Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
Jeremia 4
Breek een braakland open
Besnijd je hart
Als je terugkeert, Israël, zegt de HEERE, keer dan terug naar mij.
Als je je gruwelen voor mijn ogen wegdoet, hoef je niet meer te zwerven.
Als je je gruwelen voor mijn ogen wegdoet, hoef je niet meer te zwerven.
Zweer dan: zo waar de HEERE leeft, in waarheid, in recht en in gerechtigheid.
Dan zullen de volken zich in Hem zegenen en zich op Hem beroemen.
Dan zullen de volken zich in Hem zegenen en zich op Hem beroemen.
Want dit zegt de HEERE tegen de mannen van Juda en tegen Jeruzalem: breek een braakland voor jezelf open en zaai niet tussen de doorns.
Besnijd je voor de HEERE en verwijder de voorhuid van je hart, mannen van Juda en inwoners van Jeruzalem.
Anders slaat mijn woede uit als een vuur dat niemand kan blussen, vanwege jullie slechte daden.
Anders slaat mijn woede uit als een vuur dat niemand kan blussen, vanwege jullie slechte daden.
Vertel het in Juda en laat het horen in Jeruzalem.
Blaas de bazuin in het land, roep met volle stem en zeg: verzamel je en laten wij de versterkte steden ingaan.
Blaas de bazuin in het land, roep met volle stem en zeg: verzamel je en laten wij de versterkte steden ingaan.
Steek een vaandel op naar Sion, vlucht in groepen en blijf niet staan.
Want ik breng onheil uit het noorden en een grote ramp.
Want ik breng onheil uit het noorden en een grote ramp.
De leeuw is uit zijn struikgewas gekomen en de verwoester van volken is opgetrokken.
Hij is uit zijn plaats gegaan om je land tot een woestenij te maken.
Je steden worden verwoest, zodat er niemand meer woont.
Hij is uit zijn plaats gegaan om je land tot een woestenij te maken.
Je steden worden verwoest, zodat er niemand meer woont.
Doe daarom rouwkleren aan, klaag en huil, want de brandende toorn van de HEERE is niet van ons afgekeerd.
Op die dag, zegt de HEERE, zal het hart van de koning en van de vorsten bezwijken.
De priesters zullen ontzet staan en de profeten verbijsterd.
De priesters zullen ontzet staan en de profeten verbijsterd.
Een gloeiende wind
Toen zei ik: Ach, Heere HEERE, U hebt dit volk en Jeruzalem zwaar misleid.
U zei dat zij vrede zouden hebben, terwijl het zwaard tot aan de ziel raakt.
U zei dat zij vrede zouden hebben, terwijl het zwaard tot aan de ziel raakt.
In die tijd zal men tegen dit volk en tegen Jeruzalem zeggen: er komt een gloeiende wind uit de woestijn.
Hij komt van de kale hoogten naar de dochter van mijn volk.
Hij komt niet om te wannen en niet om te zuiveren.
Hij komt van de kale hoogten naar de dochter van mijn volk.
Hij komt niet om te wannen en niet om te zuiveren.
Een sterkere wind dan die komt voor mij.
Nu zal ik ook mijn oordelen over hen uitspreken.
Nu zal ik ook mijn oordelen over hen uitspreken.
Kijk, hij komt op als wolken, zijn wagens zijn als een wervelwind en zijn paarden sneller dan arenden.
Wee ons, wij zijn verwoest!
Wee ons, wij zijn verwoest!
Was je hart schoon van boosheid, Jeruzalem, dan word je gered.
Hoe lang laat je je lege gedachten nog in je binnenste overnachten?
Hoe lang laat je je lege gedachten nog in je binnenste overnachten?
Want een stem meldt het vanaf Dan en laat onheil horen vanaf het bergland van Efraïm.
Vertel het aan de volken, laat het horen tegen Jeruzalem: belegeraars komen uit een ver land en verheffen hun stem tegen de steden van Juda.
Als wachters op een veld staan zij rondom haar, want zij is opstandig tegen mij geweest, zegt de HEERE.
Je eigen weg en je daden hebben je dit aangedaan.
Dit is je boosheid, en het is zo bitter dat het je hart raakt.
Dit is je boosheid, en het is zo bitter dat het je hart raakt.
Mijn binnenste, mijn binnenste!
Ik krimp van pijn.
Mijn hart bonst in mij, ik kan niet zwijgen.
Want mijn ziel hoort het geluid van de bazuin en het krijgsgeschreeuw.
Ik krimp van pijn.
Mijn hart bonst in mij, ik kan niet zwijgen.
Want mijn ziel hoort het geluid van de bazuin en het krijgsgeschreeuw.
Ramp op ramp wordt gemeld, want het hele land is verwoest.
Plotseling zijn mijn tenten verwoest, mijn tentkleden in een ogenblik.
Plotseling zijn mijn tenten verwoest, mijn tentkleden in een ogenblik.
Hoe lang moet ik het vaandel zien en het geluid van de bazuin horen?
Werkelijk, mijn volk is dwaas; mij kennen zij niet.
Het zijn domme kinderen zonder inzicht.
Zij zijn wijs om kwaad te doen, maar goed doen kunnen zij niet.
Het zijn domme kinderen zonder inzicht.
Zij zijn wijs om kwaad te doen, maar goed doen kunnen zij niet.
Ik zag het land aan
Ik zag het land aan, en kijk, het was woest en leeg.
Ik keek naar de hemel, en zijn licht was er niet.
Ik keek naar de hemel, en zijn licht was er niet.
Ik zag de bergen aan, en kijk, zij beefden, en alle heuvels schudden.
Ik keek, en er was geen mens.
Alle vogels van de hemel waren weggevlogen.
Alle vogels van de hemel waren weggevlogen.
Ik keek, en het vruchtbare land was een woestijn.
Al zijn steden waren afgebroken, voor de HEERE, voor Zijn brandende toorn.
Al zijn steden waren afgebroken, voor de HEERE, voor Zijn brandende toorn.
Want dit zegt de HEERE: het hele land zal een woestenij zijn, maar ik zal er geen einde aan maken.
Daarom zal de aarde treuren en de hemel daarboven zwart worden.
Want ik heb het gesproken en besloten.
Ik zal er geen spijt van krijgen en ik kom er niet op terug.
Want ik heb het gesproken en besloten.
Ik zal er geen spijt van krijgen en ik kom er niet op terug.
Voor het geroep van ruiters en boogschutters vlucht elke stad.
Men gaat de struiken in en klimt de rotsen op.
Alle steden zijn verlaten en niemand woont er nog.
Men gaat de struiken in en klimt de rotsen op.
Alle steden zijn verlaten en niemand woont er nog.
En jij, verwoeste, wat ga je doen?
Al kleed je je in scharlaken, al doe je gouden sieraden om, al maak je je ogen op met verf, je maakt jezelf tevergeefs mooi.
Je minnaars verachten je en willen je leven.
Al kleed je je in scharlaken, al doe je gouden sieraden om, al maak je je ogen op met verf, je maakt jezelf tevergeefs mooi.
Je minnaars verachten je en willen je leven.
Want ik hoor een stem als van een vrouw in barensnood, als van iemand die haar eerste kind krijgt.
Het is de stem van de dochter van Sion.
Zij hijgt en strekt haar handen uit en roept: Wee mij, mijn ziel bezwijkt door de moordenaars.
Het is de stem van de dochter van Sion.
Zij hijgt en strekt haar handen uit en roept: Wee mij, mijn ziel bezwijkt door de moordenaars.