Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
Jeremia 15
Al stonden Mozes en Samuël voor mij
Vier soorten straf
Maar de HEERE zei tegen mij: Al stonden Mozes en Samuël voor mij, toch zou mijn hart niet naar dit volk uitgaan.
Stuur hen weg van mijn aangezicht en laat hen gaan.
Stuur hen weg van mijn aangezicht en laat hen gaan.
Als zij je vragen waar zij heen moeten, zeg dan tegen hen: dit zegt de HEERE.
Wie bestemd is voor de dood, gaat naar de dood, en wie voor het zwaard, naar het zwaard.
Wie bestemd is voor de honger, gaat naar de honger, en wie voor de gevangenschap, naar de gevangenschap.
Wie bestemd is voor de dood, gaat naar de dood, en wie voor het zwaard, naar het zwaard.
Wie bestemd is voor de honger, gaat naar de honger, en wie voor de gevangenschap, naar de gevangenschap.
Ik zal hen bezoeken met vier plagen, zegt de HEERE.
Het zwaard komt om te doden en de honden om te slepen.
De vogels en de dieren komen om te eten en te vernietigen.
Het zwaard komt om te doden en de honden om te slepen.
De vogels en de dieren komen om te eten en te vernietigen.
Ik zal hen tot een schrikbeeld maken voor alle koninkrijken op aarde.
Dat komt door wat Manasse, de zoon van Hizkia, de koning van Juda, in Jeruzalem deed.
Dat komt door wat Manasse, de zoon van Hizkia, de koning van Juda, in Jeruzalem deed.
Want wie zou jou sparen, Jeruzalem?
Wie zou medelijden met je hebben?
Wie zou een omweg maken om naar je vrede te vragen?
Wie zou medelijden met je hebben?
Wie zou een omweg maken om naar je vrede te vragen?
Jij hebt mij verlaten, zegt de HEERE; je ging achteruit.
Daarom strek ik mijn hand tegen je uit en vernietig ik je.
Ik ben het moe geworden om spijt te hebben.
Daarom strek ik mijn hand tegen je uit en vernietig ik je.
Ik ben het moe geworden om spijt te hebben.
Ik zal hen wannen met een wan in de poorten van het land.
Ik heb mijn volk van kinderen beroofd en vernietigd, want zij keerden niet terug van hun wegen.
Ik heb mijn volk van kinderen beroofd en vernietigd, want zij keerden niet terug van hun wegen.
Hun weduwen werden voor mij talrijker dan het zand van de zee.
Ik bracht over de moeder van een jonge man een verwoester op klaarlichte dag.
Plotseling liet ik schrik en ontzetting over de stad komen.
Ik bracht over de moeder van een jonge man een verwoester op klaarlichte dag.
Plotseling liet ik schrik en ontzetting over de stad komen.
Wie zeven kinderen baarde, is verzwakt.
Zij blies haar laatste adem uit; haar zon ging onder terwijl het nog dag was.
Zij staat beschaamd en rood van schaamte.
Wie van hen overblijft, geef ik aan het zwaard, voor de ogen van hun vijanden, zegt de HEERE.
Zij blies haar laatste adem uit; haar zon ging onder terwijl het nog dag was.
Zij staat beschaamd en rood van schaamte.
Wie van hen overblijft, geef ik aan het zwaard, voor de ogen van hun vijanden, zegt de HEERE.
Wee mij, mijn moeder
Wee mij, mijn moeder, dat je mij gebaard hebt, een man van twist en ruzie voor het hele land.
Ik heb niets geleend en niets uitgeleend, en toch vervloekt iedereen mij.
Ik heb niets geleend en niets uitgeleend, en toch vervloekt iedereen mij.
De HEERE zei: Werkelijk, ik zal je goed doen.
Werkelijk, in de tijd van onheil en nood laat ik de vijand je smeken.
Werkelijk, in de tijd van onheil en nood laat ik de vijand je smeken.
Kan ijzer het ijzer uit het noorden breken, of brons?
Ik zal je vermogen en je schatten zonder prijs als buit geven, om al je zonden in heel je gebied.
Ik zal je met je vijanden meevoeren naar een land dat je niet kent.
Want in mijn toorn is een vuur ontstoken dat over jullie brandt.
Want in mijn toorn is een vuur ontstoken dat over jullie brandt.
HEERE, U weet het.
Denk aan mij, bezoek mij en wreek mij op mijn vervolgers.
Neem mij niet weg in Uw geduld met hen.
Weet dat ik om U smaad draag.
Denk aan mij, bezoek mij en wreek mij op mijn vervolgers.
Neem mij niet weg in Uw geduld met hen.
Weet dat ik om U smaad draag.
Toen Uw woorden gevonden werden, heb ik ze opgegeten.
Uw woord werd mij tot vreugde en blijdschap van mijn hart, want ik draag Uw naam, HEERE, God van de legermachten.
Uw woord werd mij tot vreugde en blijdschap van mijn hart, want ik draag Uw naam, HEERE, God van de legermachten.
Ik heb niet in de kring van spotters gezeten en niet gejuicht.
Door Uw hand zat ik alleen, want U had mij met woede gevuld.
Door Uw hand zat ik alleen, want U had mij met woede gevuld.
Waarom duurt mijn pijn maar voort en is mijn wond zo pijnlijk?
Zij weigert te genezen.
Zou U voor mij zijn als een beek die bedriegt, als water dat niet betrouwbaar is?
Zij weigert te genezen.
Zou U voor mij zijn als een beek die bedriegt, als water dat niet betrouwbaar is?
Daarom zegt de HEERE: als jij terugkeert, laat ik je terugkomen, en je zult voor mijn aangezicht staan.
Als je het kostbare van het waardeloze scheidt, zul je als mijn mond zijn.
Laat hen naar jou terugkeren, maar keer jij niet naar hen terug.
Als je het kostbare van het waardeloze scheidt, zul je als mijn mond zijn.
Laat hen naar jou terugkeren, maar keer jij niet naar hen terug.
Ik heb je tegen dit volk gesteld als een sterke bronzen muur.
Zij zullen tegen je strijden, maar je niet aankunnen.
Want ik ben met je om je te redden en te bevrijden, zegt de HEERE.
Zij zullen tegen je strijden, maar je niet aankunnen.
Want ik ben met je om je te redden en te bevrijden, zegt de HEERE.
Ja, ik zal je redden uit de hand van de bozen en je bevrijden uit de greep van tirannen.