Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Nieuwe Testament

Handelingen 24

Paulus voor Felix

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 4 minuten
De aanklacht van Tertullus
Vijf dagen later kwam de hogepriester Ananias met een paar oudsten en een advocaat die Tertullus heette.
Zij brachten hun aanklacht tegen Paulus voor de stadhouder.
Paulus werd geroepen.
Toen begon Tertullus zijn aanklacht.
Hij zei:
Zeer geachte Felix, dankzij u hebben wij veel vrede, en door uw beleid gaat het dit volk beter.
Dat aanvaarden wij altijd en overal met grote dankbaarheid.

Maar ik wil u niet te lang ophouden.
Ik vraag u vriendelijk om ons kort aan te horen.

Wij hebben gemerkt dat deze man een gevaar is.
Hij zet alle Joden in de hele wereld tot opstand aan en is een leider van de partij van de Nazoreeërs.

Hij heeft zelfs geprobeerd de tempel te ontheiligen.
Daarom hebben wij hem gegrepen en wilden wij hem naar onze wet oordelen.

Maar commandant Lysias kwam ertussen.
Met veel geweld heeft hij hem uit onze handen weggehaald.

Hij gaf zijn aanklagers bevel bij u te komen.
Als u hem zelf ondervraagt, kunt u alles te weten komen waarvan wij hem beschuldigen.

De Joden vielen hem bij en zeiden dat het zo was.
De verdediging van Paulus
De stadhouder gaf Paulus een teken dat hij mocht spreken.
Hij antwoordde: Ik weet dat u al vele jaren rechter over dit volk bent.
Daarom verdedig ik mijzelf met goede moed.

U kunt te weten komen dat het niet langer dan twaalf dagen geleden is dat ik naar Jeruzalem ging om te aanbidden.
Zij hebben mij niet in de tempel met iemand zien discussiëren of het volk zien opruien.
Ook niet in de synagogen of in de stad.

Zij kunnen niet bewijzen waarvan zij mij nu beschuldigen.
Maar dit erken ik wel: ik dien de God van onze voorouders volgens de weg die zij een partij noemen.
Ik geloof alles wat in de wet en in de profeten geschreven staat.

Ik heb hoop op God, dezelfde hoop die zij ook hebben: dat er een opstanding komt van rechtvaardigen en onrechtvaardigen.
Daarom oefen ik mijzelf om altijd een zuiver geweten te hebben voor God en de mensen.
Na vele jaren ben ik gekomen om gaven voor mijn volk te brengen en offers.
Daarmee was ik bezig in de tempel, nadat ik mij gereinigd had.
Er was geen menigte en geen opstootje.
Maar een paar Joden uit Asia zagen mij.

Zij hadden hier voor u moeten staan om mij aan te klagen, als zij iets tegen mij hadden.
Of laten deze mensen zelf zeggen welk onrecht zij in mij gevonden hebben toen ik voor de Raad stond.
Het gaat alleen om dat ene woord dat ik tussen hen in riep: over de opstanding van de doden word ik vandaag door jullie geoordeeld!
Felix stelt de zaak uit
Felix wist heel goed wat die weg inhield.
Hij stelde de zaak uit en zei: Als commandant Lysias komt, zal ik jullie zaak verder onderzoeken.
Hij gaf de officier bevel om Paulus te bewaken, maar hem enige vrijheid te geven.
Zijn eigen mensen mochten hem verzorgen en bij hem komen.
Een paar dagen later kwam Felix met zijn vrouw Drusilla, die Joods was.
Hij liet Paulus halen en hoorde hem over het geloof in Christus.
Paulus sprak over rechtvaardigheid, zelfbeheersing en het komende oordeel.
Felix werd bang en zei: Voor nu kun je gaan.
Als het mij uitkomt, laat ik je weer roepen.

Tegelijk hoopte hij dat Paulus hem geld zou geven om hem los te laten.
Daarom liet hij hem vaak halen en sprak hij met hem.
Na twee jaar kreeg Felix Porcius Festus als opvolger.
Felix wilde de Joden een gunst bewijzen en liet Paulus gevangen achter.

Download hoofdstuk als tekstbestand