Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Ethiopische boeken
Henoch 101
Kijk naar de hemel
Wat zullen jullie doen?
Kijk naar de hemel, jullie allemaal, kinderen van de hemel, en naar al het werk van de Allerhoogste, en heb ontzag voor Hem, en doe geen kwaad voor Zijn aangezicht.
Als Hij de vensters van de hemel sluit en de regen en de dauw tegenhoudt zodat zij om jullie niet op de aarde neerdalen: wat zullen jullie dan doen?
En als Hij Zijn toorn over jullie en over al jullie daden stuurt, dan zullen jullie het niet zijn die Hem kunnen smeken.
Want jullie spreken grote en harde woorden tegen Zijn gerechtigheid.
Daarom zullen jullie geen vrede hebben.
Want jullie spreken grote en harde woorden tegen Zijn gerechtigheid.
Daarom zullen jullie geen vrede hebben.
De zeevaarders zijn bang voor de zee
En zien jullie de zeevaarders op de schepen niet, hoe hun schepen door de golven heen en weer geslingerd worden en door de winden geschud worden, en hoe zij in nood zitten?
En daarom zijn zij bang, omdat al hun goede bezit met hen mee de zee op gaat, en zij niets goeds in hun hart bedenken, want de zee zal hen verzwelgen en zij zullen erin vergaan.
Is niet de hele zee en al haar water en al haar bewegen het werk van de Allerhoogste?
En heeft Hij niet al haar werking verzegeld en haar helemaal met het zand gebonden?
En heeft Hij niet al haar werking verzegeld en haar helemaal met het zand gebonden?
En bij Zijn dreigen droogt zij op en wordt zij bang, en al haar vissen sterven en alles wat in haar is.
Maar jullie, zondaars op de aarde, hebben geen ontzag voor Hem.
Maar jullie, zondaars op de aarde, hebben geen ontzag voor Hem.
Heeft Hij niet de hemel en de aarde gemaakt en alles wat daarin is?
En wie heeft kennis en wijsheid gegeven aan alles wat zich op de aarde beweegt en aan wat in de zee is?
En wie heeft kennis en wijsheid gegeven aan alles wat zich op de aarde beweegt en aan wat in de zee is?
Hebben de zeevaarders op de schepen geen ontzag voor de zee?
Maar de zondaars hebben geen ontzag voor de Allerhoogste.
Maar de zondaars hebben geen ontzag voor de Allerhoogste.