Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
Jeremia 42
Ga niet naar Egypte
Bid voor ons
Toen kwamen alle legeraanvoerders naar voren, met Johanan, de zoon van Kareah, en Jezanja, de zoon van Hosaja.
Ook heel het volk kwam, van klein tot groot.
Ook heel het volk kwam, van klein tot groot.
Zij zeiden tegen de profeet Jeremia: Laat onze smeekbede bij u gehoor vinden.
Bid voor ons tot de HEERE, uw God, voor heel deze rest.
Want wij zijn met weinigen overgebleven van velen, zoals u zelf ziet.
Bid voor ons tot de HEERE, uw God, voor heel deze rest.
Want wij zijn met weinigen overgebleven van velen, zoals u zelf ziet.
Laat de HEERE, uw God, ons de weg bekendmaken die wij moeten gaan en wat wij moeten doen.
De profeet Jeremia zei tegen hen: Ik heb het gehoord.
Kijk, ik zal tot de HEERE, jullie God, bidden zoals jullie vragen.
Alles wat de HEERE jullie antwoordt, zal ik jullie vertellen.
Ik zal geen woord voor jullie achterhouden.
Kijk, ik zal tot de HEERE, jullie God, bidden zoals jullie vragen.
Alles wat de HEERE jullie antwoordt, zal ik jullie vertellen.
Ik zal geen woord voor jullie achterhouden.
Toen zeiden zij tegen Jeremia: De HEERE zij tussen ons een waarachtige en betrouwbare getuige.
Wij zullen precies doen wat de HEERE, uw God, door u tot ons zegt.
Wij zullen precies doen wat de HEERE, uw God, door u tot ons zegt.
Of het nu goed of kwaad is, wij zullen luisteren naar de stem van de HEERE, onze God, naar wie wij u sturen.
Dan zal het ons goed gaan, als wij naar de stem van de HEERE, onze God, luisteren.
Dan zal het ons goed gaan, als wij naar de stem van de HEERE, onze God, luisteren.
Het antwoord na tien dagen
Na tien dagen kwam het woord van de HEERE tot Jeremia.
Toen riep hij Johanan, de zoon van Kareah, en alle legeraanvoerders die bij hem waren, en heel het volk, van klein tot groot.
Hij zei tegen hen: Jullie stuurden mij naar de HEERE, de God van Israël, met jullie smeekbede.
Dit zegt Hij.
Dit zegt Hij.
Als jullie in dit land blijven wonen, zal ik jullie bouwen en niet afbreken, planten en niet uitrukken.
Want ik heb spijt van het kwaad dat ik jullie aangedaan heb.
Want ik heb spijt van het kwaad dat ik jullie aangedaan heb.
Wees niet bang voor de koning van Babel, voor wie jullie nu bang zijn.
Wees niet bang voor hem, zegt de HEERE.
Want ik ben met jullie om jullie te redden en uit zijn hand te bevrijden.
Wees niet bang voor hem, zegt de HEERE.
Want ik ben met jullie om jullie te redden en uit zijn hand te bevrijden.
Ik zal jullie barmhartigheid geven, zodat hij zich over jullie ontfermt en jullie terugbrengt naar jullie eigen land.
Maar misschien zeggen jullie: wij blijven niet in dit land.
Dan luisteren jullie niet naar de stem van de HEERE, jullie God.
Dan luisteren jullie niet naar de stem van de HEERE, jullie God.
Jullie zeggen dan: nee, wij gaan naar Egypte.
Daar zien wij geen oorlog en horen wij geen bazuin.
Daar hebben wij geen honger naar brood, en daar willen wij blijven.
Daar zien wij geen oorlog en horen wij geen bazuin.
Daar hebben wij geen honger naar brood, en daar willen wij blijven.
Hoor dan nu het woord van de HEERE, rest van Juda.
Dit zegt de HEERE van de legermachten, de God van Israël.
Stel dat jullie werkelijk besluiten naar Egypte te gaan en daar als vreemdeling te wonen.
Dit zegt de HEERE van de legermachten, de God van Israël.
Stel dat jullie werkelijk besluiten naar Egypte te gaan en daar als vreemdeling te wonen.
Dan zal het zwaard waar jullie bang voor zijn, jullie daar in Egypte inhalen.
De honger waar jullie voor vrezen, zal jullie daar achtervolgen, en daar zullen jullie sterven.
De honger waar jullie voor vrezen, zal jullie daar achtervolgen, en daar zullen jullie sterven.
Zo zal het gaan met alle mannen die besluiten naar Egypte te gaan om daar als vreemdeling te wonen.
Zij zullen sterven door zwaard, honger en pest.
Niemand van hen zal overblijven of ontkomen aan het kwaad dat ik over hen breng.
Zij zullen sterven door zwaard, honger en pest.
Niemand van hen zal overblijven of ontkomen aan het kwaad dat ik over hen breng.
Want dit zegt de HEERE van de legermachten, de God van Israël.
Zoals mijn toorn en mijn woede over de inwoners van Jeruzalem is uitgestort, zo wordt mijn woede over jullie uitgestort als jullie in Egypte komen.
Jullie zullen een vervloeking, een schrikbeeld en een smaad worden, en deze plaats niet meer zien.
Zoals mijn toorn en mijn woede over de inwoners van Jeruzalem is uitgestort, zo wordt mijn woede over jullie uitgestort als jullie in Egypte komen.
Jullie zullen een vervloeking, een schrikbeeld en een smaad worden, en deze plaats niet meer zien.
De HEERE heeft tegen jullie gesproken, rest van Juda: ga niet naar Egypte.
Weet zeker dat ik jullie vandaag gewaarschuwd heb.
Weet zeker dat ik jullie vandaag gewaarschuwd heb.
Jullie hebben jezelf misleid.
Jullie stuurden mij naar de HEERE, jullie God, en zeiden: bid voor ons tot de HEERE, onze God.
Maak ons alles bekend wat de HEERE, onze God, zegt, en wij zullen het doen.
Jullie stuurden mij naar de HEERE, jullie God, en zeiden: bid voor ons tot de HEERE, onze God.
Maak ons alles bekend wat de HEERE, onze God, zegt, en wij zullen het doen.
Vandaag heb ik het jullie bekendgemaakt.
Maar jullie hebben niet geluisterd naar de stem van de HEERE, jullie God, en niet naar alles waarmee Hij mij naar jullie gestuurd heeft.
Maar jullie hebben niet geluisterd naar de stem van de HEERE, jullie God, en niet naar alles waarmee Hij mij naar jullie gestuurd heeft.
Weet dan nu zeker dat jullie zullen sterven door zwaard, honger en pest.
Dat gebeurt op de plaats waar jullie graag heen willen om daar te wonen.
Dat gebeurt op de plaats waar jullie graag heen willen om daar te wonen.