Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Nieuwe Testament

Hebreeën 6

Houd vast aan de hoop

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 3 minuten
Ga door naar de volwassenheid
Laten wij het eerste onderwijs over Christus dus achter ons laten en doorgaan naar de volwassenheid.
Wij hoeven niet opnieuw het fundament te leggen van bekering van dode werken en van geloof in God.
Ook niet van onderwijs over dopen, handoplegging, opstanding van de doden en eeuwig oordeel.
En dat zullen wij ook doen, als God het toestaat.
Sommigen zijn ooit verlicht geweest.
Zij hebben de hemelse gave geproefd en deel gekregen aan de Heilige Geest.
Zij hebben het goede woord van God geproefd en de krachten van de tijd die komt.
Vallen zij dan toch af, dan is het onmogelijk hen opnieuw tot bekering te brengen.
Zij kruisigen namelijk de Zoon van God opnieuw voor zichzelf en maken Hem openlijk te schande.
De aarde drinkt de regen op die er vaak op valt.
Brengt zij dan een goede oogst voort voor wie haar bewerken, dan krijgt zij zegen van God.
Maar brengt zij dorens en distels voort, dan deugt zij niet en is zij dicht bij de vervloeking.
Haar einde is de verbranding.
De eed van God
Geliefden, wij zijn over jullie van betere dingen overtuigd, dingen die bij de redding horen, al spreken wij zo.
God is namelijk niet onrechtvaardig.
Hij vergeet jullie werk niet en ook niet jullie liefde voor Zijn Naam.
Die hebben jullie getoond door de heiligen te dienen, zoals jullie nog steeds doen.
Wij verlangen ernaar dat ieder van jullie dezelfde inzet toont, tot de volle zekerheid van de hoop, tot het einde toe.
Word dus niet traag, maar volg wie door geloof en geduld de beloften erven.
Toen God Abraham de belofte deed, was er niemand hoger om bij te zweren.
Daarom zwoer Hij bij Zijn eigen Naam.
Hij zei: Ik zal je zeker zegenen en je zeker talrijk maken.
En zo kreeg Abraham de belofte, nadat hij geduldig gewacht had.
Mensen zweren namelijk bij iemand die hoger is.
De eed bevestigt hun woord en maakt een einde aan alle tegenspraak.
God wilde de erfgenamen van de belofte des te duidelijker laten zien dat Zijn plan onveranderlijk is.
Daarom kwam Hij ertussen met een eed.
Zo hebben wij, die onze toevlucht gezocht hebben, een sterke troost om de hoop vast te houden die ons voorgehouden is.
Die troost rust op twee onveranderlijke dingen waarbij God onmogelijk kan liegen.
Die hoop is voor ons als een anker van de ziel, zeker en vast.
Zij reikt tot binnen het voorhangsel.
Daar is Jezus als voorloper voor ons binnengegaan.
Hij is Hogepriester geworden tot in eeuwigheid, naar de orde van Melchizedek.

Download hoofdstuk als tekstbestand