Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

Job 28

Waar is de wijsheid te vinden?

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 3 minuten
De mijnen van de mens
Voor zilver is er een mijn, en er is een plaats waar men goud wint.
IJzer wordt uit de grond gehaald, en uit steen smelt men koper.
De mens maakt een einde aan het donker.
Tot in de verste hoeken zoekt hij naar erts in het diepste donker.

Ver van bewoonde plaatsen hakt hij een schacht.
Vergeten door voorbijgangers hangt hij te bengelen, ver van de mensen.

Uit de aarde komt brood voort, maar diep eronder wordt zij omgewoeld als door vuur.
Haar stenen zijn de vindplaats van saffier, en er zit goudstof in.
Geen roofvogel kent dat pad.
Geen valkenoog heeft het gezien.

Geen trotse roofdieren hebben het betreden.
Geen leeuw is er langsgekomen.

De mens slaat zijn hand aan de harde rots.
Hij keert bergen om vanaf hun voet.

In de rotsen hakt hij gangen uit, en zijn oog ziet alles wat kostbaar is.
Hij dicht de bronnen van rivieren af, en wat verborgen was, brengt hij aan het licht.
Wijsheid is niet te koop
Maar de wijsheid, waar is die te vinden?
Waar is de plaats van het inzicht?

De mens kent haar waarde niet.
Zij is niet te vinden in het land van de levenden.

De diepte zegt: Zij is niet in mij.
En de zee zegt: Zij is niet bij mij.

Zij is niet te koop voor het beste goud, en haar prijs is niet in zilver af te wegen.
Zij is niet te betalen met goud uit Ofir, met kostbare onyx of saffier.
Goud en glas halen het niet bij haar.
Je ruilt haar niet voor een sieraad van fijn goud.

Koraal en kristal zijn niet het noemen waard.
Wijsheid bezitten is meer waard dan robijnen.

De topaas uit Nubië haalt het niet bij haar.
Zij is niet te betalen met zuiver goud.

Waar komt die wijsheid dan vandaan?
Waar is de plaats van het inzicht?

Zij is verborgen voor de ogen van alles wat leeft, en ook voor de vogels van de hemel.
Het verderf en de dood zeggen: Wij hebben er met onze oren van gehoord.
God kent haar weg
God kent de weg naar haar.
Hij weet waar zij is.

Want Hij kijkt tot aan de einden van de aarde.
Hij ziet alles onder de hemel.

Toen Hij de wind zijn gewicht gaf en het water afmat,
toen Hij de regen zijn regel gaf en een weg voor de bliksem bij de donder,
toen zag Hij haar en beschreef haar.
Hij stelde haar vast en doorgrondde haar.

Tegen de mens zei Hij: Kijk, ontzag voor de HEERE, dat is wijsheid.
Wegblijven van het kwaad, dat is inzicht.

Download hoofdstuk als tekstbestand