Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

Jesaja 31

Wee wie naar Egypte gaan

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 2 minuten
Egypte is mens en geen God
Wee wie naar Egypte gaan om hulp en steunen op paarden.
Zij vertrouwen op wagens, omdat er veel zijn, en op ruiters, omdat die machtig zijn.
Maar zij kijken niet naar de Heilige van Israël en zoeken de HEERE niet.
Toch is ook Hij wijs.
Hij laat het kwaad komen en neemt Zijn woorden niet terug.
Hij zal opstaan tegen het huis van de boosdoeners en tegen de hulp van wie onrecht doen.
De Egyptenaren zijn mensen en geen God, en hun paarden zijn vlees en geen geest.
De HEERE zal Zijn hand uitstrekken: de helper struikelt, wie geholpen wordt valt, en samen komen zij om.
De HEERE beschermt Jeruzalem
Want dit heeft de HEERE tegen mij gezegd: Een leeuw, een jonge leeuw, gromt over zijn prooi.
Roept men een hele groep herders tegen hem bijeen, dan schrikt hij niet van hun stem en buigt hij niet voor hun aantal.
Zo zal de HEERE van de legermachten neerdalen om te strijden op de berg Sion en op haar heuvel.

Als vliegende vogels zal de HEERE van de legermachten Jeruzalem beschermen.
Hij zal haar beschermen en redden, sparen en bevrijden.
Keer terug naar Hem, Israëlieten, van wie jullie zo diep zijn afgeweken.
Want op die dag zal ieder zijn zilveren en gouden afgoden wegwerpen, die jullie handen tot zonde gemaakt hebben.
Assur zal vallen door een zwaard dat niet van een man is.
Een zwaard dat niet van een mens is, zal hem verteren.
Hij vlucht voor het zwaard en zijn jonge mannen worden dwangarbeiders.
Van angst zal hij zijn rots voorbijgaan, en zijn vorsten zullen schrikken voor de vlag.
Zo zegt de HEERE, die in Sion een vuur heeft en in Jeruzalem een oven.

Download hoofdstuk als tekstbestand