Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
Jesaja 51
Kijk naar de rots waaruit je gehouwen bent
Abraham en Sara
Luister naar mij, jullie die gerechtigheid najagen en de HEERE zoeken.
Kijk naar de rots waaruit je gehouwen bent en naar de put waaruit je gegraven bent.
Kijk naar de rots waaruit je gehouwen bent en naar de put waaruit je gegraven bent.
Kijk naar Abraham, jullie vader, en naar Sara, die jullie gebaard heeft.
Want ik riep hem toen hij nog alleen was.
Ik zegende hem en maakte hem talrijk.
Want ik riep hem toen hij nog alleen was.
Ik zegende hem en maakte hem talrijk.
Want de HEERE zal Sion troosten en al haar puinhopen troosten.
Hij maakt haar woestijn als Eden en haar wildernis als de tuin van de HEERE.
Vreugde en blijdschap zullen daar zijn, dank en het geluid van gezang.
Hij maakt haar woestijn als Eden en haar wildernis als de tuin van de HEERE.
Vreugde en blijdschap zullen daar zijn, dank en het geluid van gezang.
Luister naar mij, mijn volk, en let op mij, mijn natie.
Want een wet zal van mij uitgaan, en mijn recht stel ik tot een licht voor de volken.
Want een wet zal van mij uitgaan, en mijn recht stel ik tot een licht voor de volken.
Mijn gerechtigheid is nabij, mijn redding trekt uit en mijn armen zullen de volken oordelen.
De eilanden wachten op mij en hopen op mijn arm.
De eilanden wachten op mij en hopen op mijn arm.
Kijk omhoog naar de hemel en naar de aarde beneden.
De hemel zal verdwijnen als rook en de aarde verslijten als een kleed.
Haar bewoners sterven net zo.
Maar mijn redding blijft eeuwig en mijn gerechtigheid wordt niet gebroken.
De hemel zal verdwijnen als rook en de aarde verslijten als een kleed.
Haar bewoners sterven net zo.
Maar mijn redding blijft eeuwig en mijn gerechtigheid wordt niet gebroken.
Luister naar mij, jullie die de gerechtigheid kennen, volk met mijn wet in het hart.
Wees niet bang voor de smaad van mensen en schrik niet van hun beschimpingen.
Wees niet bang voor de smaad van mensen en schrik niet van hun beschimpingen.
Want de mot zal hen opeten als een kleed en de worm als wol.
Maar mijn gerechtigheid blijft eeuwig en mijn redding van geslacht op geslacht.
Maar mijn gerechtigheid blijft eeuwig en mijn redding van geslacht op geslacht.
Ontwaak, arm van de HEERE
Ontwaak, ontwaak, bekleed je met kracht, arm van de HEERE!
Ontwaak als in de dagen van vroeger, als in de geslachten van lang geleden.
Was U het niet die Rahab neersloeg en het zeemonster doorboorde?
Ontwaak als in de dagen van vroeger, als in de geslachten van lang geleden.
Was U het niet die Rahab neersloeg en het zeemonster doorboorde?
Was U het niet die de zee droogmaakte, de wateren van de grote diepte?
Die de diepten van de zee tot een weg maakte, zodat de verlosten erdoorheen konden gaan?
Die de diepten van de zee tot een weg maakte, zodat de verlosten erdoorheen konden gaan?
Zo zullen wie door de HEERE vrijgekocht zijn terugkeren en met gejuich in Sion komen.
Eeuwige blijdschap zal op hun hoofd zijn.
Vreugde en blijdschap zullen zij krijgen, en verdriet en zuchten vluchten weg.
Eeuwige blijdschap zal op hun hoofd zijn.
Vreugde en blijdschap zullen zij krijgen, en verdriet en zuchten vluchten weg.
Ik, ik ben het die jullie troost.
Wie ben jij dan, dat je bang bent voor een mens die sterft, voor een mensenkind dat als gras vergaat?
Wie ben jij dan, dat je bang bent voor een mens die sterft, voor een mensenkind dat als gras vergaat?
Je vergeet de HEERE, je Maker, die de hemel uitspande en de aarde grondvestte.
Je bent de hele dag bang voor de woede van de verdrukker, die klaarstaat om te vernietigen.
Waar is die woede van de verdrukker nu?
Je bent de hele dag bang voor de woede van de verdrukker, die klaarstaat om te vernietigen.
Waar is die woede van de verdrukker nu?
Wie gebogen gevangen zit, wordt snel losgelaten.
Hij zal niet in de kuil sterven en zijn brood zal hem niet ontbreken.
Hij zal niet in de kuil sterven en zijn brood zal hem niet ontbreken.
Want ik ben de HEERE, je God, die de zee opzweept zodat haar golven bruisen.
HEERE van de legermachten is Zijn naam.
HEERE van de legermachten is Zijn naam.
Ik leg mijn woorden in je mond en bedek je in de schaduw van mijn hand.
Zo plant ik de hemel en grondvest ik de aarde, en zeg ik tegen Sion: jullie zijn mijn volk.
Zo plant ik de hemel en grondvest ik de aarde, en zeg ik tegen Sion: jullie zijn mijn volk.
Word wakker, Jeruzalem
Word wakker, word wakker, sta op, Jeruzalem!
Jij hebt uit de hand van de HEERE de beker van Zijn woede gedronken.
De droesem van de beker van duizeling heb je gedronken en helemaal leeggezogen.
Jij hebt uit de hand van de HEERE de beker van Zijn woede gedronken.
De droesem van de beker van duizeling heb je gedronken en helemaal leeggezogen.
Van alle kinderen die zij gebaard heeft, is er niemand die haar leidt.
Van alle kinderen die zij opvoedde, is er niemand die haar bij de hand neemt.
Van alle kinderen die zij opvoedde, is er niemand die haar bij de hand neemt.
Deze twee dingen overkwamen je; wie heeft medelijden met jou?
Er is verwoesting en vernietiging, honger en zwaard.
Hoe zal ik je troosten?
Er is verwoesting en vernietiging, honger en zwaard.
Hoe zal ik je troosten?
Je kinderen zijn bezweken en liggen op elke straathoek, als een antilope in een net.
Zij zijn vol van de woede van de HEERE, van de dreiging van je God.
Zij zijn vol van de woede van de HEERE, van de dreiging van je God.
Hoor daarom dit, verdrukte, jij die dronken bent, maar niet van wijn.
Dit zegt de Heere, de HEERE, je God, die de zaak van Zijn volk bepleit.
Kijk, ik neem de beker van duizeling uit je hand, de droesem van de beker van mijn woede.
Je zult hem nooit meer drinken.
Kijk, ik neem de beker van duizeling uit je hand, de droesem van de beker van mijn woede.
Je zult hem nooit meer drinken.
Ik geef hem aan wie jou pijn deden, die tegen je zeiden: Buig je neer, dan lopen wij over je heen.
En jij maakte je rug als de grond, als een straat voor wie erover gaan.
En jij maakte je rug als de grond, als een straat voor wie erover gaan.