Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
Hosea 13
Er is geen redder dan ik
Als een morgenwolk
Als Efraïm sprak, beefde men.
Hij was verheven in Israël.
Maar hij werd schuldig door Baäl en stierf.
Hij was verheven in Israël.
Maar hij werd schuldig door Baäl en stierf.
Nu gaan zij door met zondigen.
Van hun zilver maakten zij een gegoten beeld, afgoden naar hun eigen inzicht, allemaal smidswerk.
Toch zeggen zij: mensen die offeren, moeten de kalveren kussen.
Van hun zilver maakten zij een gegoten beeld, afgoden naar hun eigen inzicht, allemaal smidswerk.
Toch zeggen zij: mensen die offeren, moeten de kalveren kussen.
Daarom zullen zij zijn als een morgenwolk, als dauw die vroeg verdwijnt, als kaf dat van de dorsvloer wegwaait en als rook uit een raam.
Maar ik ben de HEERE, jullie God, vanaf het land Egypte.
Je zou geen andere God mogen kennen dan mij, want er is geen redder dan ik.
Je zou geen andere God mogen kennen dan mij, want er is geen redder dan ik.
Ik heb je gekend in de woestijn, in een land van grote droogte.
Daarna kregen zij een goede weide en werden zij verzadigd.
Toen zij verzadigd waren, werd hun hart hoogmoedig.
Daarom vergaten zij mij.
Toen zij verzadigd waren, werd hun hart hoogmoedig.
Daarom vergaten zij mij.
Daarom werd ik voor hen als een leeuw.
Als een luipaard loerde ik langs de weg.
Als een luipaard loerde ik langs de weg.
Ik kwam op hen af als een berin die haar jongen kwijt is.
Ik scheurde hun borst open.
Ik verslond hen daar als een leeuwin; de wilde dieren van het veld verscheurden hen.
Ik scheurde hun borst open.
Ik verslond hen daar als een leeuwin; de wilde dieren van het veld verscheurden hen.
Waar is je koning nu?
Israël, je bent te gronde gericht, want je verzette je tegen mij, je hulp.
Waar is je koning nu?
Laat hij je redden in al je steden!
Waar zijn je rechters, over wie je zei: geef mij een koning en vorsten?
Laat hij je redden in al je steden!
Waar zijn je rechters, over wie je zei: geef mij een koning en vorsten?
Ik gaf je een koning in mijn toorn en nam hem weg in mijn woede.
De schuld van Efraïm is opgeborgen; zijn zonde ligt opgeslagen.
De pijn van een barende vrouw zal hem overvallen.
Hij is een onverstandig kind.
Want anders zou hij niet blijven steken in de geboorte.
Hij is een onverstandig kind.
Want anders zou hij niet blijven steken in de geboorte.
Toch zal ik hen vrijkopen uit de macht van het dodenrijk.
Ik zal hen loskopen van de dood.
Dood, waar zijn je plagen?
Dodenrijk, waar is je verderf?
Medelijden is voor mijn ogen verborgen.
Ik zal hen loskopen van de dood.
Dood, waar zijn je plagen?
Dodenrijk, waar is je verderf?
Medelijden is voor mijn ogen verborgen.
Want hij zal vrucht dragen tussen zijn verwanten.
Maar er komt een oostenwind, een wind van de HEERE, die opkomt uit de woestijn.
Zijn bron zal opdrogen en zijn put zal verdrogen.
Die wind zal de schat van alle kostbare voorwerpen roven.
Maar er komt een oostenwind, een wind van de HEERE, die opkomt uit de woestijn.
Zijn bron zal opdrogen en zijn put zal verdrogen.
Die wind zal de schat van alle kostbare voorwerpen roven.