Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Nieuwe Testament
Handelingen 8
Filippus in Samaria en de man uit Ethiopië
Vervolging en verspreiding
Saulus was het eens met zijn dood.
Op die dag brak er een zware vervolging uit tegen de gemeenschap van gelovigen in Jeruzalem.
Iedereen werd verspreid over Judea en Samaria, behalve de apostelen.
Op die dag brak er een zware vervolging uit tegen de gemeenschap van gelovigen in Jeruzalem.
Iedereen werd verspreid over Judea en Samaria, behalve de apostelen.
Een paar vrome mannen begroeven Stefanus en hielden een grote rouwklacht over hem.
Saulus probeerde de gemeenschap van gelovigen te vernietigen.
Hij ging de huizen binnen, sleepte mannen en vrouwen naar buiten en leverde hen uit aan de gevangenis.
Hij ging de huizen binnen, sleepte mannen en vrouwen naar buiten en leverde hen uit aan de gevangenis.
De mensen die verspreid waren, trokken het land door en verkondigden het woord.
Filippus kwam in de stad Samaria en verkondigde daar Christus.
De menigte luisterde eensgezind naar wat Filippus zei.
Zij hoorden hem en zagen de tekenen die hij deed.
Zij hoorden hem en zagen de tekenen die hij deed.
Uit veel mensen gingen onreine geesten weg, die luid schreeuwden.
Ook veel verlamden en kreupelen werden genezen.
Ook veel verlamden en kreupelen werden genezen.
Er kwam grote blijdschap in die stad.
Simon de tovenaar
In de stad was een man die Simon heette.
Hij deed daar al langer aan toverij en bracht het volk van Samaria in verwarring.
Hij zei over zichzelf dat hij iemand bijzonders was.
Hij deed daar al langer aan toverij en bracht het volk van Samaria in verwarring.
Hij zei over zichzelf dat hij iemand bijzonders was.
Iedereen hing hem aan, van klein tot groot.
Zij zeiden: Deze man is de grote kracht van God.
Zij zeiden: Deze man is de grote kracht van God.
Zij hingen hem aan omdat hij hen lange tijd met zijn toverij in verwarring had gebracht.
Maar Filippus verkondigde het evangelie van het koninkrijk van God en van de Naam van Jezus Christus.
Toen zij hem geloofden, lieten zij zich dopen, mannen en vrouwen.
Toen zij hem geloofden, lieten zij zich dopen, mannen en vrouwen.
Ook Simon zelf kwam tot geloof en liet zich dopen.
Hij bleef steeds bij Filippus.
Hij was verbijsterd over de tekenen en grote krachten die gebeurden.
Hij bleef steeds bij Filippus.
Hij was verbijsterd over de tekenen en grote krachten die gebeurden.
De apostelen in Jeruzalem hoorden dat Samaria het woord van God had aangenomen.
Daarom stuurden zij Petrus en Johannes naar hen toe.
Daarom stuurden zij Petrus en Johannes naar hen toe.
Die kwamen daar en baden voor hen, zodat zij de Heilige Geest zouden ontvangen.
De Geest was namelijk nog op niemand van hen gekomen.
Zij waren alleen gedoopt in de Naam van de Heere Jezus.
Zij waren alleen gedoopt in de Naam van de Heere Jezus.
Toen legden Petrus en Johannes hun de handen op, en zij ontvingen de Heilige Geest.
Simon zag dat de Heilige Geest gegeven werd door de handoplegging van de apostelen.
Daarom bood hij hun geld aan.
Daarom bood hij hun geld aan.
Hij zei: Geef mij die macht ook, zodat iedereen op wie ik mijn handen leg, de Heilige Geest ontvangt.
Maar Petrus zei tegen hem: Laat je geld met jou ten onder gaan!
Je dacht dat je de gave van God met geld kunt kopen.
Je dacht dat je de gave van God met geld kunt kopen.
Jij hebt geen deel en geen erfdeel in deze zaak, want je hart is niet zuiver voor God.
Bekeer je van deze slechtheid en bid tot God.
Misschien wordt wat je in je hart bedacht hebt, je vergeven.
Misschien wordt wat je in je hart bedacht hebt, je vergeven.
Want ik zie dat je vol bittere gal zit en vastgebonden bent aan het onrecht.
Simon antwoordde: Bid voor mij tot de Heere, zodat mij niets overkomt van wat jullie gezegd hebben.
Zo getuigden Petrus en Johannes van het woord van de Heere en spraken zij het uit.
Daarna gingen zij terug naar Jeruzalem.
Onderweg verkondigden zij het evangelie in veel dorpen van de Samaritanen.
Daarna gingen zij terug naar Jeruzalem.
Onderweg verkondigden zij het evangelie in veel dorpen van de Samaritanen.
De man uit Ethiopië
Een engel van de Heere zei tegen Filippus: Sta op en ga naar het zuiden, naar de weg die van Jeruzalem naar Gaza afdaalt.
Die weg is verlaten.
Die weg is verlaten.
Hij stond op en ging.
Daar was een man uit Ethiopië, een hoveling en hoge ambtenaar van Candace, de koningin van Ethiopië.
Hij beheerde haar hele schatkist en was in Jeruzalem geweest om te aanbidden.
Daar was een man uit Ethiopië, een hoveling en hoge ambtenaar van Candace, de koningin van Ethiopië.
Hij beheerde haar hele schatkist en was in Jeruzalem geweest om te aanbidden.
Hij was op de terugweg en zat in zijn wagen.
Daar las hij de profeet Jesaja.
Daar las hij de profeet Jesaja.
De Geest zei tegen Filippus: Ga ernaartoe en blijf bij die wagen.
Filippus liep erheen en hoorde hem de profeet Jesaja lezen.
Hij vroeg: Begrijpt u wel wat u leest?
Hij vroeg: Begrijpt u wel wat u leest?
Hij zei: Hoe zou ik dat kunnen, als niemand het mij uitlegt?
Hij vroeg Filippus om in te stappen en bij hem te komen zitten.
Hij vroeg Filippus om in te stappen en bij hem te komen zitten.
Dit was het gedeelte uit de Schrift dat hij las: Hij is als een schaap dat naar de slacht geleid wordt.
Hij is als een lam dat stil blijft bij de scheerder; zo doet Hij zijn mond niet open.
Hij is als een lam dat stil blijft bij de scheerder; zo doet Hij zijn mond niet open.
In Zijn vernedering is Hem het recht ontnomen.
Wie zal over Zijn nageslacht vertellen?
Want Zijn leven wordt van de aarde weggenomen.
Wie zal over Zijn nageslacht vertellen?
Want Zijn leven wordt van de aarde weggenomen.
De hoveling vroeg aan Filippus: Ik vraag u: over wie zegt de profeet dit?
Over zichzelf of over iemand anders?
Over zichzelf of over iemand anders?
Toen begon Filippus te spreken.
Hij ging uit van dat schriftgedeelte en verkondigde hem Jezus.
Hij ging uit van dat schriftgedeelte en verkondigde hem Jezus.
Onderweg kwamen zij bij water.
De hoveling zei: Kijk, hier is water.
Wat houdt mij tegen om gedoopt te worden?
De hoveling zei: Kijk, hier is water.
Wat houdt mij tegen om gedoopt te worden?
Filippus zei: Als u met heel uw hart gelooft, mag het.
Hij antwoordde: Ik geloof dat Jezus Christus de Zoon van God is.
Hij antwoordde: Ik geloof dat Jezus Christus de Zoon van God is.
Hij liet de wagen stilhouden.
Zij gingen samen het water in, Filippus en de hoveling, en hij doopte hem.
Zij gingen samen het water in, Filippus en de hoveling, en hij doopte hem.
Toen zij uit het water kwamen, nam de Geest van de Heere Filippus weg.
De hoveling zag hem niet meer, maar reisde blij verder.
De hoveling zag hem niet meer, maar reisde blij verder.
Filippus bleek in Azote te zijn.
Hij trok het land door en verkondigde het evangelie in alle steden, tot hij in Cesarea kwam.
Hij trok het land door en verkondigde het evangelie in alle steden, tot hij in Cesarea kwam.