Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
Jesaja 9
Een Kind is ons geboren
Een groot licht
Het volk dat in duisternis loopt, zal een groot licht zien.
Over wie wonen in het land van de schaduw van de dood, zal een licht schijnen.
Over wie wonen in het land van de schaduw van de dood, zal een licht schijnen.
U hebt dit volk talrijk gemaakt, maar de vreugde nog niet groot.
Toch zullen zij blij zijn voor Uw aangezicht, zoals men blij is in de oogsttijd en zoals men juicht bij het verdelen van de buit.
Toch zullen zij blij zijn voor Uw aangezicht, zoals men blij is in de oogsttijd en zoals men juicht bij het verdelen van de buit.
Want U hebt het juk dat hen drukte gebroken.
U brak de stok op hun schouder en de staf van hun drijver, zoals op de dag van Midian.
U brak de stok op hun schouder en de staf van hun drijver, zoals op de dag van Midian.
Elke laars van wie dreunend marcheert en elke mantel die in bloed gewenteld is, gaat in het vuur, als voedsel voor de vlammen.
Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven.
De heerschappij rust op Zijn schouder, en men noemt Hem Wonderlijk, Raadsman, Sterke God, eeuwige Vader, Vredevorst.
De heerschappij rust op Zijn schouder, en men noemt Hem Wonderlijk, Raadsman, Sterke God, eeuwige Vader, Vredevorst.
Aan deze heerschappij en aan de vrede komt geen einde, op de troon van David en in zijn koninkrijk.
Hij zal het vestigen en ondersteunen met recht en gerechtigheid, van nu af tot in eeuwigheid.
De ijver van de HEERE van de legermachten zal dit doen.
Hij zal het vestigen en ondersteunen met recht en gerechtigheid, van nu af tot in eeuwigheid.
De ijver van de HEERE van de legermachten zal dit doen.
De hand blijft uitgestrekt
De Heere heeft een woord naar Jakob gestuurd, en het is in Israël gevallen.
Het hele volk zal het merken, Efraïm en de inwoners van Samaria, die vol hoogmoed en trots zijn.
Zij zeggen: De tichelstenen zijn gevallen, maar wij bouwen met gehouwen steen.
De wilde vijgenbomen zijn omgehakt, maar wij zetten er ceders voor in de plaats.
De wilde vijgenbomen zijn omgehakt, maar wij zetten er ceders voor in de plaats.
Daarom zal de HEERE de tegenstanders van Rezin tegen hem opzetten en zijn vijanden opjagen.
De Syriërs komen van voren en de Filistijnen van achteren, en zij eten Israël op met volle mond.
Ondanks dit alles keert Zijn woede zich niet af, en Zijn hand blijft uitgestrekt.
Ondanks dit alles keert Zijn woede zich niet af, en Zijn hand blijft uitgestrekt.
Want het volk keert zich niet tot Hem die het slaat, en de HEERE van de legermachten zoeken zij niet.
Daarom zal de HEERE uit Israël kop en staart afhakken, tak en riet, op één dag.
De oudste en de aanzienlijke zijn de kop, en de profeet die leugens leert, is de staart.
Want de leiders van dit volk brengen het op een dwaalweg, en wie zich laten leiden, worden verslonden.
Daarom is de Heere niet blij over hun jonge mannen, en over hun wezen en weduwen ontfermt Hij zich niet.
Zij zijn allemaal huichelaars en boosdoeners, en elke mond spreekt dwaasheid.
Ondanks dit alles keert Zijn woede zich niet af, en Zijn hand blijft uitgestrekt.
Zij zijn allemaal huichelaars en boosdoeners, en elke mond spreekt dwaasheid.
Ondanks dit alles keert Zijn woede zich niet af, en Zijn hand blijft uitgestrekt.
Want de goddeloosheid brandt als vuur.
Zij verteert doorns en distels en steekt het struikgewas van het bos in brand, dat opgaat in een zuil van rook.
Zij verteert doorns en distels en steekt het struikgewas van het bos in brand, dat opgaat in een zuil van rook.
Door de woede van de HEERE van de legermachten wordt het land verschroeid, en het volk is voedsel voor het vuur.
Niemand spaart de ander.
Niemand spaart de ander.
Snijdt men aan de rechterkant, dan houdt men honger.
Eet men aan de linkerkant, dan wordt men niet verzadigd.
Ieder eet het vlees van zijn eigen arm.
Eet men aan de linkerkant, dan wordt men niet verzadigd.
Ieder eet het vlees van zijn eigen arm.
Manasse eet Efraïm en Efraïm eet Manasse, en samen keren zij zich tegen Juda.
Ondanks dit alles keert Zijn woede zich niet af, en Zijn hand blijft uitgestrekt.
Ondanks dit alles keert Zijn woede zich niet af, en Zijn hand blijft uitgestrekt.