Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Ethiopische boeken

Henoch 108

Het laatste boek van Henoch

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 4 minuten
Wacht totdat de zonde voorbijgaat
Nog een boek dat Henoch schreef voor zijn zoon Metuselach en voor wie na hem komen en de inzetting bewaren in de laatste dagen.
Jullie die goed gedaan hebben, wacht in deze dagen totdat er een einde gemaakt is aan wie kwaad doen en totdat de macht van de overtreders voorbij is.
Maar jullie, wacht totdat de zonde voorbijgaat.
Want hun naam zal uitgewist worden uit de boeken van de heiligen, en hun nageslacht zal voor eeuwig vernietigd worden, en hun geesten zullen gedood worden.
En zij zullen roepen en jammeren op een woeste, verlaten plaats die je niet ziet, en in het vuur zullen zij branden, want daar is geen aarde.
En ik zag daar iets als een onzichtbare wolk, want zij was zo diep dat ik er niet overheen kon kijken.
En ik zag een vlam van vuur die helder brandde, en dingen als schitterende bergen die ronddraaiden en heen en weer geslingerd werden.
Wat is dat glinsterende?
En ik vroeg het aan een van de heilige engelen die bij mij was, en ik zei tegen hem: Wat is dat glinsterende?
Want het is geen hemel, maar alleen een vlam van laaiend vuur, en het geluid van geroep en gehuil en gejammer en hevige pijn.

En hij zei tegen mij: Deze plaats die je ziet — hierheen worden de geesten gegooid van de zondaars en de lasteraars, en van wie kwaad doen, en van wie alles verdraaien wat God gesproken heeft door de mond van de profeten, de dingen die gebeuren zullen.
Want sommige daarvan zijn opgeschreven en gegrift boven in de hemel, zodat de engelen ze zouden lezen en zouden weten wat de zondaars zal overkomen, en de geesten van de nederigen, en van wie hun lichaam gekweld hebben en door God vergolden zijn, en van wie door slechte mensen te schande gemaakt zijn,
die God liefhadden en die goud noch zilver noch enig goed ding van de wereld liefhadden, maar hun lichaam aan het wegkwijnen overgaven,
en die vanaf het moment dat zij bestonden geen aards voedsel verlangden, maar zichzelf beschouwden als een ademtocht die voorbijgaat, en die dat volhielden.
En de Heere stelde hen vaak op de proef, en hun geesten werden zuiver bevonden, zodat zij Zijn naam zouden zegenen.

En al hun zegeningen heb ik in de boeken verteld, en Hij heeft hun hun loon toebedeeld.
Want zij bleken de hemel meer lief te hebben dan hun eigen leven, en terwijl zij door slechte mensen vertrapt werden en van hen smaad en laster hoorden en te schande gemaakt werden, zegenden zij Hem toch.

Ik zal hen in helder licht brengen
En nu zal ik de geesten van de goeden roepen uit het geslacht dat licht is, en ik zal hen veranderen die in duisternis geboren zijn, die in hun lichaam niet met eer vergolden zijn zoals hun geloof verdiende.
En ik zal hen in helder licht naar buiten brengen die mijn heilige naam liefhebben, en ik zal ieder van hen op de troon van zijn eer laten zitten.
En zij zullen schitteren voor tijden zonder getal.
Want gerechtigheid is het oordeel van God, want aan de betrouwbaren geeft Hij trouw in de woning van de rechte paden.

En zij zullen zien hoe wie in duisternis geboren zijn, in de duisternis gegooid worden, terwijl de rechtvaardigen schitteren.
En de zondaars zullen roepen en hen zien schitteren, en zij zullen zelf gaan naar de plaats waar dagen en tijden voor hen zijn vastgesteld.

Download hoofdstuk als tekstbestand