Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Nieuwe Testament
Hebreeën 7
Melchizedek en het nieuwe priesterschap
Wie Melchizedek was
Deze Melchizedek was koning van Salem en priester van God, de Allerhoogste.
Hij ging Abraham tegemoet toen die terugkwam van de overwinning op de koningen, en hij zegende hem.
Hij ging Abraham tegemoet toen die terugkwam van de overwinning op de koningen, en hij zegende hem.
Abraham gaf hem het tiende deel van alles.
Zijn naam betekent eerst koning van de gerechtigheid, en verder was hij koning van Salem, dat is koning van de vrede.
Zijn naam betekent eerst koning van de gerechtigheid, en verder was hij koning van Salem, dat is koning van de vrede.
Hij heeft geen vader, geen moeder en geen geslachtslijst.
Hij heeft geen begin van dagen en geen einde van leven.
Zo lijkt hij op de Zoon van God en blijft hij priester voor altijd.
Hij heeft geen begin van dagen en geen einde van leven.
Zo lijkt hij op de Zoon van God en blijft hij priester voor altijd.
Kijk eens hoe groot hij was.
Zelfs Abraham, de aartsvader, gaf hem een tiende van de buit.
Zelfs Abraham, de aartsvader, gaf hem een tiende van de buit.
De nakomelingen van Levi die het priesterschap krijgen, hebben een opdracht.
Zij moeten volgens de wet een tiende nemen van het volk, dus van hun eigen volksgenoten.
En die komen toch ook uit Abraham voort.
Zij moeten volgens de wet een tiende nemen van het volk, dus van hun eigen volksgenoten.
En die komen toch ook uit Abraham voort.
Maar Melchizedek hoorde niet bij hun geslacht en nam toch een tiende van Abraham.
En hij zegende de man die de beloften had.
En hij zegende de man die de beloften had.
Niemand spreekt tegen dat de mindere gezegend wordt door de meerdere.
Hier nemen sterfelijke mensen de tienden, maar daar iemand van wie getuigd wordt dat hij leeft.
Je kunt zelfs zeggen dat ook Levi, die tienden neemt, door Abraham een tiende gegeven heeft.
Hij was namelijk nog in het lichaam van zijn voorvader toen Melchizedek hem tegemoet ging.
Een ander priesterschap, een andere wet
Was de volmaaktheid er door het priesterschap van Levi, dan was er geen andere priester nodig geweest.
Het volk kreeg onder dat priesterschap immers de wet.
Toch stond er een priester op naar de orde van Melchizedek en niet naar de orde van Aäron.
Het volk kreeg onder dat priesterschap immers de wet.
Toch stond er een priester op naar de orde van Melchizedek en niet naar de orde van Aäron.
Verandert het priesterschap, dan moet ook de wet wel veranderen.
Hij over wie dit gezegd wordt, hoort namelijk bij een andere stam.
Uit die stam heeft niemand ooit bij het altaar gediend.
Uit die stam heeft niemand ooit bij het altaar gediend.
Het is duidelijk dat onze Heere uit Juda is voortgekomen.
Over die stam heeft Mozes niets gezegd over priesters.
Over die stam heeft Mozes niets gezegd over priesters.
Het wordt nog duidelijker als er een andere priester opstaat die op Melchizedek lijkt.
Hij is dat niet geworden door een wet met een gebod over afkomst, maar door de kracht van een onvergankelijk leven.
Er wordt namelijk van Hem getuigd: U bent Priester tot in eeuwigheid, naar de orde van Melchizedek.
Het vorige gebod wordt afgeschaft omdat het zwak en nutteloos was.
De wet heeft namelijk niets tot volmaaktheid gebracht.
Er kwam een betere hoop, en daardoor naderen wij tot God.
Er kwam een betere hoop, en daardoor naderen wij tot God.
Priester door een eed
Dat is niet zonder eed gebeurd.
De anderen werden priester zonder eed,
De anderen werden priester zonder eed,
maar Hij werd priester met een eed.
God heeft namelijk tegen Hem gezegd: De Heere heeft gezworen en zal er geen spijt van krijgen: U bent Priester tot in eeuwigheid.
God heeft namelijk tegen Hem gezegd: De Heere heeft gezworen en zal er geen spijt van krijgen: U bent Priester tot in eeuwigheid.
Zo is Jezus borg geworden van een veel beter verbond.
De anderen zijn met velen priester geworden, want de dood hield hen tegen om te blijven.
Maar Hij blijft tot in eeuwigheid en heeft daarom een onvergankelijk priesterschap.
Daarom kan Hij ook helemaal redden wie door Hem tot God gaan.
Hij leeft namelijk altijd om voor hen te bidden.
Hij leeft namelijk altijd om voor hen te bidden.
Zo'n Hogepriester hadden wij nodig: heilig, onschuldig, onbesmet, afgescheiden van de zondaars en hoger geworden dan de hemel.
Hij hoeft niet elke dag offers te brengen, zoals de hogepriesters, eerst voor eigen zonden en daarna voor die van het volk.
Hij heeft dat eens en voorgoed gedaan door Zijn eigen leven te offeren.
Hij heeft dat eens en voorgoed gedaan door Zijn eigen leven te offeren.
De wet stelt namelijk mensen met zwakheid aan als hogepriester.
Maar het woord van de eed, dat na de wet kwam, stelt de Zoon aan, die voor eeuwig volmaakt is.
Maar het woord van de eed, dat na de wet kwam, stelt de Zoon aan, die voor eeuwig volmaakt is.