Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

Jeremia 46

Het woord over Egypte

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 5 minuten
De slag bij Karchemis
Het woord van de HEERE dat tot de profeet Jeremia kwam over de volken.
Over Egypte, over het leger van Farao Necho, de koning van Egypte, dat bij de rivier de Frath lag bij Karchemis.
Nebukadrezar, de koning van Babel, versloeg het in het vierde jaar van Jojakim, de zoon van Josia, de koning van Juda.
Maak het kleine en het grote schild klaar en kom naar de strijd!
Span de paarden in en stijg op, ruiters!
Ga in de rij staan met je helmen.
Poets de speren en trek je pantsers aan!

Waarom zie ik dat zij versaagd zijn en terugwijken?
Zelfs hun helden zijn verslagen.
Zij slaan op de vlucht en kijken niet om.
Overal is schrik, zegt de HEERE.

De snelle kan niet wegvluchten en de held niet ontkomen.
In het noorden, aan de oever van de Frath, zijn zij gestruikeld en gevallen.

Wie is dat, die opkomt als de Nijl, met water dat golft als rivieren?
Egypte komt op als de Nijl, met water dat golft als rivieren.
Hij zegt: ik zal opkomen en de aarde bedekken.
Ik zal de stad en haar bewoners vernietigen.

Ruk uit, paarden, en raas, wagens!
Laat de helden uittrekken: de Ethiopiërs en de mannen van Put met hun schilden, en de Lydiërs die de boog spannen.

Maar deze dag is van de Heere HEERE van de legermachten, een dag van wraak.
Hij wreekt zich op Zijn tegenstanders.
Het zwaard zal verslinden, verzadigd worden en dronken van hun bloed.
Want de Heere HEERE van de legermachten houdt een offerfeest in het land van het noorden, aan de Frath.

Ga naar Gilead en haal balsem, jonge vrouw, dochter van Egypte.
Tevergeefs gebruik je veel medicijnen; er is geen genezing voor je.

De volken hebben van je schande gehoord en het land is vol van je geschreeuw.
Want held struikelde over held; samen zijn zij gevallen.

Nebukadrezar komt naar Egypte
Het woord dat de HEERE tot de profeet Jeremia sprak over de komst van Nebukadrezar, de koning van Babel, om Egypte te slaan.
Vertel het in Egypte en laat het horen in Migdol.
Laat het ook horen in Nof en Tachpanhes.
Zeg: stel je op en maak je klaar, want het zwaard heeft alles om je heen verslonden.

Waarom zijn je sterke mannen weggevaagd?
Zij hielden geen stand, omdat de HEERE hen voortdreef.

Hij liet velen struikelen; de een viel over de ander.
Zij zeiden: sta op, laten wij terugkeren naar ons eigen volk en ons geboorteland, weg van het moordende zwaard.

Daar riepen zij: Farao, de koning van Egypte, is alleen maar lawaai.
Hij heeft zijn kans voorbij laten gaan.

Zo waar ik leef, zegt de Koning, wiens naam HEERE van de legermachten is.
Hij zal komen als de Tabor tussen de bergen en als de Karmel bij de zee.

Maak je bagage klaar voor de ballingschap, bewoonster, dochter van Egypte.
Want Nof zal een woestenij worden, verbrand en onbewoond.

Egypte is een prachtige jonge koe, maar uit het noorden komt de horzel op haar af.
Zelfs haar huursoldaten in haar midden zijn als gemeste kalveren.
Ook zij hebben zich omgedraaid en zijn samen gevlucht; zij hielden geen stand.
Want de dag van hun ondergang kwam over hen, de tijd van hun bezoeking.

Haar stem gaat weg als het sissen van een slang.
Want zij komen met een leger en gaan met bijlen op haar af, als houthakkers.

Zij hebben haar woud omgehakt, zegt de HEERE, hoe ondoordringbaar het ook is.
Want zij zijn talrijker dan sprinkhanen, niet te tellen.

De dochter van Egypte staat beschaamd.
Zij is gegeven in de hand van het volk uit het noorden.

De HEERE van de legermachten, de God van Israël, zegt: kijk, ik bezoek de menigte van No.
Ik bezoek Farao en Egypte, met haar goden en haar koningen, ja Farao en wie op hem vertrouwen.

Ik geef hen in de hand van wie hun leven zoeken, in de hand van Nebukadrezar, de koning van Babel, en van zijn knechten.
Maar daarna zal zij weer bewoond worden als in vroeger dagen, zegt de HEERE.

Maar jij, mijn knecht Jakob, wees niet bang.
Schrik niet, Israël.
Want kijk, ik zal je redden uit verre landen en je nageslacht uit het land van hun ballingschap.
Jakob zal terugkomen, rustig en veilig, en niemand zal hem opschrikken.

Wees dus niet bang, mijn knecht Jakob, zegt de HEERE, want ik ben met je.
Ik zal een einde maken aan alle volken waarheen ik je verdreven heb.
Maar aan jou maak ik geen einde.
Ik zal je met mate straffen en je niet vrijuit laten gaan.

Download hoofdstuk als tekstbestand