Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
Genesis 36
Ezau en de Edomieten
Ezau vestigt zich in het Seïrgebergte
Dit is de familiegeschiedenis van Ezau, die ook Edom wordt genoemd.
Ezau trouwde met vrouwen uit Kanaän: Ada, dochter van Elon de Hethiet, en Aholibama, dochter van Ana en kleindochter van Zibeon de Heviet.
Ook trouwde hij met Basmath, de dochter van Ismaël en zus van Nebajoth.
Ada kreeg bij Ezau een zoon, Elifaz.
Basmath kreeg een zoon, Rehuël.
Basmath kreeg een zoon, Rehuël.
Aholibama kreeg drie zonen: Jehus, Jaëlam en Korah.
Dit waren de zonen die Ezau in Kanaän kreeg.
Dit waren de zonen die Ezau in Kanaän kreeg.
Ezau nam zijn vrouwen, zonen, dochters en iedereen in zijn huishouden mee.
Ook nam hij al zijn vee, al zijn andere dieren en al zijn bezit uit Kanaän mee.
Hij trok naar een ander land, weg van zijn broer Jakob.
Ook nam hij al zijn vee, al zijn andere dieren en al zijn bezit uit Kanaän mee.
Hij trok naar een ander land, weg van zijn broer Jakob.
Ze konden niet bij elkaar blijven wonen, want ze hadden te veel bezit.
Door hun vele vee was er in het land onvoldoende ruimte voor beiden.
Door hun vele vee was er in het land onvoldoende ruimte voor beiden.
Daarom ging Ezau in het Seïrgebergte wonen.
Ezau wordt ook Edom genoemd.
Ezau wordt ook Edom genoemd.
De nakomelingen en stamhoofden van Ezau
Dit is de familiegeschiedenis van Ezau, de stamvader van de Edomieten in het Seïrgebergte.
Dit zijn de namen van Ezau's zonen.
Elifaz was een zoon van zijn vrouw Ada.
Rehuël was een zoon van zijn vrouw Basmath.
Elifaz was een zoon van zijn vrouw Ada.
Rehuël was een zoon van zijn vrouw Basmath.
De zonen van Elifaz waren Teman, Omar, Zefo, Gaëtam en Kenaz.
Timna was een bijvrouw van Elifaz, de zoon van Ezau.
Zij kreeg bij Elifaz een zoon, Amalek.
Amalek hoorde dus ook bij de nakomelingen van Ada.
Zij kreeg bij Elifaz een zoon, Amalek.
Amalek hoorde dus ook bij de nakomelingen van Ada.
De zonen van Rehuël waren Nahath, Zerah, Samma en Mizza.
Zij waren de nakomelingen van Basmath, Ezau's vrouw.
Zij waren de nakomelingen van Basmath, Ezau's vrouw.
Aholibama was de dochter van Ana en kleindochter van Zibeon.
Zij was een vrouw van Ezau en kreeg bij hem Jehus, Jaëlam en Korah.
Zij was een vrouw van Ezau en kreeg bij hem Jehus, Jaëlam en Korah.
Dit waren de stamhoofden onder Ezau's nakomelingen.
Elifaz was Ezau's oudste zoon.
Zijn zonen waren de stamhoofden Teman, Omar, Zefo en Kenaz.
Elifaz was Ezau's oudste zoon.
Zijn zonen waren de stamhoofden Teman, Omar, Zefo en Kenaz.
Ook de stamhoofden Korah, Gaëtam en Amalek stamden van Elifaz af.
Dit waren Elifaz' nakomelingen in Edom, uit de lijn van Ada.
Dit waren Elifaz' nakomelingen in Edom, uit de lijn van Ada.
Rehuëls zonen waren de stamhoofden Nahath, Zerah, Samma en Mizza.
Zij leefden in Edom en waren nakomelingen van Basmath, Ezau's vrouw.
Zij leefden in Edom en waren nakomelingen van Basmath, Ezau's vrouw.
De zonen van Ezau's vrouw Aholibama waren de stamhoofden Jehus, Jaëlam en Korah.
Aholibama was een dochter van Ana.
Aholibama was een dochter van Ana.
Dit waren de zonen van Ezau en hun stamhoofden.
Ezau wordt ook Edom genoemd.
Ezau wordt ook Edom genoemd.
De nakomelingen van Seïr
De volgende nakomelingen van Seïr de Horiet woonden in dat land: Lotan, Sobal, Zibeon, Ana,
Dison, Ezer en Disan.
Zij waren de stamhoofden van de Horieten, de nakomelingen van Seïr in Edom.
Zij waren de stamhoofden van de Horieten, de nakomelingen van Seïr in Edom.
Lotans zonen waren Hori en Hemam.
Zijn zus heette Timna.
Zijn zus heette Timna.
De zonen van Sobal waren Alvan, Manahath, Ebal, Sefo en Onam.
De zonen van Zibeon waren Aja en Ana.
Deze Ana vond in de woestijn muildieren, terwijl hij de ezels van zijn vader Zibeon hoedde.
Deze Ana vond in de woestijn muildieren, terwijl hij de ezels van zijn vader Zibeon hoedde.
Dison was een zoon van Ana.
Aholibama was een dochter van Ana.
Aholibama was een dochter van Ana.
De zonen van Dison waren Hemdan, Esban, Ithran en Cheran.
De zonen van Ezer waren Bilhan, Zaävan en Akan.
De zonen van Disan waren Uz en Aran.
Dit waren de stamhoofden van de Horieten: Lotan, Sobal, Zibeon en Ana,
Dison, Ezer en Disan.
Zij waren de stamhoofden van de Horieten, verdeeld over hun stammen in het land Seïr.
Zij waren de stamhoofden van de Horieten, verdeeld over hun stammen in het land Seïr.
De koningen van Edom
De volgende koningen regeerden in Edom voordat er een koning over de Israëlieten regeerde.
Bela, de zoon van Beor, regeerde in Edom.
Zijn stad heette Dinhaba.
Zijn stad heette Dinhaba.
Na de dood van Bela werd Jobab koning.
Hij was een zoon van Zerah en kwam uit Bozra.
Hij was een zoon van Zerah en kwam uit Bozra.
Na de dood van Jobab werd Husam koning.
Hij kwam uit het land van de Temanieten.
Hij kwam uit het land van de Temanieten.
Na de dood van Husam werd Hadad koning.
Hij was een zoon van Bedad en versloeg Midian in het gebied van Moab.
Zijn stad heette Avith.
Hij was een zoon van Bedad en versloeg Midian in het gebied van Moab.
Zijn stad heette Avith.
Na de dood van Hadad werd Samla uit Masreka koning.
Na de dood van Samla werd Saul uit Rehoboth aan de rivier koning.
Na de dood van Saul werd Baäl-Hanan, de zoon van Achbor, koning.
Na de dood van Baäl-Hanan werd Hadar koning.
Zijn stad heette Pahu.
Zijn vrouw Mehetabeël was een dochter van Matred en kleindochter van Mezahab.
Zijn stad heette Pahu.
Zijn vrouw Mehetabeël was een dochter van Matred en kleindochter van Mezahab.
De stamhoofden van Edom
Dit zijn de stamhoofden die van Ezau afstamden, ingedeeld naar hun families en woonplaatsen: Timna, Alva, Jetheth,
Aholibama, Ela, Pinon,
Kenaz, Teman, Mibzar,
Magdiël en Iram.
Zij waren de stamhoofden van Edom in het land dat zij bezaten.
Ezau was de stamvader van de Edomieten.
Zij waren de stamhoofden van Edom in het land dat zij bezaten.
Ezau was de stamvader van de Edomieten.