Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

Jesaja 33

Wee jou, verwoester

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 4 minuten
Wees ons genadig, HEERE
Wee jou, verwoester, die zelf niet verwoest bent, verrader, die zelf niet verraden bent!
Ben je klaar met verwoesten, dan word je verwoest.
Ben je klaar met verraden, dan word je verraden.
HEERE, wees ons genadig, wij wachten op U.
Wees elke morgen hun arm, en onze redding in tijden van nood.
Van het geluid van het gedreun vluchten de volken.
Als U opstaat, worden de naties verstrooid.
Dan wordt jullie buit verzameld zoals sprinkhanen verzameld worden.
Men springt erop af zoals sprinkhanen heen en weer springen.
De HEERE is verheven, want Hij woont in de hoogte.
Hij heeft Sion gevuld met recht en gerechtigheid.
Hij zal de vastheid van jouw tijden zijn, de kracht van jouw redding, wijsheid en kennis.
Het ontzag voor de HEERE is zijn schat.
Nu zal ik opstaan
Kijk, hun helden schreeuwen buiten en de boden van de vrede huilen bitter.
De gebaande wegen liggen verlaten en niemand loopt nog op de paden.
Hij verbreekt het verbond, veracht de steden en telt geen mens.
Het land treurt en kwijnt.
De Libanon staat beschaamd en verwelkt.
Saron is een woestijn geworden, en Basan en Karmel zijn kaalgeschud.
Nu zal ik opstaan, zegt de HEERE.
Nu zal ik verhoogd worden, nu zal ik verheven worden.

Jullie zijn zwanger van stro en baren stoppels.
Jullie eigen adem zal jullie als vuur verslinden.

De volken zullen zijn als kalk die gebrand wordt, als afgehakte doorns die in het vuur verbranden.
Hoor wat ik gedaan heb, jullie die ver weg zijn.
Erken mijn macht, jullie die dichtbij zijn.

De zondaars in Sion zijn geschrokken en de huichelaars beven.
Zij zeggen: Wie van ons kan wonen bij een verterend vuur?
Wie van ons kan wonen bij een eeuwige gloed?

Wie rechtvaardig leeft en eerlijk spreekt, wijst winst uit onderdrukking af.
Hij schudt zijn handen uit om geen geschenk te houden.
Hij sluit zijn oor voor plannen met bloed en zijn ogen voor het kwaad.
Zo iemand zal in de hoogte wonen.
Rotsburchten zijn zijn vesting.
Zijn brood krijgt hij en zijn water is verzekerd.
De Koning in Zijn schoonheid
Je ogen zullen de Koning zien in Zijn schoonheid.
Zij zullen een wijd land zien.
Je hart zal terugdenken aan de schrik: Waar is de schrijver?
Waar is de belastingman?
Waar is hij die de torens telde?

Je zult dat brutale volk niet meer zien.
Het spreekt een duistere taal die je niet kunt volgen, met een vreemde tong die je niet verstaat.
Kijk naar Sion, de stad van onze feesten.
Je ogen zullen Jeruzalem zien, een rustige woonplaats, een tent die niet wordt afgebroken.
Haar pinnen worden nooit uitgetrokken en geen van haar touwen scheurt.
Maar daar zal de HEERE machtig bij ons zijn.
Het wordt een plaats van rivieren en brede stromen, waar geen roeiboot vaart en geen groot schip overheen gaat.
Want de HEERE is onze Rechter, de HEERE is onze Wetgever, de HEERE is onze Koning.
Hij zal ons redden.
Jouw touwen hangen slap, zij houden de mast niet recht en spannen het zeil niet uit.
Dan wordt de buit van een grote roof verdeeld, en zelfs kreupelen zullen roven.
Geen bewoner zal zeggen: Ik ben ziek.
Het volk dat daar woont, krijgt vergeving van zijn schuld.

Download hoofdstuk als tekstbestand