Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

Hosea 4

De HEERE heeft een rechtszaak

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 3 minuten
Geen trouw en geen kennis van God
Hoor het woord van de HEERE, Israëlieten.
Want de HEERE heeft een rechtszaak met de bewoners van het land.
Er is geen trouw, geen liefde en geen kennis van God in het land.

In plaats daarvan wordt er gevloekt en gelogen, gemoord, gestolen en overspel gepleegd.
Zij breken door alle grenzen heen en het ene bloedbad volgt op het andere.

Daarom zal het land treuren en zal iedereen die erin woont wegkwijnen, met de dieren van het veld en de vogels van de hemel.
Zelfs de vissen van de zee zullen verdwijnen.

Toch moet niemand een ander aanklagen of terechtwijzen.
Want jouw volk lijkt op mensen die met de priester ruzie maken.

Daarom zul je overdag struikelen.
Ook de profeet zal met je struikelen in de nacht.
En ik zal je moeder uitroeien.

Mijn volk gaat te gronde door gebrek aan kennis.
Jij hebt de kennis verworpen; daarom verwerp ik jou als priester voor mij.
Jij bent de wet van je God vergeten; daarom zal ik ook jouw kinderen vergeten.

Hoe talrijker zij werden, hoe meer zij tegen mij zondigden.
Ik zal hun eer in schande veranderen.

Zij eten van het zondoffer van mijn volk.
Zij verlangen met heel hun ziel naar hun schuld.

Daarom zal het de priester vergaan als het volk.
Ik zal hem straffen voor zijn wegen en hem zijn daden vergelden.

Zij zullen eten, maar niet verzadigd worden.
Zij zullen ontrouw zijn, maar niet in aantal groeien.
Want zij hebben de HEERE losgelaten.

Efraïm hangt aan zijn afgoden
Ontrouw, wijn en most nemen het verstand weg.
Mijn volk ondervraagt een stuk hout en zijn stok moet hem antwoord geven.
Want een geest van ontrouw brengt hen op een dwaalspoor.
Zij zijn ontrouw en lopen weg bij hun God.

Op de toppen van de bergen offeren zij en op de heuvels branden zij wierook.
Dat doen zij onder eik, populier en terebint, want hun schaduw is goed.
Daarom zijn jullie dochters ontrouw en plegen jullie bruiden overspel.

Toch zal ik jullie dochters niet straffen omdat zij ontrouw zijn, en jullie bruiden niet omdat zij overspel plegen.
Want de mannen zelf gaan met ontuchtige vrouwen mee en offeren met tempelmeisjes.
Zo gaat een volk zonder verstand te gronde.

Israël, als jij ontrouw wilt zijn, laat Juda dan niet schuldig worden.
Kom niet naar Gilgal en ga niet op naar Beth-Aven.
Zweer niet: zo waar de HEERE leeft.

Want Israël is koppig als een koppige koe.
Zou de HEERE hen dan weiden als een lam in de wei?

Efraïm hangt aan zijn afgoden.
Laat hem maar begaan.

Als hun drinkgelag voorbij is, blijven zij ontrouw.
Hun leiders houden van schande.

De wind zal hen meenemen op zijn vleugels.
Zij zullen beschaamd staan om hun offers.

Download hoofdstuk als tekstbestand