Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

Job 3

Job vervloekt de dag van zijn geboorte

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 3 minuten
Weg met die dag
Daarna deed Job zijn mond open en vervloekte de dag van zijn geboorte.
Job zei:
Weg met de dag waarop ik geboren ben, en met de nacht waarin men zei: Er is een jongen verwekt.
Laat die dag donker zijn.
Laat God van boven er niet naar vragen, en laat er geen lichtglans over schijnen.

Laat duisternis en doodsschaduw hem opeisen.
Laat wolken op hem gaan liggen en laat de zwarte dampen van de dag hem doen schrikken.

Laat het donker die nacht wegnemen.
Laat hij niet meetellen bij de dagen van het jaar en niet in het aantal maanden komen.

Kijk, laat die nacht onvruchtbaar zijn.
Laat er geen vrolijk gezang in klinken.

Laat wie dagen vervloeken hem vervloeken, zij die klaarstaan om hun klacht te wekken.
Laat de sterren van zijn schemering donker worden.
Laat hij op licht wachten dat niet komt, en de eerste stralen van de dageraad niet zien.

Want hij heeft de deuren van mijn moeders buik niet gesloten en de ellende niet voor mijn ogen verborgen.
Waarom ben ik niet gestorven?
Waarom ben ik niet bij mijn geboorte gestorven?
Waarom heb ik geen laatste adem gegeven toen ik uit de buik kwam?

Waarom waren er knieën die mij opvingen?
Waarom waren er borsten die mij te drinken gaven?

Nu zou ik liggen en stil zijn.
Ik zou slapen en rust hebben,
bij de koningen en raadgevers van de aarde, die voor zichzelf ruïnes herbouwden,
of bij de leiders die goud hadden en hun huizen met zilver vulden.
Of ik zou er niet zijn, als een kind dat te vroeg geboren werd, als kinderen die het licht nooit gezien hebben.
Daar houden de slechte mensen op met tekeergaan.
Daar rusten de mensen die op zijn.

Daar hebben de gevangenen samen rust.
Zij horen de stem van de slavendrijver niet.

Klein en groot zijn daar gelijk, en de slaaf is vrij van zijn heer.
Waarom licht voor wie lijdt?
Waarom geeft Hij licht aan wie ellendig zijn, en leven aan wie bitter bedroefd zijn?
Zij wachten op de dood, maar die komt niet.
Zij graven ernaar, meer dan naar verborgen schatten.

Zij zouden opspringen van blijdschap en juichen als zij het graf vonden.
Waarom licht voor de man wiens weg verborgen is, die God heeft ingesloten?
Mijn zuchten komt in plaats van mijn brood.
Mijn kreunen stroomt als water naar buiten.

Want waar ik bang voor was, is gebeurd.
Wat ik vreesde, is over mij gekomen.

Ik had geen rust en geen stilte.
Ik kon niet uitrusten, en de onrust kwam.

Download hoofdstuk als tekstbestand