Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Nieuwe Testament
Handelingen 17
Thessalonica, Berea en Athene
Onrust in Thessalonica
Zij reisden via Amfipolis en Apollonia en kwamen in Thessalonica.
Daar was een synagoge van de Joden.
Daar was een synagoge van de Joden.
Paulus ging naar hen toe, zoals hij gewend was.
Drie sabbatten lang sprak hij met hen uit de Schriften.
Drie sabbatten lang sprak hij met hen uit de Schriften.
Hij legde die uit en liet zien dat de Christus moest lijden en opstaan uit de doden.
Hij zei: Deze Jezus, die ik jullie verkondig, is de Christus.
Hij zei: Deze Jezus, die ik jullie verkondig, is de Christus.
Sommigen van hen kwamen tot geloof en sloten zich aan bij Paulus en Silas.
Ook een grote groep vrome Grieken en heel wat vrouwen van aanzien deden dat.
Ook een grote groep vrome Grieken en heel wat vrouwen van aanzien deden dat.
Maar de Joden die niet geloofden, werden jaloers.
Zij haalden een paar slechte mannen van de markt erbij, brachten het volk op de been en zetten de stad in rep en roer.
Zij vielen het huis van Jason aan en zochten Paulus en Silas om hen aan het volk uit te leveren.
Zij haalden een paar slechte mannen van de markt erbij, brachten het volk op de been en zetten de stad in rep en roer.
Zij vielen het huis van Jason aan en zochten Paulus en Silas om hen aan het volk uit te leveren.
Zij vonden hen niet.
Daarom sleepten zij Jason en een paar gelovigen voor de stadsbestuurders.
Zij riepen: Die mensen zetten de wereld op zijn kop, en nu zijn zij ook hier!
Daarom sleepten zij Jason en een paar gelovigen voor de stadsbestuurders.
Zij riepen: Die mensen zetten de wereld op zijn kop, en nu zijn zij ook hier!
Jason heeft hen in huis genomen.
Zij gaan allemaal in tegen de bevelen van de keizer, want zij zeggen dat er een andere koning is, ene Jezus.
Zij gaan allemaal in tegen de bevelen van de keizer, want zij zeggen dat er een andere koning is, ene Jezus.
Zo brachten zij de menigte en de stadsbestuurders in verwarring.
Die lieten Jason en de anderen pas gaan nadat zij een borgsom betaald hadden.
De gelovigen in Berea
De gelovigen stuurden Paulus en Silas meteen 's nachts naar Berea.
Toen zij daar aankwamen, gingen zij naar de synagoge van de Joden.
Toen zij daar aankwamen, gingen zij naar de synagoge van de Joden.
Deze mensen waren welwillender dan die in Thessalonica.
Zij namen het woord met grote bereidheid aan en onderzochten elke dag de Schriften om te zien of het klopte.
Zij namen het woord met grote bereidheid aan en onderzochten elke dag de Schriften om te zien of het klopte.
Veel van hen kwamen tot geloof, en ook heel wat Griekse vrouwen van aanzien en mannen.
Maar de Joden uit Thessalonica hoorden dat Paulus ook in Berea het woord van God verkondigde.
Zij kwamen ook daarheen en brachten de menigte in beweging.
Zij kwamen ook daarheen en brachten de menigte in beweging.
De gelovigen stuurden Paulus meteen weg, in de richting van de zee.
Silas en Timotheüs bleven daar.
Silas en Timotheüs bleven daar.
Zijn begeleiders brachten hem tot in Athene.
Zij kregen de opdracht mee dat Silas en Timotheüs zo snel mogelijk naar hem toe moesten komen.
Daarna gingen zij terug.
Zij kregen de opdracht mee dat Silas en Timotheüs zo snel mogelijk naar hem toe moesten komen.
Daarna gingen zij terug.
Paulus op de Areopagus
Terwijl Paulus in Athene op hen wachtte, werd hij diep geraakt.
Hij zag dat de stad vol afgodsbeelden stond.
Hij zag dat de stad vol afgodsbeelden stond.
Hij sprak in de synagoge met de Joden en met de mensen die God dienden.
Elke dag sprak hij ook op de markt met wie hij daar tegenkwam.
Elke dag sprak hij ook op de markt met wie hij daar tegenkwam.
Een paar epicurische en stoïsche filosofen gingen met hem in discussie.
Sommigen zeiden: Wat wil die praatjesmaker toch zeggen?
Anderen zeiden: Hij lijkt een verkondiger van vreemde goden te zijn.
Dat zeiden zij omdat hij Jezus en de opstanding verkondigde.
Sommigen zeiden: Wat wil die praatjesmaker toch zeggen?
Anderen zeiden: Hij lijkt een verkondiger van vreemde goden te zijn.
Dat zeiden zij omdat hij Jezus en de opstanding verkondigde.
Zij namen hem mee naar de plaats die de Areopagus heet.
Zij zeiden: Mogen wij weten wat die nieuwe leer is waarover u spreekt?
Zij zeiden: Mogen wij weten wat die nieuwe leer is waarover u spreekt?
U laat ons namelijk vreemde dingen horen.
Wij willen graag weten wat dit betekent.
Wij willen graag weten wat dit betekent.
De inwoners van Athene en de vreemdelingen die daar woonden, hadden voor niets anders tijd dan voor het vertellen en horen van nieuws.
Paulus ging midden op de Areopagus staan en zei: Mannen van Athene, ik merk dat jullie in alles heel godsdienstig zijn.
Ik liep door de stad en bekeek jullie heiligdommen.
Toen vond ik ook een altaar met dit opschrift: aan de onbekende God.
Die God die jullie dienen zonder Hem te kennen, verkondig ik jullie.
Toen vond ik ook een altaar met dit opschrift: aan de onbekende God.
Die God die jullie dienen zonder Hem te kennen, verkondig ik jullie.
God heeft de wereld gemaakt en alles wat daarin is.
Hij is Heere van de hemel en de aarde en woont niet in tempels die met handen gemaakt zijn.
Hij is Heere van de hemel en de aarde en woont niet in tempels die met handen gemaakt zijn.
Hij laat zich ook niet door mensenhanden bedienen, alsof Hij iets nodig heeft.
Hij geeft zelf aan iedereen leven en adem en alles.
Hij geeft zelf aan iedereen leven en adem en alles.
Uit één mens heeft Hij het hele menselijke geslacht gemaakt om op de aarde te wonen.
Hij bepaalde de tijden en de grenzen van hun woonplaatsen.
Hij bepaalde de tijden en de grenzen van hun woonplaatsen.
Zo zouden zij God zoeken en Hem misschien tastend vinden.
Toch is Hij niet ver van ieder van ons.
Toch is Hij niet ver van ieder van ons.
Want in Hem leven wij, bewegen wij en zijn wij.
Ook een paar van jullie dichters hebben gezegd: Wij zijn van Zijn geslacht.
Ook een paar van jullie dichters hebben gezegd: Wij zijn van Zijn geslacht.
Wij zijn dus van Gods geslacht.
Dan moeten wij niet denken dat God lijkt op goud, zilver of steen, gemaakt door mensenhanden.
Dan moeten wij niet denken dat God lijkt op goud, zilver of steen, gemaakt door mensenhanden.
God heeft de tijden van onwetendheid voorbij laten gaan.
Nu zegt Hij tegen alle mensen overal dat zij zich moeten bekeren.
Nu zegt Hij tegen alle mensen overal dat zij zich moeten bekeren.
Want Hij heeft een dag vastgesteld waarop Hij de wereld rechtvaardig zal oordelen.
Dat doet Hij door een Man die Hij daarvoor aangewezen heeft.
Voor iedereen heeft Hij dat bewezen door Hem uit de doden op te wekken.
Dat doet Hij door een Man die Hij daarvoor aangewezen heeft.
Voor iedereen heeft Hij dat bewezen door Hem uit de doden op te wekken.
Toen zij over de opstanding uit de doden hoorden, spotten sommigen ermee.
Anderen zeiden: Wij zullen u hierover nog eens horen.
Anderen zeiden: Wij zullen u hierover nog eens horen.
Zo ging Paulus bij hen weg.
Toch sloten een paar mannen zich bij hem aan en kwamen tot geloof.
Onder hen waren Dionysius, lid van de Areopagus, een vrouw die Damaris heette, en anderen.
Onder hen waren Dionysius, lid van de Areopagus, een vrouw die Damaris heette, en anderen.