Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Apocriefe boeken
Jezus Sirach 10
Bestuur en hoogmoed
Zo de rechter, zo het volk
Een wijze rechter onderwijst zijn volk, en het bestuur van wie verstandig is, is goed geordend.
Zoals de rechter van het volk is, zo zijn ook zijn dienaren, en zoals de leider van de stad is, zo zijn al haar bewoners.
Een koning die niet onderwezen is, richt zijn volk te gronde, maar een stad zal bewoond blijven door het verstand van wie macht hebben.
De macht op aarde ligt in de hand van de Heere, en op zijn tijd zal Hij daarover iemand doen opstaan die nuttig is.
In de hand van de Heere ligt het welslagen van een mens, en op het gezicht van de schriftgeleerde legt Hij Zijn eer.
Hoogmoed is het begin van de zonde
Word niet kwaad op je naaste om welk onrecht dan ook, en doe niets wat schande brengt.
Hoogmoed is verwerpelijk voor God en voor de mensen, en bij allebei is de misdaad van het onrecht verwerpelijk.
Een koninkrijk gaat van het ene volk naar het andere over, vanwege onrecht, overmoed en rijkdom die met bedrog verkregen is.
Waarom zou stof en as zich toch verheffen?
Waarom zou stof en as zich toch verheffen?
Er is werkelijk niets onrechtvaardigers dan iemand die alleen aan geld denkt.
Want zo iemand biedt zelfs zijn eigen ziel te koop aan, want zijn binnenste gooit die weg terwijl hij nog leeft.
De dokter houdt een lange ziekte tegen.
Vandaag is iemand koning, en morgen zal hij sterven.
Vandaag is iemand koning, en morgen zal hij sterven.
Want wanneer een mens sterft, erft hij kruipende en wilde dieren en wormen.
Het begin van de hoogmoed is dat een mens van de Heere afwijkt en dat zijn hart zich afkeert van Hem die hem gemaakt heeft.
Want hoogmoed is het begin van de zonde, en wie daarin blijft, doet de gruwelijkste dingen.
Maar op het eind zal hij omvergeworpen worden.
Maar op het eind zal hij omvergeworpen worden.
Daarom heeft de Heere ongewone straffen over hen gebracht en heeft Hij hen ten slotte omvergeworpen.
De Heere heeft de tronen van heersers neergedrukt en zachtmoedigen in hun plaats gezet.
De Heere rukt de wortels van hoogmoedige volken uit en plant nederigen in hun plaats, met eer.
De Heere keert de landen van de volken om en verwoest ze tot op de bodem van de aarde.
Hij heeft hen daaruit weggenomen en te gronde gericht.
En Hij heeft de herinnering aan hen van de aarde laten verdwijnen.
Wie werkelijk eer verdient
Hoogmoed is niet in de mensen geschapen, en ook de grimmige toorn niet in wie uit vrouwen geboren zijn.
Wie ontzag hebben voor de Heere zijn een betrouwbaar nageslacht, en wie Hem liefhebben een kostbare plant.
Maar wie niet op de wet letten, zijn een schandelijk nageslacht, en wie de geboden overtreden een nageslacht dat afdwaalt.
Maar wie niet op de wet letten, zijn een schandelijk nageslacht, en wie de geboden overtreden een nageslacht dat afdwaalt.
Wie onder broeders hun leider is, wordt geëerd, en wie ontzag hebben voor de Heere worden geëerd in Zijn ogen.
Ontzag voor de Heere is een heerschappij, ook waar het lot beslist, maar hardheid en hoogmoed doen die heerschappij verdwijnen.
De roem van een rijke, een aanzienlijke en een arme is het ontzag voor de Heere.
Het is niet goed een arme te onteren die verstandig is, en het hoort niet dat men een zondaar eert.
De groten, de rechters en de machtigen worden geëerd, maar niemand van hen is groter dan wie ontzag heeft voor de Heere.
Vrije mensen zullen een verstandige knecht dienen, en een man met kennis zal niet mopperen wanneer hij terechtgewezen wordt.
Doe niet wijs wanneer je je werk doet, en schep niet op in de tijd van je nood.
Want het is beter dat iemand werkt en overvloed heeft dan dat hij opschept en geen brood heeft.
Mijn kind, geef je ziel eer door je zachtmoedigheid en geef haar de eer die zij verdient.
Wie zal iemand in zijn recht stellen die tegen zijn eigen ziel zondigt?
En wie zal iemand eren die zijn eigen leven onteert?
En wie zal iemand eren die zijn eigen leven onteert?
Een arme wordt geëerd om zijn kennis, en een rijke wordt geëerd om zijn rijkdom.
Wie in armoede geëerd wordt, hoeveel te meer in rijkdom.
En wie in rijkdom geen eer krijgt, hoeveel te minder in armoede.
En wie in rijkdom geen eer krijgt, hoeveel te minder in armoede.