Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

Hosea 5

Een strik op Mizpa

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 2 minuten
Priesters, volk en koningshuis
Hoor dit, priesters!
Let op, volk van Israël!
Luister, koninklijk huis!
Want dit oordeel geldt jullie.
Jullie zijn een strik geworden in Mizpa en een uitgespannen net op de Tabor.

De afvalligen zijn diep gezonken in het moorden.
Maar ik zal hen allemaal tuchtigen.

Ik ken Efraïm en Israël is voor mij niet verborgen.
Efraïm, nu ben je ontrouw en Israël is onrein geworden.

Hun daden laten niet toe dat zij terugkeren naar hun God.
Want in hun midden heerst een geest van ontrouw.
De HEERE kennen zij niet.

De hoogmoed van Israël getuigt tegen hem.
Israël en Efraïm zullen struikelen door hun schuld.
Ook Juda zal met hen struikelen.

Met hun schapen en hun runderen zullen zij de HEERE gaan zoeken, maar zij zullen Hem niet vinden.
Hij heeft zich van hen teruggetrokken.

Zij zijn ontrouw geweest aan de HEERE, want zij kregen kinderen van vreemden.
Nu zal de nieuwe maan hen verteren met hun akkers.

Blaas de ramshoorn
Blaas de ramshoorn in Gibea en de trompet in Rama.
Sla alarm in Beth-Aven.
Kijk uit, Benjamin!

Efraïm zal een woestenij worden op de dag van de straf.
Onder de stammen van Israël maak ik bekend wat zeker is.

De vorsten van Juda zijn als mensen die grensstenen verplaatsen.
Ik zal mijn woede als water over hen uitgieten.

Efraïm is onderdrukt en verpletterd door het recht.
Want hij wilde het zo; hij liep achter leegheid aan.

Daarom zal ik voor Efraïm als een mot zijn en voor het volk van Juda als verrotting.
Efraïm zag zijn ziekte en Juda zijn wond.
Toen ging Efraïm naar Assur en stuurde hij een bode naar koning Jareb.
Maar die kan jullie niet genezen en jullie wond niet helen.

Want ik zal voor Efraïm als een leeuw zijn en voor het volk van Juda als een jonge leeuw.
Ik, ik zal verscheuren en weggaan.
Ik zal wegdragen en niemand zal redden.

Ik zal weggaan en terugkeren naar mijn plaats.
Dat duurt tot zij hun schuld erkennen en mijn gezicht zoeken.
Als zij het benauwd hebben, zullen zij mij vroeg zoeken.

Download hoofdstuk als tekstbestand