Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Ethiopische boeken
Henoch 77
De vier windstreken, de bergen en de rivieren
Waar de namen vandaan komen
De eerste windstreek heet het oosten, omdat zij de eerste is.
En de tweede heet het zuiden, omdat de Allerhoogste daar neerdaalt, ja, daar daalt Hij bovenmate neer die gezegend is in eeuwigheid.
En de tweede heet het zuiden, omdat de Allerhoogste daar neerdaalt, ja, daar daalt Hij bovenmate neer die gezegend is in eeuwigheid.
En de windstreek van het westen heet de verminderde, omdat daar alle lichten van de hemel afnemen en neerdalen.
En de vierde windstreek, die het noorden heet, wordt in drie delen verdeeld: het eerste deel is een woonplaats voor de mensen, het tweede is voor de zeeën van de wateren en voor de afgronden en voor het woud en voor de rivieren en voor de duisternis en voor de nevel, en het derde deel bevat de tuin van de gerechtigheid.
Zeven bergen, zeven rivieren, zeven eilanden
Zeven hoge bergen zag ik, hoger dan alle bergen op de aarde, en daaruit komt de rijp.
En dagen gaan voorbij, en tijden en jaren gaan heen.
En dagen gaan voorbij, en tijden en jaren gaan heen.
Zeven rivieren op de aarde zag ik, groter dan alle rivieren.
Een daarvan komt uit het westen en stort haar water uit in de grote zee.
Een daarvan komt uit het westen en stort haar water uit in de grote zee.
En twee komen uit het noorden naar de zee en storten hun water uit in de Rode Zee in het oosten.
En de vier die overblijven, gaan aan de noordkant naar hun eigen zee, de Rode Zee, en twee in de grote zee, en zij worden daar uitgestort — en men zegt: in de woestijn.
Zeven grote eilanden zag ik, in de zee en op het vasteland: twee op het vasteland en vijf in de grote zee.