootje naar de kant.
Ze waren nog maar ongeveer 90 meter van de oever en sleepten het net vol vissen achter zich aan.
Ze waren nog maar ongeveer 90 meter van de oever en sleepten het net vol vissen achter zich aan.
De maaltijd aan de oever
Toen ze aan land kwamen, zagen ze een kolenvuur met vis erop en brood erbij.
Jezus zei tegen hen: Breng wat van de vissen die jullie net gevangen hebben.
Simon Petrus klom in de boot en trok het net aan land.
Het zat vol met 153 grote vissen.
Ondanks die hoeveelheid scheurde het net niet.
Het zat vol met 153 grote vissen.
Ondanks die hoeveelheid scheurde het net niet.
Jezus zei: Kom hier en eet.
Geen van de leerlingen durfde Hem te vragen wie Hij was.
Ze wisten dat het de Heere was.
Geen van de leerlingen durfde Hem te vragen wie Hij was.
Ze wisten dat het de Heere was.
Jezus kwam naar hen toe, nam het brood en gaf het hun.
Hetzelfde deed Hij met de vis.
Hetzelfde deed Hij met de vis.
Dit was de derde keer dat Jezus zich aan Zijn leerlingen liet zien nadat Hij uit de dood was opgewekt.
Jezus geeft Petrus een taak
Na de maaltijd vroeg Jezus aan Simon Petrus: Simon, zoon van Jonas, houd je meer van mij dan de anderen van mij houden?
Petrus antwoordde: Ja, Heere.
U weet dat ik U liefheb.
Jezus zei: Geef mijn lammeren te eten.
Petrus antwoordde: Ja, Heere.
U weet dat ik U liefheb.
Jezus zei: Geef mijn lammeren te eten.
Voor de tweede keer vroeg Jezus: Simon, zoon van Jonas, heb je mij lief?
Petrus antwoordde: Ja, Heere.
U weet dat ik U liefheb.
Jezus zei: Zorg voor mijn schapen.
Petrus antwoordde: Ja, Heere.
U weet dat ik U liefheb.
Jezus zei: Zorg voor mijn schapen.
Voor de derde keer vroeg Hij: Simon, zoon van Jonas, heb je mij lief?
Petrus werd verdrietig omdat Hij voor de derde keer vroeg of hij Hem liefhad.
Hij antwoordde: Heere, U weet alles.
U weet dat ik U liefheb.
Jezus zei: Geef mijn schapen te eten.
Petrus werd verdrietig omdat Hij voor de derde keer vroeg of hij Hem liefhad.
Hij antwoordde: Heere, U weet alles.
U weet dat ik U liefheb.
Jezus zei: Geef mijn schapen te eten.
Luister goed, ik verzeker je: toen je jonger was, deed je zelf je gordel om en ging je waar je wilde.
Maar als je oud wordt, zul je je handen uitstrekken.
Iemand anders zal je gordel omdoen en je brengen waar je niet heen wilt.
Maar als je oud wordt, zul je je handen uitstrekken.
Iemand anders zal je gordel omdoen en je brengen waar je niet heen wilt.
Hiermee maakte Hij duidelijk door welke dood Petrus God zou verheerlijken.
Daarna zei Hij tegen Petrus: Volg mij.
Daarna zei Hij tegen Petrus: Volg mij.
Petrus en de geliefde leerling
Petrus draaide zich om en zag de leerling volgen van wie Jezus hield.
Deze leerling had tijdens de maaltijd dicht naast Jezus aan tafel gelegen.
Hij had toen gevraagd: Heere, wie zal U verraden?
Deze leerling had tijdens de maaltijd dicht naast Jezus aan tafel gelegen.
Hij had toen gevraagd: Heere, wie zal U verraden?
Toen Petrus hem zag, vroeg hij aan Jezus: Heere, wat zal er met hem gebeuren?
Jezus antwoordde: Als ik wil dat hij blijft totdat ik kom, wat gaat jou dat aan?
Jij moet mij volgen.
Jij moet mij volgen.
Daarom verspreidde zich onder de broeders het bericht dat deze leerling niet zou sterven.
Maar Jezus had niet gezegd dat hij niet zou sterven.
Hij had gezegd: Als ik wil dat hij blijft totdat ik kom, wat gaat jou dat aan?
Maar Jezus had niet gezegd dat hij niet zou sterven.
Hij had gezegd: Als ik wil dat hij blijft totdat ik kom, wat gaat jou dat aan?
Het betrouwbare getuigenis
Dit is de leerling die over deze dingen getuigt en ze heeft opgeschreven.
Wij weten dat zijn getuigenis betrouwbaar is.
Wij weten dat zijn getuigenis betrouwbaar is.
Jezus heeft nog veel meer gedaan.
Als elk daarvan afzonderlijk werd opgeschreven, zou volgens mij zelfs de wereld niet genoeg ruimte hebben voor al die boeken.
Amen.
Als elk daarvan afzonderlijk werd opgeschreven, zou volgens mij zelfs de wereld niet genoeg ruimte hebben voor al die boeken.
Amen.