Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Ethiopische boeken

Henoch 21

De gevangenis van de engelen

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 2 minuten
Zeven sterren samen gebonden
En ik ging verder naar een plaats waar niets gemaakt was.
En ik zag daar iets verschrikkelijks: geen hoge hemel en geen gegronde aarde, maar een woeste plaats, verlaten en gruwelijk.
En daar zag ik zeven sterren van de hemel, samen gebonden op die plaats, als grote bergen en brandend van vuur.
Toen zei ik: Om welke zonde zijn zij gebonden, en waarom zijn zij hierheen gegooid?
En Uriël, een van de heilige engelen die bij mij was — hij was degene die mij leidde — zei tegen mij: Henoch, waarover vraag je, waarover wil je de waarheid weten, en waarnaar vraag en zoek je zo ijverig?
Dit zijn sterren die het gebod van El Eljon overtreden hebben, en zij zijn hier gebonden totdat de tienduizend jaren van de wereld voorbij zijn: het aantal dagen van hun zonde.
Een nog gruwelijker plaats
En van daar ging ik naar een andere plaats, nog gruwelijker dan deze, en ik zag iets verschrikkelijks: een groot vuur dat daar brandde en vlamde, en er zat een kloof in die tot aan de afgrond reikte, vol grote pilaren van vuur die neerdaalden.
En ik kon de omvang en de grootte daarvan niet overzien, en ik was niet in staat om ernaar te kijken.
Toen zei ik: Wat is deze plaats verschrikkelijk, en wat doet het pijn om ernaar te kijken!
Toen antwoordde Uriël mij, een van de heilige engelen die bij mij was.
Hij antwoordde mij en zei tegen mij: Henoch, waarom ben je zo bang en zo ontzet om deze verschrikkelijke plaats en om deze pijn?
En hij zei tegen mij: Deze plaats is de gevangenis van de engelen, en daar worden zij vastgehouden tot in eeuwigheid.

Download hoofdstuk als tekstbestand