Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
Jeremia 11
De woorden van het verbond
Hoor de woorden van dit verbond
Het woord dat van de HEERE tot Jeremia kwam.
Hij zei: Hoor de woorden van dit verbond en spreek tot de mannen van Juda en de inwoners van Jeruzalem.
Zeg tegen hen: dit zegt de HEERE, de God van Israël.
Vervloekt is de man die de woorden van dit verbond niet hoort.
Vervloekt is de man die de woorden van dit verbond niet hoort.
Ik heb dit aan jullie vaderen geboden toen ik hen uit Egypte leidde, uit de ijzeroven.
Ik zei: luister naar mijn stem en doe alles wat ik jullie opdraag.
Dan zullen jullie mijn volk zijn en ik jullie God.
Ik zei: luister naar mijn stem en doe alles wat ik jullie opdraag.
Dan zullen jullie mijn volk zijn en ik jullie God.
Zo zal ik de eed houden die ik jullie vaderen zwoer: een land geven dat overvloeit van melk en honing, zoals het vandaag is.
Toen antwoordde ik: amen, HEERE.
Toen antwoordde ik: amen, HEERE.
De HEERE zei tegen mij: Roep al deze woorden uit in de steden van Juda en op de straten van Jeruzalem.
Zeg: hoor de woorden van dit verbond en doe ze.
Zeg: hoor de woorden van dit verbond en doe ze.
Want ik heb jullie vaderen ernstig gewaarschuwd toen ik hen uit Egypte leidde, en tot vandaag toe steeds opnieuw.
Ik zei: luister naar mijn stem.
Ik zei: luister naar mijn stem.
Maar zij luisterden niet en neigden hun oor niet.
Ieder volgde het goeddunken van zijn boze hart.
Daarom bracht ik over hen alle woorden van dit verbond, die ik geboden had te doen, maar die zij niet deden.
Ieder volgde het goeddunken van zijn boze hart.
Daarom bracht ik over hen alle woorden van dit verbond, die ik geboden had te doen, maar die zij niet deden.
Bid niet voor dit volk
Verder zei de HEERE tegen mij: Er is een samenzwering gevonden onder de mannen van Juda en de inwoners van Jeruzalem.
Zij zijn teruggekeerd tot de zonden van hun voorvaderen, die weigerden naar mijn woorden te luisteren.
Zij liepen achter andere goden aan om die te dienen.
Het huis van Israël en het huis van Juda hebben mijn verbond met hun vaderen gebroken.
Zij liepen achter andere goden aan om die te dienen.
Het huis van Israël en het huis van Juda hebben mijn verbond met hun vaderen gebroken.
Daarom zegt de HEERE: kijk, ik breng onheil over hen waaraan zij niet kunnen ontkomen.
Als zij dan tot mij roepen, zal ik niet naar hen luisteren.
Als zij dan tot mij roepen, zal ik niet naar hen luisteren.
Dan zullen de steden van Juda en de inwoners van Jeruzalem gaan roepen tot de goden voor wie zij wierook brandden.
Maar die kunnen hen in de tijd van hun onheil helemaal niet redden.
Maar die kunnen hen in de tijd van hun onheil helemaal niet redden.
Want je goden zijn zo talrijk als je steden, Juda.
Zo talrijk als de straten van Jeruzalem zijn de altaren die jullie voor die schande gezet hebben, altaren om voor Baäl wierook te branden.
Zo talrijk als de straten van Jeruzalem zijn de altaren die jullie voor die schande gezet hebben, altaren om voor Baäl wierook te branden.
Bid jij niet voor dit volk en hef geen klacht of gebed voor hen op.
Want ik zal niet luisteren als zij in hun onheil tot mij roepen.
Want ik zal niet luisteren als zij in hun onheil tot mij roepen.
Wat heeft mijn geliefde nog in mijn huis te zoeken, terwijl zij met velen die schanddaad doet?
Ook het heilige vlees is van je weggenomen.
Als je kwaad doet, spring je op van vreugde.
Ook het heilige vlees is van je weggenomen.
Als je kwaad doet, spring je op van vreugde.
De HEERE noemde je een groene olijfboom, mooi van vrucht.
Maar nu heeft Hij met groot geraas een vuur eronder aangestoken, en zijn takken worden gebroken.
Maar nu heeft Hij met groot geraas een vuur eronder aangestoken, en zijn takken worden gebroken.
Want de HEERE van de legermachten, die je geplant heeft, heeft onheil over je uitgesproken.
Dat komt door de boosheid van het huis van Israël en het huis van Juda, die mij tergen door voor Baäl wierook te branden.
Dat komt door de boosheid van het huis van Israël en het huis van Juda, die mij tergen door voor Baäl wierook te branden.
De mannen van Anathoth
De HEERE liet het mij weten, zodat ik het wist.
Toen liet U mij hun daden zien.
Toen liet U mij hun daden zien.
Ik was als een tam lam dat naar de slacht geleid wordt.
Ik wist niet dat zij plannen tegen mij maakten.
Zij zeiden: laten wij de boom met zijn vrucht vernietigen.
Laten wij hem uitroeien uit het land van de levenden, zodat niemand meer aan zijn naam denkt.
Ik wist niet dat zij plannen tegen mij maakten.
Zij zeiden: laten wij de boom met zijn vrucht vernietigen.
Laten wij hem uitroeien uit het land van de levenden, zodat niemand meer aan zijn naam denkt.
Maar HEERE van de legermachten, rechtvaardige Rechter, die nieren en hart beproeft, laat mij Uw wraak op hen zien.
Want aan U heb ik mijn zaak toevertrouwd.
Want aan U heb ik mijn zaak toevertrouwd.
Daarom spreekt de HEERE over de mannen van Anathoth die je leven zoeken.
Zij zeggen dat je niet mag profeteren in de naam van de HEERE, anders sterf je door hun handen.
Zij zeggen dat je niet mag profeteren in de naam van de HEERE, anders sterf je door hun handen.
Daarom zegt de HEERE van de legermachten: kijk, ik zal hen bezoeken.
De jonge mannen zullen door het zwaard sterven en hun zonen en dochters van honger.
De jonge mannen zullen door het zwaard sterven en hun zonen en dochters van honger.
Er zal niets van hen overblijven, want ik breng onheil over de mannen van Anathoth in het jaar van hun bezoeking.