Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

Genesis 31

Jakob vlucht bij Laban vandaan

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 8 minuten
De HEERE stuurt Jakob terug
Jakob hoorde dat de zonen van Laban zeiden: Jakob heeft alles van onze vader afgenomen.
Daarmee heeft hij al deze rijkdom opgebouwd.

Jakob merkte ook dat Laban hem niet meer zo vriendelijk aankeek als vroeger.
De HEERE zei tegen Jakob: Keer terug naar het land van je voorouders en je familie.
Ik zal bij je zijn.

Jakob overlegt met Rachel en Lea
Toen liet Jakob Rachel en Lea naar het veld komen, waar hij bij zijn kudde was.
Jakob zei tegen hen: Ik merk dat jullie vader mij niet meer aankijkt zoals vroeger.
Maar de God van mijn vader is bij mij geweest.

Jullie weten dat ik met al mijn kracht voor jullie vader heb gewerkt.
Toch heeft jullie vader mij bedrogen en mijn loon wel tien keer veranderd.
Maar God liet niet toe dat hij mij kwaad deed.

Wanneer hij zei dat de gespikkelde dieren mijn loon werden, kregen alle dieren gespikkelde jongen.
Noemde hij de gevlekte dieren, dan kregen ze gevlekte jongen.

Zo heeft God de kudden van jullie vader afgenomen en aan mij gegeven.
In de paartijd kreeg ik een droom.
Ik zag dat alle bokken die de kudde dekten, gestreept, gespikkeld of gevlekt waren.

In die droom zei de engel van God tegen mij: Jakob!
Ik antwoordde: Ik luister.

Hij zei: Kijk goed.
Alle bokken die de kudde dekken, zijn gestreept, gespikkeld of gevlekt.
Ik heb alles gezien wat Laban je aandoet.

Ik ben de God van Bethel.
Daar heb je de gedenksteen gezalfd en mij een gelofte gedaan.
Sta nu op, vertrek en keer terug naar je familie.

Rachel en Lea antwoordden hem: Hebben wij soms nog een deel of erfenis in het huis van onze vader?
Hij behandelt ons toch als vreemdelingen?
Hij heeft ons verkocht en al het geld dat voor ons betaald is, opgebruikt.

Alle rijkdom die God van onze vader heeft afgenomen, is van ons en onze kinderen.
Doe daarom alles wat God tegen je heeft gezegd.

Jakob vlucht bij Laban vandaan
Toen maakte Jakob zich klaar.
Hij zette zijn zonen en vrouwen op kamelen.
Hij nam al zijn vee en alle bezittingen mee die hij in Paddan-Aram had verkregen.
Zo vertrok hij naar zijn vader Izak in Kanaän.
Laban was weg om zijn schapen te scheren.
Toen stal Rachel de huisgoden van haar vader.
Jakob misleidde Laban, de Arameeër, door hem niet te vertellen dat hij vluchtte.
Hij vluchtte met alles wat hij had, stak de rivier over en ging op weg naar het bergland van Gilead.
Laban achtervolgt Jakob
Op de derde dag kreeg Laban te horen dat Jakob was gevlucht.
Laban nam zijn verwanten mee en achtervolgde Jakob zeven dagen lang.
In het bergland van Gilead haalde hij hem in.
Maar God verscheen die nacht in een droom aan Laban, de Arameeër.
Hij zei: Pas op dat je niets tegen Jakob zegt, goed of kwaad.
Toen Laban Jakob inhaalde, had Jakob zijn tenten in het bergland opgeslagen.
Laban en zijn verwanten sloegen daar ook hun tenten op.
Laban doorzoekt Jakobs kamp
Laban vroeg Jakob: Wat heb je gedaan?
Je hebt mij bedrogen en mijn dochters meegenomen alsof ze krijgsgevangenen waren.

Waarom ben je stiekem gevlucht zonder mij iets te vertellen?
Dan had ik je feestelijk uitgezwaaid, met liederen, tamboerijnen en harpen.

Je gaf mij niet eens de kans mijn kleinkinderen en dochters te kussen.
Dat was erg onverstandig.

Ik heb genoeg macht om jullie kwaad te doen.
Maar de God van jullie vader waarschuwde mij vannacht: Zeg niets tegen Jakob, goed of kwaad.

Ik begrijp dat je vertrok omdat je erg naar het huis van je vader verlangde.
Maar waarom heb je mijn goden gestolen?

Jakob antwoordde Laban: Ik was bang.
Ik dacht dat u uw dochters met geweld van mij zou afnemen.

Degene bij wie u uw goden vindt, zal sterven.
Doorzoek voor onze familie alles wat ik bezit en neem mee wat van u is.

Jakob wist namelijk niet dat Rachel ze had gestolen.
Laban doorzocht de tent van Jakob, die van Lea en de tenten van de twee dienaressen, maar vond niets.
Daarna ging hij Rachels tent binnen.
Rachel had de huisgoden in het zadel van haar kameel verstopt en was erop gaan zitten.
Laban doorzocht de hele tent, maar vond niets.
Rachel zei tegen haar vader: Mijn heer, word niet boos omdat ik niet voor u kan opstaan.
Ik ben namelijk ongesteld.

Laban zocht verder, maar vond de huisgoden niet.
Jakob maakt Laban verwijten
Toen werd Jakob boos en maakte hij Laban verwijten.
Hij vroeg: Wat heb ik verkeerd gedaan?
Wat is mijn misdaad dat u mij zo fel achtervolgt?

U hebt al mijn spullen doorzocht.
Wat hebt u gevonden dat van u is?
Leg het hier voor onze familieleden neer.
Laat hen tussen ons oordelen.

Ik ben twintig jaar bij u geweest.
Uw schapen en geiten kregen geen miskramen en ik heb nooit een ram uit uw kudde gegeten.

Verscheurde dieren bracht ik niet naar u.
Ik vergoedde ze zelf.
Ook moest ik betalen voor elk dier dat overdag of 's nachts werd gestolen.

Overdag werd ik verteerd door de hitte en 's nachts door de kou.
Ik kon nauwelijks slapen.

Twintig jaar heb ik in uw huis gewerkt: veertien jaar voor uw twee dochters en zes jaar voor uw kudde.
Toch veranderde u mijn loon tien keer.

Als de God van mijn vader niet bij mij was geweest, had u mij zeker met lege handen weggestuurd.
Maar de God van Abraham, die Izak vreest, was bij mij.
God zag mijn ellende en harde werk.
Vannacht heeft Hij u daarom terechtgewezen.

Jakob en Laban sluiten een verbond
Laban antwoordde Jakob: Deze vrouwen zijn mijn dochters, hun kinderen zijn mijn nakomelingen en de kudden zijn mijn kudden.
Alles wat je ziet, is van mij.
Maar wat zou ik mijn dochters of hun kinderen nu kunnen aandoen?

Kom, laten wij samen een verbond sluiten.
Dat verbond zal als getuige tussen ons dienen.

Toen zette Jakob een steen rechtop als gedenksteen.
Jakob zei tegen zijn verwanten: Verzamel stenen.
Ze pakten stenen en maakten er een hoop van.
Daarna aten ze bij die steenhoop.
Laban noemde de steenhoop Jegar-Sahadutha, maar Jakob noemde hem Gilead.
Laban zei: Deze steenhoop is vandaag getuige tussen jou en mij.
Daarom noemde men hem Gilead.
De plaats heette ook Mizpa, omdat Laban zei: Laat de HEERE toezicht houden tussen jou en mij wanneer wij elkaar niet meer zien.
Als jij mijn dochters slecht behandelt of naast hen andere vrouwen neemt, ziet geen mens het misschien.
Maar bedenk: God is getuige tussen jou en mij.

Laban zei verder tegen Jakob: Kijk naar deze steenhoop en deze gedenksteen die ik tussen jou en mij heb opgericht.
Deze steenhoop en gedenksteen zijn getuigen.
Ik zal ze niet passeren om jou kwaad te doen.
Jij mag ze evenmin passeren om mij kwaad te doen.

Laat de God van Abraham en de God van Nahor over ons oordelen.
Hij is de God van hun vader.

Toen zwoer Jakob bij de God die zijn vader Izak vreest.
Jakob bracht op de berg een offer en nodigde zijn verwanten uit voor een maaltijd.
Na het eten brachten ze daar de nacht door.
Laban keert terug
De volgende ochtend stond Laban vroeg op.
Hij kuste zijn kleinkinderen en dochters, zegende hen en keerde terug naar huis.

Download hoofdstuk als tekstbestand